Innovatieve contractvorming rond sanering Hollandsche IJssel

Themadag Baggernet te Gouda op 20 november 2007
Georganiseerd in samenwerking met Rijkswaterstaat

De waterbodem van de Hollandsche IJssel is in het verleden sterk verontreinigd geraakt. Als onderdeel van de integrale herinrichting van het stroomgebied is de sanering van de gehele Hollandsche IJssel voorgenomen. In oktober 1996 tekenden 13 overheden het Startcontract Hollandsche IJssel, in juni 1999 gevolgd door het Uitvoeringscontract 1999-2010. Sindsdien werken deze overheden met bewoners en bedrijven samen aan een bloeiende toekomst voor de Hollandsche IJssel en omgeving. Het project omvat 20 km rivier en 40 km oever. De uitvoering is gepland tot en met 2010.

Rijkswaterstaat voert haar deel van de sanering gefaseerd uit door achtereenvolgens verschillende deellocaties te saneren. Nieuw hierbij is de innovatieve contractvorming, waarbij steeds meer gewerkt wordt aan “markt, tenzij”.

Op 20 november 2007 organiseerde Baggernet in samenwerking met Rijkswaterstaat een themadag over de innovatieve contractvorming. Zo’n 200 waterbodemspecialisten namen deel aan deze dag.

Rijkswaterstaat

Na een welkom door Wim Drossaert, coördinator van Baggernet, zette Jos Kuijpers van Rijkswaterstaat uiteen waarom RWS met het project gestart is. De Hollandsche IJssel, die een belangrijke functie heeft in de hoogwaterbescherming, is de meest vervuilde rivier van Nederland en heeft te kampen met verzilting. Sanering per vierkante meter is extreem duur, en aanpak van zowel waterbodem als oevers zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mede door de komst EU Kaderrichtlijn Water was sanering onvermijdelijk. De samenwerking met andere partijen, zoals waterschappen, gemeenten etc. betekende een grote meerwaarde voor het saneringsproject.

Historie Hollandsche IJssel

Raymond Mangé (Projectteam Hollandsche IJssel), sinds januari 2006 projectleider van het saneringsproject, beschreef de historie van de Hollandsche IJssel. Het betreft een getijdenrivier, waarbij het waterpeil tot 1,5 meter varieert. De term zelling wordt alleen in het kader van de Hollandsche IJssel gebruikt. Een zelling is het gedeelte van de rivierbodem aan de voet van de dijk dat bij eb droogvalt en wordt gevormd door slibafzetting die het gevolg is van de getijdenwerking.
Van de sedimentafzetting op de zellingen werden in het verleden keitjes gebakken. Er zijn daarom van oudsher veel steenovens langs de Hollandsche IJssel te vinden.

Afvalwater werd tot voor kort rechtstreeks op de rivier geloosd. Daar komt bij dat vanaf circa 1950 zellingen werden opgehoogd met (chemisch) afval. De verontreiniging van Lekkerkerk die begin 80-er jaren aan het licht kwam, betekende een startsein voor een algehele inventarisatie van bodemverontreiniging in Nederland. Meerdere Hollandsche IJssel locaties kwamen in de top-10 van meest verontreinigde gebieden. De bekendste hiervan is de Zelingwijk in Gouderak.

De gemeenten en waterschappen uit het stroomgebied van de Hollandsche IJssel, tesamen met de provincie en ministeries van VROM en V&W, gingen in overleg over de aanpak van het probleem. De vraag “wat willen we precies bereiken” is het begin geweest van de functiegerichte sanering. Na opstelling van een Structuurschets, is in 1996 het Startcontract Hollandsche IJssel getekend, en in 1999 een Uitvoeringscontract. Het project is eigenlijk een programma, waarin elke partner verantwoordelijk is voor zijn eigen projecten.
Looptijd van het contract is tot 31 december 2010 en er wordt zo’n 450 miljoen euro geïnvesteerd in het project.
De inrichting van het gebied is een belangrijk onderdeel in het project, die bepaalt mede de gebruikswaarde. Zo kiest men liever natuurvriendelijke oevers dan stalen damwanden.
Sinds de start van het project is er 600.000 kuub bagger uit de rivier verwijderd, zijn er diverse oevers heringericht en diverse landbodemsaneringen uitgevoerd. Locaties waarbij de ambitie woningbouw is, worden in de regel als eerste aangepakt. Dit heeft te maken met de grondexploitatie. Projecten zonder een opbrengstenkant, zoals de meeste natuurprojecten, volgen in het algemeen later. De komende jaren zal er veel activiteit te zien zijn in het Hollandsche IJssel gebied. Diverse waterbodem- en landbodemlocaties zullen worden gesaneerd en heringericht.

Technische aspecten

Roel van Swam van Rijkswaterstaat belichtte vervolgens de technische aspecten van project Hollandsche IJssel. Rijkswaterstaat heeft een resultaatsverplichting voor de sanering van zo’n 20 km vaarweg en een inspanningsverplichting voor de herinrichting van de 40 zellingen.

Tot 2004 waren er 6 zellingen en 1,5 km vaarweg gesaneerd. In 2005 volgde heroverweging van de aanpak ten gevolge van de toegenomen aandacht in het landelijk beleid voor de waterbodem.
Besloten werd zellingen en vaarweg als integrale locatie te beschouwen en het traject geografisch op te splitsen in vier deelprojecten.
Onderzoek wordt zoveel mogelijk uitbesteed door RWS; alleen bij grote risico’s doet RWS zelf onderzoek. Onderzoek vloeit vaak voort uit wettelijke eisen. Wijziging in wetgeving en beleid leiden tot andere invulling van onderzoeken. Er moet in het project
daarom regelmatig bijgestuurd worden op basis van nieuwe regelgeving. Bij waterbodemonderzoek speelt de relatie tussen onderzoek, saneringsdoelstelling en evaluatie een grote rol: als er vooraf uitgebreid onderzoek is verricht, vergt de evaluatie minder inspanning en vice versa. En er zijn ook gevolgen voor de inhoud van de evaluatie indien de saneringsdoelstelling op maatregelniveau of op een hoger abstractieniveau wordt gekozen.
Nieuw in het waterbodemonderzoek is de werkwijze bij het regelen van vergunningen: de marktpartij doet de vergunningaanvraag en de vergunning komt op naam van de marktpartij. Daarmee dient RWS als opdrachtgever nog meer na te denken over de beste risicoverdeling.
Sanering wordt gestuurd door de risico’s van de verontreinigde waterbodem; oplossingsvrijheid is ingeperkt vanwege nautische eisen, herinrichtingsplannen en wensen van omwonenden en eigenaren.
Contracten zijn risico-gestuurd en gebaseerd op wederzijds gecontroleerd vertrouwen. Er spelen vaak heel verschillende abstractieniveaus binnen 1 contract: vergunningen vragen veel detail, terwijl de opdrachtgever abstract formuleert om optimale vrijheid te geven aan opdrachtnemer. Dat kan lastig zijn voor de opdrachtnemer.
Het succes van deze werkwijze hangt af van de mate waarin afstemming met het bevoegd gezag plaatsvindt en door te anticiperen op nieuw beleid.

De uitvoering

Johan Dolman van Boskalis Dolman presenteerde vervolgens de uitvoering van project Zellingwijk door de combinatie Boskalis Heijmans Herontwikkeling Zellingwijk (CBHHZ).
In de 80-er jaren kwam de verontreiniging van Zellingwijk aan het licht. De woningen werden gesloopt en het duurde vervolgens twintig jaar voor er in 2005 weer wat met de locatie gedaan werd.
Wat de contractvorming lastig maakte, was om risico’s goed te benoemen. Het heeft twee jaar geduurd voordat de gunning rond was. De opdrachtgever gaf blijk van een ruimte visie. Het design&construct contract heeft een waarde van een kleine 40 miljoen Euro: 50% voor sanering, 50% voor woningbouw. De fase tussen aanbesteding en kwalificatie heeft drie jaar gevergd.
Een aantal hindernissen: opstellen risicoprofiel – alle risico’s moeten benoemd & vertaald worden in tijd en geld; het regelen van vergunningen; heterogeniteit van de bodem - er zitten allerlei soorten afval in de grond; isoleren van olievervuiling in de drukbevaarde rivier; tussentijdse wijzigingen in beleid overheid.
Ondanks deze belemmeringen, heeft Johan Dolman geen spijt van de opdracht. Integendeel, de aannemer heeft de intentie een mooie locatie op te leveren, een parel aan de rivier. Johan Dolman is daarbij wel overtuigd van de noodzaak om de verantwoordelijkheid voor de aansprakelijkheidskwesties bij zowel opdrachtgever als opdrachtnemer te laten, en deze niet naar één partij over te hevelen.

Contractvorming

Tenslotte ging Stan van Veenendaal van Rijkswaterstaat dieper in op de contractvorming. Van de stappen aanbesteding-ontwerp-uitvoering-nazorg werd vroeger alleen de uitvoering uitbesteed. Nu worden ook ontwerp en nazorg door RWS uitbesteed. Voordeel is dat er meer creativiteit mogelijk is en er lagere lifecycle kosten gelden. Nadeel is o.a. dat risico’s beprijsd moeten worden, en dat is lastig.
In het contract worden afspraken gemaakt over saneringsvariantkeuze, saneringsplan, vergunningen verkrijgen, realisatie, evaluatie en nazorg: al deze activiteiten vallen onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer.
De functionele eisen die in het contract vermeld zijn, hebben een vrij hoog abstractieniveau, wat ruimte laat aan de opdrachtnemer.
Om tot de nieuwe contractvorming te komen heeft RWS een aantal workshops georganiseerd om de gesignaleerde risico’s goed te kunnen beheersen en een plek in het contract en/of de aanbestedingsprocedure te geven. Middels een marktconsultatie heeft afstemming met de markt plaatsgevonden.
Zoveel mogelijk is aangesloten bij de RWS modelcontracten om de markt zo eenduidig mogelijk te benaderen. Ook met bevoegd gezag is het proces goed afgestemd.

De aankondiging van de aanbesteding vond plaats in januari; de aanbesteding in september; de gunning zal eind november bekendgemaakt worden.
Gunning wordt gedaan op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Hierbij spelen naast de inschrijvingsprijs ook de prestatiecriteria nazorgkosten en rijksdepotgebruik, en de kwaliteitscriteria ten aanzien van concept-saneringsplan, risicobeheersing, omgevingsmanagement een rol.
Uit de ontvangen aanbiedingen blijkt dat de markt met andere oplossingen komt dan RWS verwacht had.
En hoe bevalt Rijkswaterstaat deze innovatieve contractvorming? Op zich goed, maar lastig element blijft bij wie je risico’s neerlegt. Rijkswaterstaat gaat er vanuit dat de opdrachtnemers uitgaande van de eigen bedrijfsvoering en kennis met vernieuwende en specifieke oplossingen komen.

Even bijpraten over...

  • Besluit Bodemkwaliteit: Tommy Bolleboom van Bodem+ meldt dat op 29 november een publicatie verschijnt inzake de inwerkingtreding van het besluit per 1 januari 2008. Dan zullen de nieuwe normen bekend worden gemaakt, alsmede het centrale meldpunt. De Handreiking Besluit Bodemkwaliteit wordt momenteel herzien; die wordt begin januari op de website van Bodem+ geplaatst. Advies van Bodem+: bouw uw kennis op voor 1 januari inzake de impact van het besluit op: generiek beleid met nieuwe normstelling; nieuw meldsysteem; bestaande vergunningen; lopende projecten en projecten in voorbereiding.
    NB: Tot 30 juni 2008 wordt met dubbele normstelling gewerkt.
    Voor assistentie: www.bodemplus.nl; www.risicotoolboxbodem.nl; www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl; en www.biells.nl  (bodemkwaliteitskaarten).
  • Er is eind juni een enquête verstuurd over het functioneren van Baggernet. Zo’n 330 deelnemers hebben gereageerd. Conclusie is dat Baggernet met rapportcijfer 7,5 in een behoefte voorziet. Wim Drossaert dankt, mede namens de financiers van Baggernet, een ieder die de enquête ingevuld heeft voor het gestelde vertrouwen in Baggernet.
  • De volgende themadag van Baggernet zal op 30 januari 2008 plaatsvinden in het Provinciehuis in Zwolle. Deze dag heeft als titel “Kwaliteitsborging in en toezicht op de Baggerketen” en wordt in samenwerking met SIKB en Inspectie Verkeer & Waterstaat georganiseerd. Een informatiemarkt maakt deel uit van het programma.
  • Roel Voetberg van Waterschap Hunze en Aa’s deelt mee dat binnenkort een project van start gaat over herverontreiniging door zwevende stof. Voor tips en vragen s.v.p. contact opnemen met r.voetberg@hunzeenaas.nl

Excursie

De themadag wordt afgesloten met een excursie per boot over de Hollandsche IJssel waarbij langs oeverlocaties (zellingen) gevaren wordt die al gesaneerd en heringericht zijn en langs gebieden die nog in de planning staan voor sanering.

Downloaden