Integraal Plan Bergse Plassen

Verslag themadag Baggernet op donderdag 6 december 2001, te Lommerrijk, Rotterdam

In samenwerking met het hoogheemraadschap van Schieland organiseerde Baggernet op 6 december jl. een themadag over het Integraal Plan Bergse Plassen. Dit project is gericht op het herstellen van de waterkwaliteit van de Bergse Plassen in Rotterdam. De waterkwaliteit laat al jaren te wensen over; in de zomer is het water troebel en groen vanwege de algenbloei. De oorzaak voor deze algenbloei is onderzocht en er is een samenhangend pakket van maatregelen als oplossing opgesteld. 
Tijdens de themadag werd uitgebreid ingegaan op de achtergronden en de resultaten van het project. Ruim 100 deelnemers namen deel aan deze bijeenkomst.

Bergse Achterplas (foto: Marjan Euser) (foto: Marjan Euser) Ria Quapp, hoogheemraadschap Schieland (foto: Marjan Euser)

Na een welkom van de coördinator van Baggernet, Wim Drossaert (De Straat Milieu-adviseurs), gaf Ria Quapp, sectorhoofd Waterbeheer van het hoogheemraadschap van Schieland, een kort overzicht van de algemene waterbeheer activiteiten in Schieland. Zie ook www.schieland.nl

Jack Hemelraad, Hoogheemraadschap Schieland (foto: Marjan Euser)Jack Hemelraad, beleidsmedewerker Waterbeheer van het hoogheemraadschap van Schieland, schetste vervolgens het kader waarbinnen het Integraal Plan Bergse Plassen wordt uitgevoerd.

De Bergse Plassen fungeren als tussenboezem voor een gebied dat wordt afgemalen op de Rotte en waarvan het water vervolgens wordt afgevoerd. Op de Achterplas vindt al 100 jaar recreatie plaats; op de eilandjes in de plas mochten oorspronkelijk geen gebouwen geplaatst worden, maar die regel is in de loop der tijd veranderd. Nu staan er zo'n 200 huisjes in pacht door de gemeente Rotterdam. Probleem dat optrad was forse algenbloei in de zomer. Daarop is een inventarisatie uitgevoerd, waarbij o.a. de volgende aspecten bekeken werden: waterkwaliteit, nutriënten, lichtregiem, waterbodemsanering.

Het doorzicht van het water, m.n. in de zomer, laat te wensen over; het water is niet helder. In de bovenste laag van de waterbodem (20 tot 30 cm) zijn er hoge fosfaatconcentraties, de biobeschikbaarheid is in die laag ook behoorlijk hoog. Het fosfaat wordt aangeleverd door de bodem en veroorzaakt algen. Maar ook ontstaat algengroei door het toegestroomde water en door ongezuiverde lozing van recreatiewoningen; deze woningen zijn niet aangesloten op het riool. Aan de noordzijde van de plas heeft in het verleden een afvalwaterzuiveringsinstallatie gestaan die effluent loosde dat uiteindelijk in de Bergse Achterplas terecht kwam. Dit heeft nog steeds effect, ook al zijn de lozingen al lang geleden opgehouden. In de winter is er geen algengroei. De visstand is sterk verbrasemd (80%) en daarbij is de brasem slecht ontwikkeld. Onderwatervegetatie is afwezig; het licht bereikt de bodem niet en de sliblaag is ongeschikt om in te wortelen. De bacteriologie van de plassen is lokaal en in de tijd variabel door ongezuiverde lozingen. Op basis van de inventarisatie is een integraal plan opgesteld met de volgende maatregelen:

  • baggeren van de voedselrijke (en met zware metalen verontreinigde) waterbodem;
  • saneren van verontreinigde waterbodem;
  • aansluiten van ongezuiverde lozingen op de riolering;
  • aanpassen van de waterhuishouding;
  • optimaliseren singelbeheer;
  • visstandbeheer (minder brasem, meer snoek);
  • aanleggen natuurvriendelijk oevers.

Overwogen wordt bovendien de Bergse Plassen te isoleren om de waterkwaliteit te beschermen tegen vreemde invloeden en fosfaatbelasting te voorkomen.

Het project maakt als gebiedsgerichte maatregel onderdeel uit van het Waterplan Rotterdam. Bij de realisatie van het project is een aantal partijen betrokken: Provincie Zuid-Holland, VROM, Gemeentewerken Rotterdam, Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, deelgemeentes Hillegersberg-Schiebroek en Kralingen-Crooswijk.

Nico de Rooij, hoogheemraadschap Schieland (foto: Hans Pattist)Nico de Rooij, hoogheemraad bij Schieland vertelde vervolgens e.e.a. over de geschiedenis van de Bergse Plassen. In de 17 en 18e eeuw ontstond vervening in het gebied. Begin vorige eeuw fungeerde de plassen als bezinkbassin voor afvalstoffen uit Hillegersberg. In 1956 werd een zuiveringsinstallatie in gebruik genomen die via singels en het gemaal Ringdijk op de Achterplas afvoerde. In de jaren '60 ontstonden plannen voor baggeren en doorstromen; in latere decennia mede ondersteund door waterkwaliteitsplannen en ideeën over ecologische en recreatieve functies van de plassen. In 1999 werd geconcludeerd dat in totaal een kleine 400.000 m3 bagger verwijderd zou moeten worden i.v.m. klasse 4 (zink), terwijl van 30.000 m

3

was uitgegaan. Zoveel bagger verwijderen zou een geweldige impact hebben op de eilandjes, veenschollen kunnen gaan drijven. Toen is een alternatief plan bedacht waarbij een deel van de klasse 4 bagger kan blijven liggen. Voorwaarde hierbij is dat er een integraal plan kwam. Oplossing was de vervuilde laag af te dekken met zand, waardoor de plas straks 80% zandbodem zal hebben. 

Wat maakt dit project zo uniek?

Het Integraal Plan Bergse Plassen is het eerste grote saneringsproject (groter dan fl. 10 milj.) op regionaal niveau. Door de aard van de Bergse Plassen (oevers en eilanden) is het werk niet eenvoudig. Het gedeeltelijk verwijderen en afdekken van de rest van de bagger is niet eerder toegepast. Verder kan het project als eerste grote "water schoonmaak project"in stedelijk gebied worden beschouwd.

Tjibbe van Ellen, AKWA (foto: Marjan Euser)Tjibbe van Ellen, projectleider bij AKWA, gaf een toelichting op de uitvoering van het plan. Eerst is een praktijkproef uitgevoerd voor het aantonen van de haalbaarheid van het duurzaam aanbrengen van een zandlaag op slib. Het afdekken bleek inderdaad technisch haalbaar. De ondergrond en afdeklaag blijven stabiel, ook bij belasting door het slepen van een anker over de bodem. Conclusie: het aanbrengen van een zandlaag op de bodem is haalbaar.Verwijderen in combinatie met isoleren bleek het meest doelmatig: dunne lagen verontreinigde bagger worden volledig verwijderd en de gehele bodem wordt afgedekt/geïsoleerd met zand. De zandlaag wordt in twee lagen aangebracht, de eerste laag (de "wapening" voor de tweede laag) wordt ingeregend.

De overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van het werk is beperkt omdat bakkentransport in de plassen niet is toegestaan (bestekeis), evenmin als de afvoer van slib en aanvoer van zand door de bebouwde kom. De afvoer van bagger loopt door een pijpleiding naar een tussenstation (Boerengat) en vervolgens per grote beun naar de Slufter. Een andere belangrijke bestekeis is dat het werk buiten het recreatieseizoen wordt uitgevoerd. De hele vergunningsprocedure heeft de opdrachtgever bewust zelf in de hand gehouden (en is niet uitbesteed aan bijvoorbeeld de aannemer), dit om alle signalen van overlast goed te kunnen bewaken. Roel van Swam, AKWA en directievoerder van het werk, gaf tenslotte een introductie op de excursie naar de Bergse Plassen die in de middag plaatsvond.

Naar aanleiding van vragen uit het publiek over de presentaties:

  • De kans dat er op termijn toch weer een laag eutrofe bagger in de Bergse Plassen ontstaat, zal worden ondervangen door afvoer van polderwater in het kader van het plan "Water 21e eeuw". 
  • Er wordt gebaggerd met een hydraulische graafmachine met open bak om vertroebeling te verwaarlozen. Omdat er veel grof vuil in de plassen ligt, kan niet met een zuiger gewerkt worden.
  • De tolerantie over het hele baggervak is +3,5 -1,5
  • De bodem van de plassen blijkt nóg mobieler dan ingeschat. Het risico van uitbreken en opdrijven van veenschollen is aanwezig. De aannemer monitoort dagelijks de situatie. In het bestek is verder voorgeschreven hoe om te gaan met dit probleem. Overigens lopen de eilandjes geen gevaar, zolang er voldoende afstand tot de oever bewaard wordt bij het uitvoeren van het baggerwerk.

Hydraulische graafmachiene met open bak (foto: Marjan Euser)
Hydraulische graafmachine met open bak

Overige algemene opmerkingen/vragen:

  • Het zou goed zijn om een eenduidige, landelijke richtlijn te hebben voor peilen bij in-situ meting. Er is overigens wel een publicatie geschreven door de Gemeente Rotterdam en VBKO met aanbevelingen over zo'n richtlijn. Verder is er een protocol in bewerking bij SIKB die binnenkort als concept gepubliceerd wordt. Een protocol waterbodem bestaat al; gesuggereerd wordt om daarin de peilrichtlijn op te nemen.
  • Als er suggesties zijn voor onderwerpen voor themadagen van Baggernet, graag doorgeven aan het secretariaat: baggernet@mep.tno.nl 
  • De AKWA-website wordt vernieuwd. Op de nieuwe versie komt een elektronisch discussieplatform, waarvan Baggernet ook gebruik kan maken. De AKWA- en Baggernet-websites zijn met elkaar gelinkt.