Kleinschalige Baggertechnieken - theorie en praktijk

Verslag van de themadag Baggernet op 26 september 2001 te Delft

Voor het onderhoud van watergangen en het verwijderen van vervuilde waterbodems zijn diverse baggertechnieken voorhanden die elk over specifieke eigenschappen beschikken. Welke techniek in welke situatie kan worden ingezet, hangt af van een breed scala aan locatiespecifieke omstandigheden. Op 26 september jl. organiseerde Baggernet, in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland, de Gemeente Delft en de Vereniging van waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken (VBKO) een themadag over dit onderwerp.
Ruim 170 medewerk(st)ers waterschappen, baggerbedrijven, overheden, onderzoeks- en adviesbureaus etc. namen deel aan de bijeenkomst.

Wim Drossaert, coördinator van Baggernet en voorzitter van de themadag, gaf kort een inleiding op het "waarom" van de themadag. Een jaar geleden werd geconstateerd dat van grootschalige baggertechnieken een overzicht beschikbaar was, terwijl dat ontbrak voor de kleinschalige baggertechnieken. Reden voor de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer) zo'n studie uit te laten voeren.

Roderick Mollée, werkzaam bij De Straat milieuadviseurs, gaf vervolgens een presentatie van de resultaten van de inventarisatie die door De Straat is uitgevoerd. De inventarisatie beoogt een handvat te bieden bij de selectie van technieken. Bekeken is welke technieken momenteel worden gebruikt en welke technieken zich bewezen hebben. Een onderverdeling is gemaakt tussen hydraulische en mechanische technieken. De studie geeft weer wat de voor- c.q. nadelen zijn van de diverse technieken, en ook onbedoelde bijeffecten zoals geluidsoverlast. De waterbeheerders is om hun mening gevraagd over de inzetbaarheid van de technieken, waarbij o.a. de volgende aspecten meegenomen werden: 

  • mate van verontreiniging van de bagger,
  • wordt de ondergrond overhoop gehaald,
  • is de locatie toegankelijk genoeg voor de werktuigen, kan de bagger afgevoerd worden?

Zie verder STOWA-rapport nr. 2001-30 (1).

Bij de vragen uit het publiek kwam de suggestie om de keuze van een baggertechniek aan de uitvoerder van het baggerwerk over te laten. Conclusie is dat het over het algemeen beter is om als opdrachtgever niet een techniek voor te schrijven; het inzicht en vakmanschap van de baggeraar kan goed benut worden. Het succesvol toepassen van een techniek, en dus de kwaliteit van het werk, is afhankelijk van de vakbekwaamheid van uitvoerend personeel; dat is een onzekere factor. Overigens organiseert de VBKO voor de medewerkers van haar leden cursussen "kleinschalig baggeren" (zie www.vbko.nl).

Bert Zijlstra, van het Hoogheemraadschap van Delfland, gaf een presentatie over het delen van risico's als uitgangspunt voor het bestek. Het doel van een bestek/overeenkomst is het behalen van de beschreven resultaatsverplichting. Voor de opdrachtgever gaat het daarbij om een resultaat tegen zo laag mogelijke kosten; de aannemer wil zo efficiënt mogelijk kunnen werken en een maximale winst behalen. Factoren die de aanneemsom beïnvloeden zijn productiekosten, verplichtingen, winst c.q. verlies, werkaanbod, concurrentie en risico's. De aanneemsom = productiekosten + winst/verlies + risico. Risico is de kans op schade of verlies die zich tijdens een baggerwerk kan voordoen, en dat risico zal een aannemer nooit op zich willen nemen want dat is een onzekere kostenfactor. Voor het risico van grof vuil wordt aanbevolen duidelijkheid in het baggerbestek te geven, door één van de volgende opties te noemen:

  • alleen de hoeveelheid te verwijderen bagger vermelden
  • hoeveelheid te verwijderen bagger vermelden + een stelpost op te nemen voor stortkosten van grof vuil
  • hoeveelheid te verwijderen bagger vermelden + een indicatie van de hoeveelheid grof vuil in tonnen, waarbij de afvoer- en de stortkosten verrekenbaar worden gesteld
  • voorafgaand aan het baggerwerk de watergang ontdoen van grofvuil tegen een eenheidsprijs

Er zijn natuurlijk meer varianten te bedenken.
Risico van grof vuil speelt altijd in stedelijk gebied. In landelijk gebied wordt er nauwelijks grof vuil aangetroffen, dus als daar al van risico sprake is, kan dat bij de aannemer gelegd worden.
Conclusie is dat hoe duidelijker de werkomschrijving is, hoe kleiner het risico, hoe lager de eenheidsprijzen/aanneemsom, en omgekeerd.

Cees Westbroek (Klip Bagger- en Aannemingsmaatschappij, Vis Baggerwerken) gaf een terugblik op de ontwikkeling van kleinschalig baggerwerk door de jaren heen. Tot 1950 werkte men in veenweidegebieden met de baggerbeugel, een zware en tijdrovende manier van werken. Zo ontstond het idee om machines te ontwikkelen om dit werk makkelijker en goedkoper te maken. Pioniers op dit gebied zijn Johan Klip en Co Konijn. Een kleine zuiger werd ontwikkeld die bagger direct op weilanden sproeide, het zgn. baggerkanon. De methodiek wordt nog steeds toegepast in landelijk gebied. Ook werd een varende draadkraan en schuifboot ontwikkeld, om op moeilijk bereikbare plaatsen vanaf het water te werken. In de jaren 60 ging de ontwikkeling verder door bagger via een persleiding in een depot te laten spuiten; een decennium later werd er een cutter aan gehangen en in de jaren 80 deed de zwenkladder zijn intrede. Kon men voorheen slechts slib baggeren, nu kon ook zand en klei te lijf worden gegaan. Op dit moment zijn kleinschalige zuigers in staat om te baggeren tot dieptes van 35 meter en met behulp van tussenstations is men in staat de specie vele kilometers weg te persen. Voor kleinschalig baggeren is een zuigertje gebouwd waarmee de lastigste hindernissen zoals lage bruggen en haakse bochten in stedelijk gebied genomen kunnen worden. En nog steeds wordt er gewerkt aan verbetering van machines om aan de steeds hogere eisen van de opdrachtgever te kunnen voldoen. Kortom, er is veel know-how bij de aannemerij te vinden, en de waterbeheerders worden geadviseerd dat vakmanschap te benutten bij overleg over een baggerwerk en keuze van toe te passen technieken.

Forumdiscussie

De sprekers werden gevraagd te reageren op een drietal stellingen:

  1. In een bestek moet de in te zetten baggertechniek door de opdrachtgever worden voorgeschreven. 
    Het forum was het hier niet mee eens.Cees Westbroek lichtte toe dat een opdrachtgever zich kwetsbaar opstelt door een techniek voor te schrijven. Als de techniek niet geschikt is, valt het resultaat tegen.Bert Zijlstra vulde aan dat de opdrachtgever zich zo nodig kan beperken tot het uitsluiten van technieken.Roderick Mollée meende dat in een uitzonderingsgeval, b.v. als er een hoge nauwkeurigheid vereist is, de opdrachtgever een specifieke techniek voor zou kunnen schrijven.De zaal werd om een reactie gevraagd.Hendrik Bijnsdorp van de VBKO achtte het raadzaam dat een opdrachtgever geen technieken voorschrijft, maar wel de randvoorwaarden duidelijk aangeeft. De expertise w.b. technieken ligt bij de aannemerij.
  2. Het risico van aanwezigheid van grofvuil ligt bij de aannemer.
    Cees Westbroek vond dat het risico bij de opdrachtgever moet liggen, en dat in overleg met de aannemer besloten moet worden hoe met het grof vuil om te gaan.Bert Zijlstra herhaalde wat hij eerder in zijn presentatie naar voren bracht: duidelijk aangeven in het bestek wat verwacht wordt van de aannemer.Roderick Mollée dacht dat wanneer het risico bij de aannemer gelegd wordt, dit de kostprijs voor de opdrachtgever nadelig zal beïnvloeden.Een alternatieve aanpak zou zijn om eerst het grof vuil weg te halen alvorens te baggeren. Maar bij die eerste stap wordt mors gecreëerd wat de tweede stap frustreert. Dat betekent een wachttijd tussen de eerste en tweede stap - en in die periode kan er weer grof vuil gedumpt zijn.
  3. Zolang er geen landelijke richtlijn is over een meettechniek, mogen geen harde eisen worden gesteld aan de te behalen baggernauwkeurigheid.
    Roderick Mollée vond dit een dure stelling. Naar eer en geweten is er best wel een haalbaarheidseis te stellen."Hoe gaan we met meetdata om" is ook een voorwaarde die uitgewerkt moet zijn. Eenduidigheid over meetnauwkeurigheden. NB: De VBKO geeft samen met de Gemeente Rotterdam een publicatie "Maak- en Meetnauwkeurigheden bij de uitvoering van baggerwerken en steenbestoringen" uit. Zie www.vbko.nl  (tandwieltje, technische rapporten).

De ochtend werd afgerond met een mededelingen en vragenkwartiertje, o.a.

  • Initiatief tot een marktstudie gerijpte baggerspecie. Voor info: Johan van der Gun
  • Rapport "Nauwkeurigheid draadkranen" is gratis te verkrijgen via VBKO. (Email: a.beenders@vbko.nl)
  • VBKO verkent de belangstelling voor een cursus kleinschalig baggeren t.b.v. opdrachtgevers, bestekschrijvers en directievoerders. Info: Hendrik Bijnsdorp.
  • De volgende themadag van Baggernet is op 6 december en gaat over het Integraal Plan Bergse Plassen. Nadere info bij secretariaat Baggernet.

Na de lunch werden een aantal baggertechnieken gedemonstreerd door leden van de VBKO:


De cutterzuiger: een continu gravend baggerwerktuig, verankerd door middel van een spudpaal. Met de snijkop wordt de grond losgesneden en als een grondwatermengsel opgezogen en via een drijvende leiding en walleiding naar het stort geperst.


Drijvende kraan, uitgerust met een grijper.


Schuifboot, ofwel varende bulldozer. Een werktuig speciaal ontwikkeld voor het schoon baggeren van dichtgeslibde sloten en kleine watergangen. Vooral handig als er niet vanaf de kant kan worden gewerkt.


Mobiele baggerinstallaties.

Bovendien werd er een video vertoond van het project Rottemeren.

(1) STOWA-rapport 2001-30 "Inventarisatie kleinschalige baggertechnieken". Te bestellen bij Hageman Fulfilment, Postbus 1110, 3330 CC  Zwijndrecht, e-mail hff@wxs.nl. Kosten f 30,=.