Thema: De praktijk van waterschappen

Baggernetdag 1 juni 1999 te Ilpendam

Het was in alle opzichten een zonnige dag, waarop de eerste bijeenkomst van het baggernetwerk plaatsvond in het Dorpshuis van Ilpendam. Rond de 150 mensen uit de "baggerwereld" hadden de reis naar dit dorp onder de rook van Amsterdam ondernomen. De stemming was de hele dag prima, de plezierig informele sfeer bood ruimschoots gelegenheid tot onderling netwerken en tijdens de middagexcursie in het Ilperveld werd gratis een zomers bruintintje verstrekt. Bij de organisatoren zijn veel positieve reacties binnengekomen; er is dan ook alle vertrouwen in de toekomst van Baggernet.

Programma 1 juni

9.30 Ontvangst/koffie
9.45Welkom en introductie Baggernet
Addie Weenk, coördinator Baggernet
10.00Case Energiebagger Wieringermeer
Inleider: Detmer Boels (SC-DLO)
10.30Pauze
11.00Praktijk Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen
Inleider: Thom van de Werf (Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen, District Heerhugowaard)
11.30Praktijk Waterschap De Waterlanden
Inleider: Hans Verhoeve (Waterschap De Waterlanden, Middenbeemster)
12.00Samenvatting ochtendgedeelte en aankondigingen
Addie Weenk e.a.
12.15Lunch en Kennismarkt
13.15Videovertoning Ilperveld (met Harm Ritsema)
13.30Case Ilperveld
Inleiders: Simon Bos (Tauw) en Piet van Kranenburg
14.00Bezoek per boot aan het Ilperveld
Coördinator: Jan van Steyn (Noord-Hollands Landschap)
17.00Afsluiting met borrel/snack

Welkom en introductie Baggernet

Addie Weenk, projectleider Baggernet, heet de aanwezigen welkom en geeft een toelichting op het Baggernet-project. Baggernet is een PGBO-project, gericht op het versterken van het netwerk van kennissen en kennis op het gebied van verontreinigde waterbodems en baggerspecie. Achterliggende gedachte is, dat netwerkversterking kan leiden tot een verhoogde, doelgerichte uitwisseling van kennis en informatie en daarmee tot een betere omgang met verontreinigde waterbodems en baggerspecie. Het projectteam bestaat uit Marjan Euser (TNO-MEP), Haico Wevers (AKWA), Bas van der Wal (STOWA) en Addie Weenk (TNO-MEP). Begeleiding van het project vindt plaats door een PGBO-commissie en een informele adviesgroep. In het kader van het project worden twee grote bijeenkomsten georganiseerd, waarvan dit er een is. Daarnaast zullen enkele kleinere zgn. initiatiefsessies worden gehouden, met het doel nieuwe ontwikkelingen bekend te maken en demo-/pilotprojecten van de grond te krijgen. Een derde groep van activiteiten is gericht op het inzichtelijk en aanspreekbaar/bevraagbaar maken van het netwerk, bijvoorbeeld door middel van een website op het internet. Beoogde kenmerken van de grote bijeenkomsten zijn: informeel, praktijkgericht, werken met thema’s, op/nabij een locatie, in combinatie met een excursie en veel ruimte voor interactie.

Case Energiebagger Wieringermeer

Detmer Boels (SC-DLO) presenteert de bevindingen van het project Energiebagger Wieringermeer. Hij vervangt Joop Harmsen (SC-DLO) die helaas wegens omstandigheden verstek moest laten gaan. Boels gaat in op het waarom van biologische reiniging en energieteelt. Daarnaast vertelt hij over het onderzoek in de praktijk, resultaten van werk op de Eurojoule-locatie, knelpunten bij het onderzoek en de behoefte die er nog bestaat aan bepaalde kennis en informatie.

Vragen/opmerkingen/antwoorden naar aanleiding van de presentatie waren:

Hoe groot moet het oppervlak van een depot zijn om het rendabel te maken? Rol Eurojoule? Neemt die bagger in ontvangst en is daarmee de opdrachtgever verlost van het probleem?
Eurojoule is een combinatie van aannemers en onderzoeksinstellingen met doel te "leren". Vergunning is geregeld voor 35 ha. Opdrachtgever is inderdaad verlost van de problemen, mits de bagger aan gestelde criteria voldoet.

Zijn er risico’s voor vogels op de langere termijn? (merels die regenwormen eten)
Ecologische risico’s zijn beoordeeld door bioassays met regenwormen: uit de proeven bleek dat wormen zich normaal ontwikkelen. Conclusie is dat er geen risico is op doorvergiftiging. De regenwormen bevatten weinig metalen.

Hoe groot zijn olie/PAK gehaltes in deze proef?
Uitgegaan is van klasse 3/4 baggerspecie: 50 à 60 microgram per kilo.

Wat zijn de kosten van verwijderen van wilg & wortels van de wilg?
Geen exacte gegevens van voorhanden.

Is er in het onderzoek gekeken naar de samenstelling van bagger (zandfractie, effectiviteit van de afbraak)?
Er is met één soort baggerspecie gewerkt. Effectiviteit is niet bekeken, maar wel de fysische eigenschappen.

Download sheets van bovenstaande presentatie

Praktijk Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen

Thom van de Werf, werkzaam bij het Hoogheemraadschap Uitwaterende Sluizen in het Hollands Noorderkwartier in de functie van coördinator Onderhoud District Heerhugowaard, vertelt over de werkprocessen in het district en de knelpunten die hij ervaart ten aanzien van verontreinigde waterbodems/baggerspecie. De knelpunten hebben in grote lijn betrekking op de afstemming tussen milieu- en arboregels en praktische knelpunten in het baggerproject Groote Sloot.

Bij het in/uitpeilen van klasse 3 en/of 4 specie vraagt Van de Werf zich af welke normen er gelden ten aanzien van de arbeidsomstandigheden. Er lijkt wel een milieuklasse gedefinieerd, maar geen arboklasse. Tijhuis (Dosco Klein Baggerwerken) meldt dat de arbeidsinspectie vasthoudt aan bestaande normeringen. Havekes (Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht) heeft dezelfde problematiek ervaren als Van de Werf, maar nu draaien ze weer. Verwezen wordt naar een lijstje uit CNOW, waarin de normeringen staan. Havekes zegt dat er een computerprogramma beschikbaar is. Van de Werf kan verdere info en ervaringen bij Havekes opvragen. In dit kader wordt trouwens ook de naam van adviesbureau Omegam genoemd.

Praktische knelpunten die Van de Werf naar voren brengt zijn:

  • het vergunningverleningstraject is lang en moeizaam. Er bestaat behoefte aan een vereenvoudigde procedure en/of ondersteuning door middel van een stappenplan. Van Berkel (VBKO) meldt, dat er bij het VBKO een aantal baggerbedrijven bekend zijn die inmiddels veel ervaring hebben met het soepel doorlopen van het totale baggertraject, inclusief het vergunningentraject.
  • de baggerstorttarieven zijn onduidelijk. Stam (BV Baggerzorg) reageert hierop als volgt: de prijsbepaling is op basis van de bruikbaarheid van de bagger. Bagger in-situ met een droge stof gehalte van 12% is veel goedkoper dan bagger met d.s.-gehalte van 35% en zand. ‘Veen’-bagger is nog weer goedkoper. De wijze waarop de bagger wordt aangeboden is belangrijk voor het vaststellen van de prijs (prijs wordt vooraf vastgesteld). Hergebruiksmogelijkheden worden bepaald door het gehalte aan minerale olie.
  • bij het baggeren ontstonden verkeersproblemen: de schooljeugd stoorde zich niet aan de afzettingen en waarschuwingen. Dat maakte extra voorzichtig manoeuvreren noodzakelijk;
  • moeizame communicatie door constructie van uitvoerder en onderaannemer/loonbedrijf;
  • bermschade door vrachtwagens. Dit zou te voorkomen zijn door het schuiven van de bagger door de watergang naar een verzamelpunt. Een verzoek daartoe werd echter afgewezen door Uitwaterende Sluizen.

Naar aanleiding van een vraag over het gescheiden houden van de verschillende klassen, meldt Van de Werf dat de scheiding klasse 2/3 eenvoudig was: die twee klassen zaten namelijk in verschillende bakken. Overigens zat in één bak ook klasse 2/3 bij elkaar (bovenste laag 2, onderste 3). De kwaliteit van water en bodem wordt na het baggeren gecontroleerd/gemonitord.

Download sheets van bovenstaande presentatie*

Praktijk Waterschap De Waterlanden

Hans Verhoeve (Waterschap De Waterlanden) presenteert een kaart van het Ilperveld met daarop de verschillende kwaliteiten waterbodems. Zo’n kaart biedt ondersteuning bij het nagaan van de mogelijkheden om optimaal met verontreinigde waterbodems/baggerspecie om te gaan.

Kaartfragment Baggerplan Ilperveld

Als knelpunt signaleert Verhoeve dat er nog onduidelijkheid bestaat over de ontvangstplicht van gemeenten voor klasse 1/2 specie uit lokale onderhoudswerkzaamheden. Gemeenten dienen daartoe een depot in te richten, maar lang niet alle betrokken gemeenten zijn al zo ver. Gemeld wordt, dat de ontvangstplicht door een bedrijf overgenomen/uitbesteed kan worden. Verschillende bedrijven bieden zich aan, waaronder BV Baggerzorg en De Vries en van de Wiel. De vraag is namelijk, of het efficiënt is dat iedere gemeente zijn eigen depot heeft. Inmiddels zijn er trouwens gemeenten waarin het lokale depot prima werkt, bijvoorbeeld Purmerend. Samenwerking tussen gemeente en waterschap is daarbij essentieel.

Een knelpunt is nog steeds hoe klasse 3/4 waterbodem het beste te verwijderen is, bijvoorbeeld door te schuiven (interessant voor in het stedelijke gebied) of op te zuigen (veengebieden). In een veenweidegebied zou een tijdelijk lokaal depot aangelegd kunnen worden ten behoeve van droging en latere afvoer van de klei.

Klasse 3/4 specie (ongeveer 10% van totaal) wordt door Waterschap de Waterlanden gestort in het depot van Nauerna. In Ilperveld wordt dergelijke bagger in het kader van een experiment geïmmobiliseerd en afgedekt met een schone laag, want er is heel veel zwaar verontreinigde bagger. Je zou ook bagger van klasse 3 terug kunnen brengen naar klasse 2 (rijping, landfarming) en dan een combinatie van bestemmingen zoeken. Wieringermeer is er een aardig voorbeeld van dat dat haalbaar is. Van belang is, dat je goed monitort en de risico’s in de gaten houdt.

Rienks meldt, dat de onderhoudsplicht nu berust bij de gemeente. Dat kan echter veranderen. Eén en ander wordt vastgelegd in een bestuurlijk plan.

Mededelingen nog net voor de lunch

  • Mw. Wichman (RWS-DWW) meldt het symposium ‘gashoudend slib’ op 21 september 1999;
  • Groen (RWS-RIZA/AKWA) noemt het Advies- en Kenniscentrum Waterbodem (AKWA) van RWS. Dit centrum staat primair ten dienste van RWS. AKWA geeft een nieuwsbrief uit waarop een ieder zich kan abonneren. Op 30 juni 1999 is het AKWA-congres in de Doelen over "Waterbodems in de volgende eeuw". Informatie hierover te verkrijgen op: tel. 010 2073368
    (mw. Moonen) of R. van Dijk, RIZA, Postbus 17, 8200 AA Lelystad, tel. 0320 298533;
  • Rogaar (PGBO) meldt dat op 29 en 30 november het jaarlijks congres Bodembreed zal plaatsvinden in Lunteren. Hij nodigt de aanwezigen uit tot bijwoning en het indienen van papers. Meer info bij: tel. 0317482023 (mw. M. Lexmond), e-mail: skb@cur.nl of marjo.lexmond@algemeen.mt.wau.nl
  • Van Bladeren (UvW):
    Momenteel wordt in opdracht van de landelijke stuurgroep waterbodems door Bakker (RIZA) hard gewerkt aan het 10-jarenscenario. Intentie van dat scenario is om tot een intensievere samenwerking te komen tussen de verschillende beheerders van waterbodems. Vooral toepassen, verwerken en storten van specie zijn daarbij van belang. De samenwerking begint op regionaal niveau tussen regionale directies RWS, waterschappen en gemeenten onder aanvoering van de provincies. Het doel is om de problematiek zoveel mogelijk regionaal op te lossen om vervolgens restproblemen landelijk aan te kaarten en politiek in beeld te brengen. Een eerste concrete stap zal zijn het opzetten van de gegevensverzameling via regionale enquêtes. De Unie enquête waterbodems waaraan de waterschappen gewend waren zal hierin opgaan. Voor verdere vragen: Tiede Bakker RIZA, tel. 0320 298761.

Video over het Ilperveld-project

Informatie over de vertoonde video over het Ilperveld-project is te verkrijgen bij Ritsema, Afvalzorg Deponie BV, tel. 023 5534531.

Case Ilperveld

Simon Bos (Tauw) vertelt over het proefproject in Ilperveld.

Ilperveld betreft een veenweidegebied met een natuur- en recreatiefunctie. In het gebied zijn oude, ongeïsoleerde stortplaatsen aanwezig. Bovendien dient er ten behoeve van onderhoud gebaggerd te worden, waarbij de waterbodem/baggerspecie flink verontreinigd (klasse 4) blijkt te zijn. Dit probleem belemmert de verdere ontwikkeling van het gebied. Doelstelling van het project is om een duurzame isolatie van de stortplaatsen tot stand te brengen met gebiedseigen verontreinigde baggerspecie. Twee vliegen in een klap dus. Over de laag verontreinigde baggerspecie zal een laag schone baggerspecie worden aangebracht. Eén en ander wordt op zijn plaats gehouden door kades van 1 tot 1,5 meter hoog.

Vragen die spelen, betreffen verspreidingsrisico's en risico's op de stort en in de watergang, voor en na de operatie. Bovendien is natuurlijk de vraag hoe je zo'n operatie praktisch gezien het beste uit kunt voeren. De sterk verontreinigde specie bleek hoge gehalten aan verontreinigingen te bevatten. Deze waren echter nauwelijks biologisch beschikbaar. De organische verontreinigingen worden door natuurlijke processen afgebroken. De operatie heeft tot dusver een positief effect gehad op de omringende sloten. De vraag rijst hoe baggerspecie beoordeeld dient te worden. "Vuil" blijkt hier geen risico's op te leveren en zelfs een goede basis te zijn voor o.a. planten. De meest bedreigende factoren voor natuurontwikkeling zijn eerder het zwevend stof in de sloten en puin en glas op de stortplaatsen. De vergunningen voor het project zijn tot stand gekomen door met alle betrokkenen om de tafel te gaan zitten. Dit heeft goed gewerkt.

Van de Waarde (Bioclear) vraagt of er een worst-case vangnetconstructie was indien verontreinigingen onverhoopt terug zouden gaan naar de watergangen. Daar is inderdaad rekening mee gehouden, o.a. door de mogelijkheid om een onderbemaling te installeren. Dit is in ieder geval tijdelijk een oplossing.

Rienks (RWS-RIZA) vraagt of het afbreken van het organisch materiaal niet een verhoogde mobiliteit van verontreinigingen ten gevolge heeft, wat mogelijk tot risico's leidt. Bos zegt dat om die reden twee proefdepots zijn ingericht: een depot boven grondwater en een depot tot in het grondwater. In dit tweede depot zal een redoxzonering ontstaan, waardoor eventuele mobiel geworden verontreinigingen weer gebonden worden. De resultaten van de twee depots moeten aantonen of inderdaad verhoogde mobiliteit optreedt. De monitoring in het kader van het project houdt dit jaar (na 2 jaar) op, met de gedachte dat er voldoende is gemonitord. Na evaluatie volgt de vertaalslag voor heel Ilperveld. De algemene monitoring gaat wel gewoon door.

Wichman (RWS-DWW) vraagt of het organisch stof ook anaëroob kan worden afgebroken, waarbij dan methaangas ontstaat. Dat is echter nooit gemeten, volgens Kampf (HHRS Uitwaterende Sluizen). Kampf nodigt trouwens wetenschappers uit om praktijkproeven te komen doen in deze bijzondere omstandigheden.

Een interessante vraag was, of de belastingdienst al heeft gereageerd door met een heffing te komen voor het storten. Geantwoord wordt, dat het hier niet om storten gaat, maar om natuurbouw.

Krijgsman (Witteveen & Bos) vraagt hoe aan de MER-plicht is ontkomen. Het lijkt namelijk te gaan om BAGA-materiaal. De baggerspecie bleek echter niet de BAGA-verontreinigingsgraad te hebben, zodat de MER-plicht niet geldt.

Download sheets van bovenstaande presentatie*

Bezoek aan het Ilperveld

Het bezoek aan het Ilperveld vindt plaats via enkele boten die, samen met een aantal kundige begeleiders, beschikbaar zijn gesteld door Jan van Steijn van het Noord-Hollands Landschap. Onder uitstekende weersomstandigheden (technisch weertje) krijgen de deelnemers een indruk van het natuurschoon, de stortplaatsen en het Ilperveld-project.

990601-03.jpg (29762 bytes)

De sterk verontreinigde specie blijkt een vruchtbare ondergrond te zijn voor weelderige en wilde begroeing. Storend is het oude zwerfvuil: stukken glas en keramiek. Alvorens terug te keren naar het Dorpshuis wordt aan het einde van de middag een bezoek gebracht aan het bezoekerscentrum Ilperveld.

Conclusie

In het Dorpshuis wordt de dag afgesloten met enkele samenvattende en dankzeggende woorden, waarna een hapje en een drankje verstrekt. De vele positieve reacties tijdens en na de bijeenkomst (dank voor het grote aantal reacties in het Gastenboek!) leiden tot de conclusie dat het hier een zeer geslaagde dag betrof.

Download sheets presentaties Eerste Baggernetdag

De sheets van de presentaties zijn hieronder als gezipte Powerpoint 97-bestanden te downloaden.