Verspreidbare bagger en weilanddepots

Verslag

  • Wat kun je als waterschap doen als er jaarlijks baggerspecie vrijkomt uit ruim 300 km watergangen?
  • Welke mogelijkheden biedt het Besluit bodemkwaliteit daarbij?
  • Wat zijn de risico’s en effecten op de bodemkwaliteit als je jarenlang baggerspecie op aangrenzende percelen verspreidt?
  • En welke eerste conclusies kunnen er getrokken worden uit de evaluatie van het Besluit bodemkwaliteit?

Deze en andere vragen kwamen donderdag 27 januari 2011 aan de orde tijdens de themadag “Verspreidbare bagger en weilanddepots” in Sliedrecht die Baggernet in samenwerking met Waterschap Rivierenland organiseerde.
Voor de dag was veel belangstelling, ruim 300 deelnemers waren aanwezig.

Welkomstwoord door Roelof Bleker
Het Waterschap Rivierenland was gastheer. Dagvoorzitter Wim Drossaert opende de bijeenkomst met een interview met Roelof Bleker. Roelof Bleker is sinds oktober 2010 Dijkgraaf van het Waterschap Rivierenland. Daarvoor was hij 9 jaar Wethouder Ruimtelijke Ordening in de Gemeente Enschede. Zijn ervaring als Wethouder komt hem van pas bij de overleggen met de verschillende gemeentes in het beheersgebied van het Waterschap.
Met zijn aanstelling bij het Waterschap Rivierenland viel Roelof met zijn neus in de boter: ook dit jaar steeg het water in de rivieren sterk. In tegenstelling tot in 1995, toen ruim 250.000 inwoners voor het stijgende water geëvacueerd moesten worden, had het waterschap dit keer de zaak onder controle. De pers die bovenop het nieuws sprong, bezorgde het waterschap meer werk dan het daadwerkelijke hoge water.
Tijdens zijn voordracht als Dijkgraaf was het voortbestaan van de waterschappen onzeker. Als Dijkgraaf wil Roelof ervoor zorgen dat de functie van het waterschap versterkt wordt en dat de waterschappen ervoor zorgen dat het werk dat zij verzetten zichtbaarder wordt.
Met betrekking tot het thema verspreidbare baggerspecie en weilanddepots hoopt hij op een innige samenwerking tussen waterschappen en gemeentes.

Leven met bagger
Myra Kremer (beleidsmedewerker waterbodem) en Hans Vos (projectleider baggeren) van het Waterschap Rivierenland lichtten in hun presentatie toe hoe het waterschap met de verspreidbare baggerspecie en weilanddepots omgaat.
Het Waterschap Rivierenland kent een baggercyclus van 15 jaar. In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden komt jaarlijks zo’n 250.000 m³ baggerspecie vrij. Het gaat hier om landelijk veengebied (klei of veen op veen) met weinig bebouwing en weinig bos. In dit gebied wordt sinds 1970 gebruik gemaakt van depots. Er zijn zeer veel watergangen in dit gebied. De grote watergangen (A- en boezemwatergangen) worden door het waterschap onderhouden. De kleinere watergangen worden in het stedelijk gebied door de gemeentes en in het landelijk gebied door de agrariërs onderhouden.
In het project Leven met Bagger is gezocht naar mogelijkheden om de grote hoeveelheid baggerspecie die jaarlijks vrijkomt, in het eigen gebied toe te passen.
Doel van het project is om gedragen gebiedsspecifiek beleid voor de afzet en toepassing van bagger (en grond) in de Alblasserwaard samen met belanghebbenden op te stellen.
Binnen het project is met verschillende partijen samengewerkt en kennisgedeeld (LTO, Zuid-Hollands Landschap en Deltares).
In het gebied worden de peilen verlaagd om er voor te zorgen dat de agrariërs gebruik kunnen maken van de landbouwgrond. Dit heeft als negatief gevolg dat het veen mineraliseert, waardoor er sprake is van bodemdaling en er CO2 vrijkomt. Het vrijkomen van CO2 kan klimaatverandering tot gevolg hebben.
Door baggerspecie toe te passen, kan zowel bodemdaling als het vrijkomen van CO2 tegengegaan worden.

Hans Vos (projectleider waterbodem WSRL) lichtte verder toe dat het Waterschap Rivierenland met de inliggende gemeentes een intentie-overeenkomst heeft getekend. Het waterschap heeft samen met de Milieudienst Zuid-Holland Zuid gebiedsspecifiek beleid opgezet.
In eerste instantie ging men er van uit dat de waterbodem van de grotere watergangen in het gebied van dezelfde kwaliteit zou zijn als die van de kleinere watergangen. De baggerspecie uit de kleine (B) watergangen kan doorgaans op het aangrenzende perceel verspreid worden.
Uit onderzoek bleek echter dat de kwaliteit van de baggerspecie in de grote watergangen van mindere kwaliteit is dan die van de kleinere watergangen. Het opstellen van locale maximale waarden heeft daarom weinig effect.
In de Bodembeheernota van de Milieudienst Zuid-Holland Zuid is gekozen voor gebiedsspecifiek beleid, waarbij rekening wordt gehouden met het Besluit bodemkwaliteit, bodemverbetering voor de agrariërs. De gestelde doelen zorgen voor zelfvoorzienendheid en een verspreiding van de baggerspecie in het eigen gebied.

Nico Maat (senior projectleider baggeren WSRL) behandelde in zijn presentatie ‘Weilanddepots: Regel het maar!’ het project Papendrecht/Oud-Alblas. Hierbij komt uit twee grote watergangen zo’n 80.000m3 baggerspecie vrij. Indien dit over aangrenzende percelen verspreid wordt, is daarvoor 100 hectare land nodig. Omdat die ruimte niet beschikbaar is, is voor een andere oplossing gekozen.
Bij het project zijn verschillende actoren betrokken, zoals drie gemeentes, spoorbeheerders en zo’n 800 aangelanden. Uiteindelijk is er voor gekozen om een deel van de verspreidbare baggerspecie af te voeren. Een groot deel van de baggerspecie is verspreid over aangrenzend perceel (40.000 m3). Het overige deel is in weilanddepots terecht gekomen. Een van de belangrijkste lessen van dit project is om op tijd te beginnen met het inschakelen van betrokkenen en bevoegde gezagen, zodat duidelijk is wat ieders taak en wensen zijn binnen het project. Daarnaast dient er rekening mee te worden gehouden dat het aanvragen van vergunningen de nodige tijd kost.

Joop Bakker
‘Wat doen we met de bagger en wat betekent dit voor de bodemkwaliteit? Verspreiding op aanliggend perceel versus weilanddepot’,

In zijn presentatie lichtte Joop Bakker (Alterra) de eerste uitkomsten van het onderzoek naar de effecten van het verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel toe. Dit onderzoek wordt door Alterra uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het ministerie van Milieu en Infrastructuur, STOWA en de Technische Commissie Bodembescherming.
Zijn presentatie riep de nodige discussie op.
Veel vragen uit de zaal gingen over de reikwijdte van het verspreiden van baggerspecie. Dit is geen nieuwe discussie want na inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit werden hier in 2008 ook al veel vragen over gesteld bij de bodemhelpdesk en is hier over gediscussieerd. Agentschap NL / Bodem+ heeft een toelichting geschreven over dit onderwerp dat is opgetekend in een handvat. Dit document is geaccordeerd door het Implementatieteam van het Besluit bodemkwaliteit, waarin alle relevante overheden en het bedrijfsleven participeren, en te downloaden via deze link.
In lijn met de wens tot decentralisering en het leggen van verantwoordelijkheden op de juiste plaats, is de regelgeving hier dus minder sturend en meer kaderstellend geworden.

Michiel Gadella Bodem+
Eerste resultaten evaluatie Besluit bodemkwaliteit

AgentschapNL is momenteel druk bezig met de eerste evaluatie van de implementatie van het Besluit bodemkwaliteit. In het najaar van 2011 wordt de Tweede Kamer hier ook over geïnformeerd.
Michiel Gadella lichtte in zijn presentatie de eerste conclusies toe.
Over het algemeen was hij zeer positief over de manier waarop overheden omgaan met de mogelijkheden van het Besluit bodemkwaliteit en vond dat dat ook weleens gezegd mag worden. De Handhaving en het toezicht op het Besluit bodemkwaliteit verdienen nog extra aandacht.

Excursie
‘s Middags konden de deelnemers op excursie:
1. naar weilanddepots in het veld in combinatie met een bezoek aan Kinderdijk;
2. naar het Nationaal Baggermuseum dat inzicht geeft in de Nederlandse baggergeschiedenis (www.baggermuseum.nl)

Bekijk hier de foto's

Downloaden

Algemeen
  • Programma als pdf
  • Deelnemerslijst als pdf
  • Verslag als pdf