Handreiking herinrichting diepe plassen

Thema-ochtend Baggernet op vrijdag 27 november 2009
In samenwerking met SenterNovem/Bodem+, Provincie Gelderland, VROM en V&W

Locatie: Provinciehuis Gelderland te Arnhem

Verslag

Op vrijdag 27 november 2009 vond in het Provinciehuis van Gelderland de Baggernetbijeenkomst plaats over zandwinputten. Baggernet heeft deze dag georganiseerd in samenwerking met SenterNovem/Bodem+, de Provincie Gelderland, het ministerie van VROM en het ministerie van V&W. Aanleiding voor de bijeenkomst was de totstandkoming van de Handreiking Zandwinputten. Hierin staat beschreven welk proces gevolgd dient te worden bij het herinrichten van diepe plassen, waaronder voormalige zandwinputten.
Om de waterkwaliteit, waterveiligheid en natuur te verbeteren worden op een groot aantal plaatsen in Nederland zandwinplassen minder diep gemaakt. In maart 2009 heeft minister Cramer een commissie van deskundigen gevraagd onderzoek te doen naar de noodzaak van aanvullende maatregelen bij het toepassen van grond en baggerspecie in zandwinputten (in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit). Deze commissie, (de commissie Verheijen), is ingesteld nadat omwonenden van zandwinplassen hun bezorgdheid hadden uitgesproken.
Bij het werk van de commissie zijn verschillende partijen, zoals bewoners, waterschappen,provincies, Rijkswaterstaat, aannemers en grondbanken, betrokken geweest. Het advies van de commissie Verheijen stelt dat de bestaande algemene regels in het Besluit bodemkwaliteit een goede basis zijn voor het verondiepen van diepe plassen met grond en baggerspecie. De lokale omstandigheden bepalen echter op welke manier dat moet worden uitgevoerd en welke voorzieningen nodig zijn. Initiatiefnemers en lokale overheden moeten daarom zorgvuldig en transparant de kansen en mogelijkheden van verondiepen vooraf duidelijk maken. Een grondige consultatie van betrokkenen en omwonenden is noodzakelijk. Verondiepen is maatwerk.
Bodem+ heeft een werkgroep opgezet om het advies van de commissie te vertalen naar de uitvoeringspraktijk. Hierbij is onder meer een checklist gemaakt voor lopende projecten en een ‘Puttenwijzer’ als Handreiking voor nieuwe projecten.
De problematiek rond zandwinputten heeft de afgelopen maanden volop in de belangstelling gestaan. Dat het onderwerp leeft, bleek ook uit de grote opkomst voor deze Baggernetdag. Tijdens de Baggernetdag werd de aanleiding van het onderzoek door de commissie Verheijen en het proces van de totstandkoming van de Handreiking verder toegelicht.

Na het welkomstwoord van dagvoorzitter Wim Drossaert luidde Annelies van der Kolk, gedeputeerde namens de Provincie Gelderland, de dag in.
In haar toespraak ging zij in op de volgende drie onderwerpen:
1) Een heldere rolverdeling tussen de overheden:
Voor de burger is de overheid een orgaan. Bij de puttenproblematiek was het voor de betrokken overheden even zoeken wie welke rol heeft, maar toen dat eenmaal duidelijk was, hebben alle overheden hun verantwoordelijkheden onderkend en zoveel mogelijk samengewerkt. Als provinciaal bestuurder heeft Annelies van der Kolk met name de regierol op zich genomen en de verschillende partijen om de tafel gebracht.
2) Vertrouwen in regelgeving en een goede milieubescherming:
De commissie Verheijen heeft in korte tijd een ingrijpend advies opgesteld. Hierbij is de bestaande regelgeving op verzoek van minister Cramer kritisch bekeken. Het advies ondersteunt de bestaande regelgeving met betrekking tot zandwinputten, maar geeft ook een aantal kritische adviezen. De uitwerking is een verantwoordelijkheid van de minister. Wanneer de landelijke regelgeving helder, rechtszeker en betrouwbaar is, geeft dat voldoende aanknopingspunten om op regionaal en lokaal niveau een transparante overheid te zijn waar de samenleving om vraagt en recht op heeft. De provincie Gelderland gaat nu aan de slag om met de betrokken partijen het beleid te vertalen naar lokaal niveau. Hierbij wordt als eerste de prioritering opgepakt. Dit is geen eenvoudige klus. Alleen al in Gelderland gaat het om ruim 500 grotere en kleinere zandwinputten.
3) Het belang van een goede interactie met de burger:
Het advies dat de commissie Verheijen heeft uitgebracht is een advies dat voor een groot deel niet over beleid gaat. Maar over de manier waarop beleid wordt uitgelegd. Zoals wanneer zijn er inspraakmomenten of interactiemomenten met burgers en andere belanghebbenden. Dit zal in de toekomst steeds belangrijker worden. Burgers hebben vaak een nadrukkelijke mening en opvattingen en zijn ook steeds vaker deskundigen (dankzij de informatietechnologie kunnen zij hun eigen informatie vergaren en daar betekenis aan geven) en de overheid moet met hen in overleg treden. Dit kan frustrerend zijn voor deskundigen met jarenlange kennis en ervaring, maar de opvattingen en kennis van burgers is even waardevol. Mensen worden van alle kanten gevoed met informatie die ze niet altijd betekenis kunnen geven of een eigen betekenis geven, een duidelijk symptoom van deze tijd. De overheid heeft de taak om helder en duidelijk aan te geven welke keuzes gemaakt worden en waarom juist deze keuzes gemaakt worden. Het ontbreken van helderheid, een oprechte dialoog met respect voor ieders deskundigheid, kan leiden tot ‘indianenverhalen’ en een publieke opinie die op hol slaat. Veel van de aanwezigen zijn bekend met het werken op een beleidsterrein dat gevoelig is en onder grote publieke belangstelling staat. Het is een uitdaging voor de overheden en andere deskundigen om keuzes helder, transparant en overtuigend voor het voetlicht te brengen. De insteek daarbij kan zijn:
Verondieping is een bewuste keuze om meer natuur te brengen en de natuur meer kans te geven.
- Daarvoor kan herbruikbare grond en baggerspecie - nuttig toegepast worden
- Dat is zowel om milieuredenen als financiële redenen beter dan de inzet van kostbare primaire grondstoffen die hard nodig zijn voor andere doeleinden.
Milieuregels moeten helder zijn, goed uit te leggen en ook goed worden uitgelegd. Het vertrouwen in de overheid als beschermer van het milieu en de belangen van mensen moet hersteld worden. Daarbij past vertrouwen in de regelgeving die de overheid als wetgever daarvoor opstelt. Dat vertrouwen kan alleen maar hersteld worden door helder communicatief beleid en vooral: door hoe allen in individuele gevallen handelen.

Vervolgens was het woord aan Jasper Griffioen, Milieugeochemicus en werkzaam voor Deltares.
Aanleiding voor het advies en de handreiking: Interview met onderzoeker Jasper Griffioen in de Volkskrant. (De volledige presentatie vindt u hieronder bij Downloaden)
Het interview met Jasper Griffioen dat op 11 maart 2009 in de Volkskrant verscheen, vormde de aanleiding voor alle publiciteit rondom de verondieping van zandwinputten. Jasper stelde in een aantal onderzoeken de vraag in hoeverre het verondiepen van zandwinputten duurzaam genoemd kan worden. Zijn vragen hebben beleidsmedewerkers een hoop werk bezorgd. Hij stelt dat er aan deze medaille twee kanten zitten, een beleidsmatige/bestuurlijke en een technisch inhoudelijke.
De belangrijkste conclusie uit zijn presentatie is dat er niet gesproken kan worden over één soort zandwinputten. Zowel de omstandigheden (locatie van de zandwinputten bijv. langs een rivier of geïsoleerd (niet in verbinding staand met ander oppervlaktewater) als de eigenschappen van de toegepaste grond of baggerspecie zorgen voor verschillende risico’s voor het oppervlakte- en of grondwater. Er dient een onderscheid gemaakt te worden in grond en baggerspecie klasse Wonen/A en baggerspecie klasse Industrie/B. Daarnaast dient er een onderscheid gemaakt te worden in directe effecten tijdens het storten en de effecten op de lange termijn.
De risico’s zijn niet goed in te schatten. Dat betekent dat er meer voorzorg vereist is. Ook dient aandacht besteed te worden aan de invloed van nutriënten in de baggerspecie of grond. Jasper adviseert iedereen gebruik te maken van de Handreiking. Meten = weten, dus ook monitoring is volgens hem een vereiste.

Advies commissie Verheijen en uitwerking advies door John Maaskant (V&W) en Marc Pruijn (VROM) (De volledige presentatie vindt u hieronder bij Downloaden)
John Maaskant (V&W) en Marc Pruijn (VROM) zijn betrokken bij het projectteam voor de uitwerking van het advies van de Commissie Verheijen. In hun presentatie bespraken zij wat zandwinplassen zijn, de beleidskeuzes en het wettelijk kader, de knelpunten en commotie in maart 2009, de ingestelde commissie en de uitwerking van het advies in een Handreiking.
Als eerste gaven zij een definitie van zandwinplassen. Dit zijn diepe plassen die uitgebaggerd of uitgegraven zijn. Vaak zijn ze ontstaan door de winning van zand voor bouw- of infrastructurele projec-ten. De plassen zijn vaak erg diep (10-40 meter). Ze kunnen zowel geïsoleerd zijn van oppervlaktewater als deel uitmaken van het watersysteem.
Het herinrichten van diepe plassen bestaat uit het vullen van zandwinplassen met grond en/of bagger. Hierbij wordt de bestaande situatie tijdelijk verstoord. Het doel is om tot een verbeterde eindsituatie te komen, maar het kan even duren totdat deze is bereikt. Hierbij wordt veel grond en/of baggerspecie getransporteerd. De verondieping van diepe plassen is nuttig om natuurwaarden te verhogen en de veiligheid te vergroten.
De beleidskeuzes die gemaakt zijn omtrent het verondiepen van diepe zandwinplassen gingen zowel uit van het beschermen van het milieu als het vinden van nuttige toepassingen voor grond en baggerspecie.
In februari en maart 2009 was er veel publiciteit rondom het verondiepen van diepe zandwinplassen. Het bleek dat er met name onder burgers veel ongerustheid en onduidelijkheid heerste over de effecten van het verondiepen. Het ging daarbij om de effecten op het milieu, de mogelijkheid tot inspraak bij het besluitvormingsproces en het toezicht.
Vervolgens heeft minister Cramer de deskundigencommissie onder leiding van de heer Verheijen gevraagd om een advies uit te brengen. De belangrijkste vragen daarbij waren of de verontreiniging in de grond/baggerspecie effecten heeft en welke overlast het herinrichten heeft.
Het advies van de commissie is om de te verondiepen plassen te prioriteren. Het initiatief tot verondiepen dient via democratische besluitvorming plaats te vinden. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt in drie typen plassen.
De rapportage van de commissie Verheijen is in de Tweede Kamer besproken. Een projectteam (VROM/V&W/Bodem+) heeft daarna het advies uitgewerkt in de Handreiking.
Over twee jaar wordt (de invoering van) het Besluit bodemkwaliteit geëvalueerd. Dan wordt ook de invoering van de Handreiking geëvalueerd. Voor werk dat reeds in uitvoering is geldt dat de Handreiking niet met terugwerkende kracht gebruikt hoeft te worden.
Het is moeilijk om de vraag of alle commotie te voorkomen zou zijn geweest te beantwoorden. Het Besluit bodemkwaliteit is complex. Het bestrijkt een groot terrein. Bepaalde regels moeten door ervaringen in praktijk verder uitkristalliseren, dit was van te voren niet te voorzien. Het doel van het Besluit bodemkwaliteit is een verdere decentralisatie. Besluiten worden lokaal genomen, maar de verantwoordelijkheden liggen ook lokaal. Hier moet iedereen nog erg aan wennen.

Presentatie Puttenwijzer Tommy Bolleboom (De volledige presentatie vindt u hieronder bij Downloaden)
Tommy Bolleboom is beleidsmedewerker bij Bodem+ en als voorzitter bij verschillende werkgroepen voor de ‘Handreiking herinrichting diepe plassen’ betrokken. Het advies van de commissie Verheijen is niet dekkend, overheden moeten ook zelf hun mening geven. De Handreiking is een praktische vertaling van dit advies. Iedereen moet op basis van de Handreiking een besluit kunnen nemen. De betrokken partijen moeten zo veel mogelijk met elkaar samenwerken. Dit wordt zowel door de Handreiking als het Besluit bodemkwaliteit ingegeven. De overheid heeft de taak om de verschillende belangen te coördineren en visies samen te brengen. Uiteindelijk nemen de overheden een besluit en dit proces moet zo transparant mogelijk gemaakt worden.
Belanghebbenden dienen hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en bestemmingsplannen te laten onderzoeken als ze het niet eens zijn met de plannen.
Met het volgende dient rekening te worden gehouden:
Bij een melding voor een herinrichting van een diepe plas is ook een inrichtingsplan verplicht. Belanghebbenden hebben hierbij de mogelijkheid tot inspraak. Het bevoegd gezag dient te toetsen of belanghebbenden bij het proces betrokken zijn. Vanaf 2011 mag de uitvoering van een herinrichting alleen door een gecertificeerd bedrijf uitgevoerd worden. Hiervoor wordt door de SIKB en de grondbranche de BRL 9335-5 ontwikkeld.
Na herinrichting van een diepe plas dient getoetst te worden of de beoogde doelen behaald zijn.
De Handreiking is nu in concept gereed. Vanaf 27 november 2009 dient deze gebruikt te worden bij initiatieven die nog niet gemeld zijn in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Tot en met 15 januari 2010 is het mogelijk om reacties in te dienen op het concept van de Handreiking. Verwacht wordt dat de Handreiking vanaf maart 2010 onderdeel gaat uitmaken van de Circulaire. De Handreiking is daarmee niet meer vrijblijvend maar onderdeel geworden van het beleid.

Reacties eerste ontvangers concept Handreiking voor herinrichting van diepe plassen
Als afsluiting van de bijeenkomst werd de Puttenwijzer gepresenteerd aan vertegenwoordigers van de verschillende belangengroeperingen. Hieronder leest u de reacties van een aantal van de eerste ontvangers van de puttenwijzer:
Thomas Jansen (Actiecomité Schoon water): ‘Het ministerie van VROM en minister Cramer hebben erg hun best gedaan. Bij het opstellen van de puttenwijzer is door de betrokken partijen intensief samengewerkt. Het comité doet het voorstel om een aantal grote plassen aan te wijzen (prioriteren). Hierin kan dan onder vergunning en monitoring stort van baggerspecie en/of grond plaatsvinden. ‘
Peter Leenders (grondbranche): ‘De Handreiking dient gezien te worden als een instrument, het is een onderdeel van het verder normaliseren van het toepassen van grond en baggerspecie in diepe plassen. Het gebruik van grond en baggerspecie is voor de grondbranche geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van diepe plassen te verbeteren. De grondbranche is een marktpartij, zij neemt doorgaans als eerste het initiatief tot herinrichting van diepe plassen. Of deze herinrichting ook plaatsvindt, ligt in handen van de bestuurders. Zij hebben de verantwoordelijkheid om in overleg met alle belanghebbenden de beslissing te nemen of de herinrichting plaatsvindt. ‘
Wim van Oosterom (Provincie Drenthe): ‘De Handreiking maakt de problemen met diepe plassen behapbaar. De Handreiking biedt de mogelijkheid om beleid vorm te geven. Het komt goed!”
Theo Joosten (RWS Oost-Nederland): Terugkijkend op de afgelopen 25 jaar is de Handreiking een goed initiatief om commotie te voorkomen.
Kees van Rooijen (LTO Nederland): ‘ Voor boeren en tuinders is het belangrijk dat er regelgeving is met betrekking tot de verondieping van diepe putten. Vaak zijn deze namelijk gelegen bij bronnen die gebruikt worden als drinkwater voor vee. Deregulering is voor het bedrijfsleven prettig als dit een verlaging van administratieve druk met zich meebrengt. LTO denkt als belanghebbende ook graag mee met de herinrichtingsplannen waar de verondieping van diepe putten deel van uitmaakt.’
Aldert van der Kooij (DHV): ‘Voor de advieswereld is het fijn dat de Handreiking beknopt is.’
Namens Unie van Waterschappen: De Handreiking brengt extra handvaten voor de waterschappen in de vorm van sturing en prioritering van locatiespecifieke maatregelen. De Handreiking biedt heldere regels, dit zorgt voor vertrouwen.

Meer informatie over de stand van zaken rond de zandwinputten kunt u vinden op:
http://www.senternovem.nl/Bodemplus/bodembeheer/Besluit_bodemkwaliteit/grond_en_bagger/zandwinputten.asp
De Handreiking is in concept hieronder te downloaden.

Downloaden

Algemeen
  • Het programma als pdf
  • Deelnemerslijst als pdf
  • Het verslag als pdf