Baggeren goed voor de natuur

In samenwerking met Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân

Baggeren goed voor de natuur, dat was het thema van de Baggernet bijeenkomst op woensdag 18 juni. Op en aan het water lieten de ruim 250 deelnemers aan deze dag zich informeren over de bijdrage die baggeren kan leveren aan natuur en landschap. Aan de orde kwamen de baggersituatie in het vaartnetwerk van Fryslân, de natuurregelgeving, de gedragscode Flora en Faunawet en kansen voor natuurontwikkeling met bagger. Ook werd per boot een aantal baggerprojecten bezocht, onder andere het voormalig baggerdepot de Rengerspôle. Inmiddels is dit een natuurgebied. Vorig jaar zijn hier in het kader van het Friese Merenproject nieuwe recreatieve voorzieningen aangelegd.

De opening door gastvrouw Aaltje Rispens, DB-lid van Wetterskip Fryslân, werd verstoord door een onverwachte gast: de Grote Modderkruiper.  Het beestje maakt zich grote zorgen over de schadelijke gevolgen van baggerwerk voor zijn veiligheid en leefmilieu, en stelde een aantal kritische vragen. Aaltje wist hem gerust te stellen: deze themadag is juist bedoeld om te leren hoe we tijdens baggerwerk beter met beschermde diersoorten kunnen omgaan. Ecologie heeft een belangrijke plaats gekregen in het waterschap, mede doordat het werkveld van het waterschap breder is geworden sinds het samengaan van waterschappen. Niet alleen kwantiteit maar ook kwaliteit heeft de aandacht, natuurontwikkeling hoort daarbij.

Sytse Kroes van het Projectbureau Friese Meren van de Provincie Fryslân, gaf een overzicht van de vorderingen die gemaakt zijn in het beter bevaarbaar maken van de Friese waterwegen.
Doel van het Friese Merenproject, dat in 2000 van start is gegaan, is het verkrijgen van een algemene kwaliteitsverbetering van het Friese Merengebied, versterken van de marktpositie van de sector Recreatie en Toerisme, en groei van werkgelegenheid.
Inmiddels zijn bijna 1000 van de 2000 extra aanlegplaatsen klaar, zijn er 37 verhoogde en nieuwe bruggen gebouwd, 5 aquaducten aangelegd, is er ruim 300 km vaarroute gebaggerd en 100 km vaarroute verdiept en geschikt gemaakt voor grotere boten,  9 watersportplaatsen en jachthavens zijn verbeterd en er is 19 km aan nieuwe fiets- en wandelpaden aangelegd.
Omdat de gemeenten achterbleven met baggerwerk, is in 2006 een subsidie van 25% ingesteld voor baggerwerk door gemeenten en jachthavens. Dat is voor gemeenten een goede stimulans gebleken., Uit een evaluatie kwam echter ook naar voren dat er ondanks de inspanning van gemeenten toch nog knelpunten overblijven. De baggerplannen blijken niet volledig te zijn. Gemeenten hebben voor deze knelpunten geen geld begroot. De jachthavens zijn aangeschreven, maar er zijn maar een paar jachthavens die subsidie voor het baggeren hebben aangevraagd.
De subsidiepot is nog niet leeg; bekeken zal worden of er geld ingezet kan worden om de knelpunten te verhelpen. Besloten is de gemeentelijke subsidieregeling in ieder geval te verlengen tot 2013, dat is ook de streefdatum om het Friese vaarnetwerk overal op gewenste diepte te hebben. Verder wordt er gewerkt aan een structurele aanpak voor onderhoud van het vaarnetwerk na afloop van het Friese Merenproject.
Wat het baggeren binnen het Friese Merenproject vooral complex maakt, is het versnipperde baggerbeleid en de vele partijen waarmee rekening moet worden gehouden. Er is geen (wettelijk) kader, dus de partijen trekken allemaal hun eigen plan. De vaarwegen worden op diepte gebracht, maar er is bij de planvorming onvoldoende gekeken naar vaarbreedtes en aanlegplaatsen. Rekening houden met flora en fauna bij het baggeren is integraal in het werk opgenomen en levert geen vertraging op.

 “Vroeger hadden bagger en natuur niets met elkaar te maken. Sinds 2005 is dat anders.”
Aldus Dolf Logemann van de Adviesgroep Natuur & Archeologie van Arcadis. Arcadis heeft meegewerkt aan het opstellen en de implementatie van de Gedragscode Flora- en Fauna van de Unie van Waterschappen, en het Baggerprotocol in Friesland.
De natuurwetgeving in Nederland behelst de Flora- en Faunawet voor de bescherming van zeldzame soorten, en de Natuurbeschermingswet, voor de bescherming van bijzondere gebieden. De Flora- en Faunawet vereist van baggeraars een onderzoeksplicht naar beschermde soorten. Die dieren en planten mogen geen hinder ondervinden van de baggeractiviteiten, en als ze wel hinder zouden kunnen hebben dan moet er ontheffing aangevraagd worden.
Er zijn gradaties in de mate van bescherming: voor soorten genoemd in LNV tabel 1 geldt alleen de algemene zorgplicht: men dient zorgvuldig met de natuurwaarden om te gaan en niet moedwillig beschermde planten en dieren te doden of te beschadigen. De soorten in tabel 2 zijn beschermd, maar projecten worden licht getoetst. Projecten worden zwaar getoetst als sprake is van soorten van tabel 3 . Verder zijn alle vogels beschermd, van ijsvogel tot huismus. Dus vogelnesten mogen niet worden verstoord, als er nesten voorkomen moet er buiten het broedseizoen gebaggerd worden.
Ontheffing aanvragen is een tijdrovende zaak die vaak een aantal maanden vergt. De Gedragscode is een nieuw, door de minister erkende, gecertificeerde werkwijze die het aanvragen van ontheffing overbodig maakt. De Gedragscode omvat o.a. een lijst met (53) vrijgestelde activiteiten, protocollen voor zorgvuldig werken, en afspraken over inbedding in de organisatie. De Gedragscode is er voor de waterschappen, maar ook voor alle andere partijen mits de code goed ingebed is in de organisatie. In navolging van het baggerprotocol van de Gedragscode, hebben diverse waterschappen, zoals Wetterskip Fryslân, een eigen baggerprotocol geformuleerd als invulling van de gedragscode van de Unie voor hun specifieke situatie.
Bij onderzoek in het kader van de baggerprogrammering van de Provincie naar beschermde soorten en risico’s in Friesland werd geconcludeerd dat er geen risico’s zijn voor soorten op de waterkant, maar mogelijk wel voor een aantal soorten die in tabel 2 en 3 en op de rode lijst voorkomen. Zo bleek het grootste risico in de Friese kanalen voor de Grote Modderkruiper te zijn. Hiervoor is vervolgens een beoordelingskader en werkprotocol opgesteld voor die trajecten waar deze vissoort zou kunnen voorkomen.
Dit voorjaar is er een bijeenkomst geweest van de Unie van Waterschappen over de praktijk van het werken met de Gedragscode/baggerprotocol. Conclusies daarvan: er valt goed mee te werken, houd het simpel, plan onderzoek en werkzaamheden tijdig, en communiceer naar burgers, boeren en natuurorganisaties.

Arend Timmerman van Staatsbosbeheer gaf een presentatie over slib bekeken vanuit het belang van het landschap en voor het sparen van landschapsreliëf.
Slib had een slechte naam: het was vervuild, verarmt het reliëf van de waterbodem, vertroebelt en verontreinigt water. Maar tegenwoordig worden ook de kansen van het benutten van slib voor het landschap en de natuur gezien. Het gaat dan wel over schoon slib. Nadeel van slib is dat het mineraalrijk is, vaak bestaat uit gemengd bodemmateriaal en dat leidt meestal niet tot bijzondere milieus.
Waar slib goed van pas kan komen is b.v. bij het realiseren van bufferzones, aanleggen van vooroevers, creëren van eilandjes, opheffen van erosie en het ongedaan maken van klink. Het toepassen van slib biedt kansen voor het laten ontstaan van zowel droge als natte landschap- en natuurelementen met soms ook leefruimte voor bijzondere rode lijst soorten.

In de middag was er een excursie langs het eiland Rengerspôle door Nationaal Park De Alde Feanen onder leiding van Henk de Vries van Fryske Gea en Jack van den Berg van Recreatieschap De Marrekrite.  Het eiland, een voormalig baggerdepot, is in het kader van het Friese Merenproject heringericht tot recreatiegebied.  Zie voor meer informatie www.friesemeren.nl.

Baggernet bedankt de vertegenwoordigers van de Provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân voor de hulp aan totstandkoming van deze themadag:
van links naar rechts: Marjan Terpstra (Wetterskip), Wim Haalboom en Dore Bakker (Provincie)

Downloaden