In rustig water is het beter baggeren

Verslag van de vijfentwintigste Baggernet-bijeenkomst

Is er nog wel een baggerprobleem? Die vraag stond centraal tijdens de vijfentwintigste bijeenkomst van Baggernet in Delft. Maar verontwaardiging, rumoer of opwinding riep deze stelling niet op bij de 250 aanwezigen - niet tijdens de lezingen in de Oude Kerk en niet tijdens de demonstraties van baggertechnieken in de Delftse grachten. Terugblik op een woelige periode in de baggersector.

Misschien lag het wel aan de leeftijd van de aanwezigen, zo opperde Baggernet-coördinator Wim Drossaert. Bij de organisatie van deze jubileum-bijeenkomst had het hem moeite gekost sprekers te vinden die al 10 jaar in het baggervak zaten. En van alle aanwezigen was er misschien een handvol die ook de allereerste Baggernet-bijeenkomst had bijgewoond. Maar opmerkelijk was het zeker dat niemand zich er echt over leek op te winden dat Verkeer en Waterstaat het beleidsdossier bagger op 1 januari 2007 formeel had begraven. Want je praat toch over een sector waarin een slordige 7000 man werkzaam zijn. En wat was er nu helemaal uitgekomen van de voorspelling dat de Nederlandse waterbodem in 2003 helemaal schoon zou zijn? Voor zover Wim kon nagaan was de baggervoorraad amper verminderd. Oké, hypes komen en gaan in de beleidswereld, dus waarom zou dat met bagger anders zijn? En na het Tien Jaren Scenario had het baggerdossier het toch een hele tijd goed gedaan in de Haagse milieuhitlijst? Maar voor andere milieuproblemen werden toch éérst oplossingen gevonden voordat ze van de politieke agenda verdwenen? Pas ná een verbod op CFK’s hadden we het niet meer over het ozongat, en zo hoort het ook te gaan. Maar bij bagger was dat helemaal niet het geval! De sloten en vaarten liggen nog vol. Met de vraag wat er dán aan de hand is in de baggersector togen we naar Delft.

Korte mouwen, spijkerbroeken en sandalen: baggeraars zijn buitenmensen en dat is te zien. Na een kopje koffie met cake nemen de 250 aanwezigen plaats op rechte, houten stoelen in de Oude Kerk van Delft. Deze vijfentwintigste bijeenkomst van Baggernet is georganiseerd samen met de VBKO, de Vereniging van waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken, en het Hoogheemraadschap van Delfland.

In zijn openingsverhaal wijst Johan van der Burg, hoogheemraad van het Hoogheemraadschap van Delfland, de aanwezigen erop dat onderhoudsbaggeren van alle tijden is. Zelfs vóór de bouw van de Oude Kerk, zo’n 600 à 700 jaar geleden, werd er al gebaggerd. Van der Burg vertelt over de baggerprestaties in Rotterdam: in de afgelopen vijf jaar hebben de drie daar actieve waterschappen (Hollandse Delta, Schieland & Krimpenerwaard, en Delfland) circa 600.000 m3 baggerspecie verwijderd. Van de daaraan bestede 16 miljoen euro zijn er 5,5 afkomstig van de SUBBIED. Driekwart van alle bagger is hergebruikt. “Als het zo kan, heb je het goed gedaan,” aldus Van der Burg, die tevreden vaststelt dat er ten opzichte van 10 jaar geleden een flinke slag is gemaakt.
Belangrijke barrières op het gebied van kosten en afzetmogelijkheden zijn volgens hem inmiddels geslecht. Zo worden alle baggerkosten die Delfland zelf maakt omgeslagen over alle ingelanden; en wie bagger op de kant ontvangt, krijgt daarvoor een tegemoetkoming van 4,50 euro per kuub.

Kruipnix

Als VBKO-voorzitter Arie Struijk terugblikt, begint hij in 1988, toen minister Neelie Smit-Kroes de waterbodem op de politieke kaart zette. Al snel bleek alleen de eerste van de beleidsdoelen ‘waterbodem schoon’ en ‘specie schoon’ financieel haalbaar, al toonde de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse later onomstotelijk aan dat de baten van baggeren groter zijn dan de kosten. Een tweede markant moment in de baggerhistorie is wat hem betreft de bouwaffaire. Die zorgde voor een aardverschuiving in de manier waarop opdrachtgever en opdrachtnemer met elkaar omgaan. Al leidde de verharding in de verhoudingen tot menig juridisch conflict in de uitvoering, toch wil Struijk liever niet tien jaar terug in de tijd. Want de prestatiebestekken die nu op de markt komen, doen meer dan voorheen een beroep op de deskundigheid van de aanbieders. De sector juicht dat toe en is blij met een volwassen relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Zijn VBKO-collega Cees Westbroek, bestuurslid van het platform kleinschalig baggeren, toont de zaal tien jaar vernieuwing in de baggertechniek. Naast enkele onderhoudende anekdotes levert dat vooral enkele fraaie namen op. Zo vertelt hij over de ‘zwenkknikladder met palenwagen’ die zonder draden jachthavens uitbaggert, zodat schade aan de zijkanten van jachten wordt voorkomen. En over de ‘kraggevreter’, een hydraulisch systeem dat in de Weerribben is gebruikt om wortels en riet in één werkgang te versnipperen en af te voeren. Zó weggelopen uit een strip van Asterix en Obelix lijkt de ‘Kruipnix’, een speciaal voor de bouwkuip van de Callandtunnel ontwikkelde cutterzuiger, die in den natte onder de stempels door kan werken, met bediening vanaf de wal. Een fenomeen in baggerland is volgens Westbroek de ‘rupsbaggermachine’ met een capaciteit van 200 m3 per uur, met zijn giek van 8 meter vooral geschikt voor rechtlijnige kavelsloten en hoofdwatergangen. Maar de grootste vernieuwing van de afgelopen 10 jaar vindt hij de ‘geotube’, een 100 meter lange slurf van met bagger gevuld geotextiel, waarmee 50% volumereductie kan worden bereikt. Nu wordt die al toegepast als golfbreker in de Reeuwijkse plassen en als opslag voor vervuilde baggerspecie, in de toekomst wellicht ook in geluidswallen en als dijkversterking.

Rapportcijfer

“Opdrachtgevers-nieuwe-stijl wensen we zoveel mogelijk oude stijl toe!”, grapt Piet-Hein Nelissen van het Hoogheemraadschap van Delfland bij het begin van zijn presentatie over ervaringen met innovatief aanbesteden. Hij vindt de betrokkenheid en vakkennis die Delfland nu toont bij onduidelijke situaties, bijvoorbeeld als weilanden en sloten onbereikbaar worden bij een uitbraak van mond- en klauwzeer, een pluspunt. Bij complexe baggerwerken ziet hij de meeste voordelen van innovatief aanbesteden. Winst is volgens hem dat mogelijke oorzaken van vertraging vooraf terdege in kaart worden gebracht en evenwichtig verdeeld tussen opdrachtgever en –nemer. In Delfland doen ze dat zo: naast een envelop met de bieding moeten aanbieders in een tweede envelop een kwaliteitsplan overleggen, waarin ze laten zien hoe ze denken om te gaan met alle door de opdrachtgever geïnventariseerde risico’s. Pas nadat ieder kwaliteitsplan een rapportcijfer heeft gekregen, gaan de prijs-enveloppen open. De daarin genoemde prijzen worden door de opdrachtgever virtueel verhoogd als een opgegeven risico volgens hem niet voldoende is getackled in het kwaliteitsplan. Deze virtuele prijzen integreren prijs en kwaliteit en vormen de basis voor de gunning. Niet langer wint degene met de laagste prijs, want een laag rapportcijfer voor het kwaliteitsplan zorgt voor een hogere, virtuele prijs. De manier waarop de virtuele prijzen worden berekend en de aanbiedingen beoordeeld is vooraf overeengekomen en openbaar gemaakt. Daarnaast werkt Delfland met financiële bonussen en malussen in de uitvoering: niet alleen ‘straf’ bij overschrijding van termijnen, maar ook beloning bij goed werk, bijvoorbeeld de mogelijkheid zonder mededinging herhalingsopdrachten te verwerven. Alles bij elkaar is Nelissen positief over innovatief aanbesteden: “Het geeft rust in de uitvoeringsfase. We hoeven de aannemer niet langer in de nek te hijgen, want de spelregels zijn duidelijk.”

In een tweede terugblik betoogt Piet den Besten van Rijkswaterstaat dat het waterbodembeleid is ontstaan als paniekreactie op de allereerste bodemverontreiniging in Nederland. Niet voor niets spreekt hij over het ‘Lekkerkerksyndroom’. Dit op het herstel van de multifunctionaliteit van de bodem gerichte beleid bleek voor grotere gebieden niet goed te werken. De regelgeving van de Wbb, Wvo en het Bouwstoffenbesluit was daarvoor te complex, en dat gold soms ook voor de beleidsmatige oplossingen van ‘actief beheer’. Nadat in 1999 een begin werd gemaakt met de beleidsvernieuwing bodem, het BEVER-proces dat voor de waterbodem ATHENE werd gedoopt, werden de geesten rijp gemaakt voor een paradigmawisseling van een beleid gericht op het verbeteren van de bodemkwaliteit naar beleid gericht op het verbeteren van de gebiedskwaliteit. In een Kabinetsbesluit werd het waterbodembeleid zelfs ondergebracht bij het waterbeleid. Baggeren doen we voortaan omwille van de waterkwaliteit (conform de Kader Richtlijn Water), de waterkwantiteit (conform WB21, Waterbeheer 21-ste eeuw), de veiligheid (conform de beleidslijn Ruimte voor de Rivier) en de scheepvaart, aldus Balkenende. “Baggeren is niet langer een doel”, zo vat Den Besten bondig samen, “maar een middel.” Een recente ontwikkeling in deze nieuwe manier van denken is de bescherming tegen hoog water te combineren met het verwerken van baggerspecie. Dat gebeurde al eerder door de aanleg van terpen; tegenwoordig gaan er zelfs stemmen op om sediment in te zetten als grondstof om de effecten van bodemdaling en zeespiegelstijging te compenseren. Tot slot staat Den Besten nog even stil bij enkele Europese kwesties rondom bagger. Brussel vraagt zich af of de waterbodem die in het water terecht komt tijdens baggeren niet valt onder de afvalstoffenwetgeving. Al laat het antwoord nog op zich wachten, de conclusie lijkt gerechtvaardigd dat de rol van Europa groter wordt. Geen wonder dat Den Besten Baggernet adviseert zich aan te sluiten bij SedNet, het Europese netwerk voor duurzaam sedimentbeheer (www.sednet.org). “Is het beleid de afgelopen 10 jaar dichter bij de praktijk gekomen?”, wil voorzitter Wim Drossaert dan nog weten. Den Besten: “Ja, decentraal is meer maatwerk mogelijk. Maar daar staat tegenover dat baggeren voor een beter milieu minder goed is verankerd. Daar is tegenwoordig meer uitleg voor nodig.”

Troost

Nadat Paul Vermeer van Syncera zich hardop heeft afgevraagd of innovatief aanbesteden wel zo veel oplevert (“Risico’s uitsluiten, lukt dat altijd? Natuurlijk niet!”), SIKB de deelnemers er op heeft gewezen dat de uitvoering van veldwerk, sanering en analyse vanaf 1 juli 2007 onder erkenning plaatsvindt en Wim Drossaert en Marjan Euser door Piet-Hein Nelissen in het zonnetje zijn gezet, zit het ochtendprogramma erop en mag het baggergezelschap naar buiten.

Bekijk hier hoe Piet Hein Nelissen de organisatie feliciteert met 25 Baggernet-bijeenkomsten
http://www.youtube.com/watch?v=pv_Jt96dHBE 

Weten we halverwege de dag al of er nog een baggerprobleem is? Nee, maar duidelijk is wel dat er de afgelopen jaren veel is veranderd. Zo gaat het in het beleid niet langer over stoffen, maar over gebieden; en baggeren is niet langer een zelfstandig issue, maar onderdeel van integraal waterbeheer - nu nog in Nederland, straks in Europa. In de uitvoeringspraktijk heeft het baggertempo door SUBBIED een flinke impuls gekregen, is door innovatieve technieken de baggerprecisie toegenomen en mag innovatief aanbesteden voorlopig rekenen op een welwillende ontvangst bij opdrachtgevers én opdrachtnemers. Maar waarom deze veranderingen niet leiden tot verontwaardiging, rumoer of opwinding bij de Baggernetters? Als het niet ligt aan de leeftijd van de aanwezigen, zoals Drossaert eerder opperde, dan is het wellicht de omgeving die mild stemt. Arie Struijk van de VBKO verwoordt het zo: “Hier in de Oude Kerk bevinden we ons op een plek van troost, dat past goed bij waar we als baggersector voor staan.”

Na een broodje bij Oude Jan maken de aanwezigen op eigen gelegenheid een wandeling langs acht demonstraties: van peilen tot snuffelen, van een kraanschip tot een schuifboot. Mijn rondje begint bij een demonstratie van de firma Kalkman, gespecialiseerd in het visvrij maken van water. Nadat een deel van de gracht met keernetten is afgezet, vist een medewerker met een elektrisch schepnet een voor een alle vissen uit het water. “De stroom werkt op de zwemzenuw van de vissen,” legt hij uit, “waardoor hij verkrampt en zelfs een zwembeweging maakt in de richting van het net.” Als verdoofd laten alle vissen binnen een straal van anderhalve meter zich opscheppen. Hoeveel stroom daarvoor nodig is hangt af van de temperatuur en het zoutgehalte van het water. Die bepalen immers de geleidbaarheid. Ter geruststelling vertelt Kalkman dat de vissen amper iets merken van dit korte uitstapje. Na het baggeren zwemmen ze gewoon weer verder.

Bekijk hier een video van de visdemonstratie door Kalkman BV:
http://www.youtube.com/watch?v=mI9YXeDMv8I 

Na een korte stop bij Syncera, dat demonstreert hoe je vanaf een roeiboot slibdiktes en slibdieptes kunt peilen, maak ik een praatje met de heer Van Zeijl. Met zijn drijvende kraan en beunbak vist hij één keer per jaar alle grove ijzer en oude fietsen uit de Delftse grachten. Baggeren gebeurt eens in de acht jaar. Wat er de afgelopen jaren is veranderd? “Vroeger deden we dit werk met draadkranen, tegenwoordig werken we met een hydraulisch aangedreven kraan.”

Bekijk hier een video van de drijvende kraan en beunbak van Van Zeijl BV:
http://www.youtube.com/watch?v=R7YfQ_vFeDo 

Vlakbij de plek waar het surveyvaartuig Zeus van de Vries & van de Wiel werd gedemonstreerd ligt een 100 meter lange Geotube langs de Oude Delft, gedeeltelijk uitgerold. Af en toe fietst of wandelt er een voorbijganger overheen. Even verderop staat de polymeerinstallatie, waarin de fijne slibdeeltjes worden gebonden, voordat het slib/water-mengsel in de tube van poreus geotextiel wordt gepompt. De zuiger van Vis Baggerwerken die de geotube zou vullen kan deze plek niet bereiken – daarvoor zit er teveel bagger in de gracht. Ruim anderhalve meter hoog kan de tube worden tijdens het vullen, aan alle kanten gutst het water er dan uit, vertelt een medewerker van TenCate BV, maar als het goed is krimpt hij door ontwatering binnen een dag tot één meter: “Als je er de volgende dag overheen kunt lopen, heb je het goed gedaan.” Nu worden de 700 kuub grote tubes vooral gebruikt voor slibontwatering, maar TenCate is in gesprek met de CUR om ze ook als bouwmateriaal te mogen gebruiken, bijvoorbeeld als geluidswal of oeverbescherming. De demonstratie van de Geotube was een gezamenlijk initiatief was van de bedrijven Ten Cate, Bunnik en Vis Baggerwerken.

Bekijk hier een video met uitleg van Geotubes door TenCate BV:
http://www.youtube.com/watch?v=XxhRs2CN27Y 

Rust

Mijn wandeling eindigt bij de schuifboot van Verboon Maasland. Nadat deze een draad heeft bevestigd aan een anker een eind verderop, trekt hij zich met zijn bak vooruit naar het ankerpunt toe. Onderweg schuift de bak de bagger voor zich uit. De gewenste dikte is met de precisie van een kaasschaaf in te stellen. Op de kant staat een kraan gereed om de bagger op te pakken. “Ik breng de bagger naar één punt,” vertelt een medewerker. Hij legt uit dat de bak is in te stellen om er een vlak profiel mee te baggeren, maar net zo makkelijk bruikbaar is voor oplopende oevers.

Bekijk hier een video van de schuifboot van Verboon Maasland:
http://www.youtube.com/watch?v=4AFLk9CZqVo 

Waarom de bak is geperforeerd? “Een dichte bak geeft te veel wervelingen,”antwoordt hij, “Rust in het water is belangrijk bij het baggeren.” Onbedoeld geeft hij met die laatste opmerking een samenvatting van deze Baggernet-middag. Want als er iets is wat deze bijeenkomst lijkt aan te tonen, dan is het dat de woelige jaren vol ingrijpende veranderingen inmiddels achter de rug zijn. Stevig gepositioneerd als het onderwerp is in het Nederlandse waterbeleid, met een succesvolle uitvoeringspraktijk en Europees sedimentbeleid in aanbouw, mag je concluderen dat de baggersector volwassen is geworden. Hij richt zich niet langer op een tijdelijk milieuprobleem, maar zorgt voor permanent onderhoud van het watersysteem. Is de jeugd aan zet tijdens de volgende vijfentwintig bijeenkomsten?

Henk Leenaers
www.henkleenaers.nl 

Downloaden