Baggeren in de Friese Meren

Verslag themadag Baggernet 7 oktober 2004
in samenwerking met Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân

In het Prinses Margietkanaal waren de baggerwerkzaamheden volop aan de gang toen de 200 deelnemers aan de Baggernet-themadag op 7 oktober in Sumar arriveerden. De baggeractiviteiten maken deel uit van het Friese Merenproject, een klus waar een budget van 320 miljoen Euro voor gereserveerd is. 100 miljoen Euro hiervan is bedoeld voor baggerwerk. In het Friese Merenproject wordt de bevaarbaarheid van waterwegen verbeterd, en tegelijk worden knelpunten zoals beweegbare bruggen aangepakt. De integrale aanpak die Friesland hanteert brengt met zich mee dat ook de recreatieve voorzieningen een verbeterslag doormaken. De baggerspecie van het Friese Merenproject wordt toegepast voor versteviging van oevers en kaden in het gelijknamige herstelprogramma Oevers en Kaden, wat een budget heeft van 200 miljoen Euro. Friesland is goed in samenwerken en laat een grote voorsprong zien in het “werk met werk maken”.
Wim Drossaert, coördinator van Baggernet, memoreerde bij de opening van deze themadag dat Baggernet voor de tweede keer binnen één jaar te gast is in het noorden van het land. Dit geeft aan dat hier veel gebeurt. Met dank aan het Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân voor de medewerking.

Henk Feitsma van Omroep Fryslân testte de deskundigheid van het publiek. Op de vraag hoeveel bagger er nu eigenlijk weggehaald moet worden, werden schattingen gedaan van 2000 tot enkele miljoenen m³. Het juiste antwoord is 500.000 m³ per jaar.

Bertus Mulder, gedeputeerde van de Provincie Fryslân, keek terug op het Pikmeer- en het Gouden Bodem-arrest, in de jaren tachtig/negentig. Een zwarte bladzijde in de historie van Friesland door economische malversaties met transport van bagger, ongeldige baggerdepotvergunningen etc., wat uitmondde in rechterlijke vervolging. Maar daarna heeft Friesland het roer omgegooid, wat resulteerde in een gecertificeerde werkwijze met planmatige aanpak. Pikmeer en Gouden bodem zijn verleden tijd.
Paul van Erkelens, dijkgraaf van Wetterskip Fryslân, vulde aan dat bagger geëvolueerd is van probleem naar waardevolle hulpstof. Baggerspecie wordt toegepast voor het versterken van oevers en kaden. Aan bagger valt dus geld te verdienen. Douwe de Vries van het Wetterskip Fryslân illustreerde dat met een praktijkvoorbeeld: in deelproject De Zwemmer is 19 km watergang gebaggerd en die bagger is toegepast voor het ophogen van 20 km kaden in hetzelfde project. Als er op de confessionele wijze gewerkt was (bagger afvoeren, verstevigmateriaal kaden aanvoeren), waren de kosten 2 miljoen Euro hoger geweest.

Jannes Krol werkzaam bij Wetterskip Fryslân als programmamanager voor het herstelprogramma Oevers en Kaden, gaf een schets van het atletisch vermogen dat je als projectleider moet hebben.
Er is ruim 1000 km aan kaden te verstevigen – dat zou kunnen met 8.000.000 m³ baggerspecie. Probleem van baggerspecie is dat er verschillende klassen zijn en dat je met het Bouwstoffenbesluit van doen krijgt. En dan komt het bevoegd gezag om de hoek kijken.
Zeker bij zo’n integrale aanpak, waarbij verschillende werkzaamheden aan elkaar geknoopt worden, krijg je te maken met veel verschillende beleidsstukken, regelgeving, voorwaarden, financiële bronnen, begrotingsritme etc. De kunst voor een projectleider is om dat alles goed te harmoniseren. Deelproject “De Zwemmer” is een succesvoorbeeld. In voor- en tegenspoed is de samenwerking gehandhaafd. Helaas zijn er genoeg andere voorbeelden waar zo’n integrale aanpak niet gelukt is.

Jannes Krol legde aan de hand van een voorbeeld uit wat hij bedoelt met het fenomeen “achteruitwerkend vooruitboeren”. Hij kreeg onlangs de vraag voorgelegd of hij kans zag binnen 3 weken ruim 2 miljoen euro te besteden aan oever en kade werken. Met creatieve inspanning lukte het hem en anderen de formaliteiten op tijd rond te krijgen, het uitgevoerde werk alsnog voor de subsidie aan te vragen en gehonoreerd te krijgen.
Zulke acties slagen bij de gratie van een harmonieuze werkomgeving, waarbij iedereen zijn best doet succes na te streven. De integrale aanpak is bij dit soort acties gemist.

Jaap Goos, projectleider Friese Merenproject, Provincie Fryslân, herkende bovengenoemde valkuilen. Eind jaren negentig stagneerden de bezoekersaantallen in de toeristische sector. De toerist werd kritischer, vliegreizen werden goedkoper en het aanbod van de watersport in Friesland was niet meer eigentijds. De boten werden groter, hadden meer diepgang dus de vaarwateren moesten ook uitgediept worden. Kortom, er was een kwaliteitsimpuls nodig. Er werden een aantal speerpunten gekozen, waaronder vaarwegen, weg- en waterkruizingen, recreatieve voorzieningen. Dit resulteerde in een toename van 4300 (tijdelijke) arbeidsplaatsen dankzij het Friese Merenproject. Wat betreft de financiering: helaas kon geen gebruik worden gemaakt van de SUBBIED-regeling. Die is bestemd voor stedelijk baggeren. In het Friese Merenproject gaat het daar juist niet om. Dit legt een forse financiële druk op gemeenten. De Provincie wil helpen, op voorwaarde dat gemeenten een baggerplan hebben. De Provincie hoopt daarnee te stimuleren dat gemeenten bereid zijn een depot aan te leggen en aan de slag te gaan.

Wim Haalboom memoreerde dat het Structureel Overleg Waterbodems nu 10 jaar bestaat. Friesland had destijds een primeur met deze overlegstructuur. Inmiddels hebben andere provincies het idee nagevolgd. Partijen in het overleg zijn provincie, gemeenten, waterschap, recreatieschap, rijkswaterstaat en HISWA. Doel van het overleg is te voorkomen dat projectleiders in een spagaat terechtkomen waardoor baggerwerk vertraagd wordt. Alle partijen hebben er belang bij dat er gebaggerd wordt want er is veel achterstand. In Friesland is veel herbruikbare specie, die niet of slechts licht verontreinigd is. Een afvalprobleem vormt wel het grote volume van alle baggerspecie bij elkaar. Waar laat je de bagger? De boeren willen geen depot op hun weiland want ze willen geen enkel risico lopen. De Provincie heeft uiteindelijk met de Noord Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (NLTO) afgestemd en die zijn positief. Maar het zijn langdurige processen.

Tenslotte werd een drietal deelprojecten van het Friese Merenproject gepresenteerd. Later die dag konden de deelnemers mee op excursie naar deze projecten.

  • Vaargang “De Zwemmer” (hierboven reeds vermeld) – met een lengte van 19 km. De Zwemmer voert 50% van alle Friese water af naar het Lauwersmeer. Douwe de Vries, projectleider bij Wetterskip Fryslân, begeleidde de excursie.
  • Natuurgebied “Kootstertille”, waar bagger uit het Prinses Margrietkanaal toegepast is voor het uitbreiden van het natuurgebied inclusief ruimte voor natuurgerichte recreatie. Arend Timmerman van Staatsbosbeheer lichtte het project toe.
  • Het meer “De Leijen”, waar hard gewerkt is aan het bereiken van een optimaal evenwicht tussen natuur en recreatie. De excursie werd begeleid door projectsecretaris Tineke Cazemier van het Friese Merenproject van de Provincie Fryslân.

Voor meer informatie: www.friesemeren.nl, www.baggernet.info  en www.baggerinformatie.nl