Verspreiding en toepassing van bagger: een handreiking

Verslag themaochtend Baggernet d.d. 1 juli 2004
Georganiseerd in samenwerking met het Ministerie van VROM en de Provincie Noord-Brabant

Op de thema-ochtend van Baggernet in ’s-Hertogenbosch, waaraan ruim 200 waterbodemdeskundigen deelnamen, is het eerste exemplaar van de handreiking “verspreiding en toepassing van bagger” door het ministerie van VROM toegelicht en aangeboden aan Lambert Verheijen, voorzitter van het Bestuurlijk Overleg Tienjarenscenario Waterbodems.

De handreiking beschrijft niet alleen het beleidsmatig en juridische kader, maar bespreekt tevens verschillende reeds lopende praktijksituaties. De handreiking is vooral bedoeld om initiatiefnemers, bevoegde gezagen en vergunningverleners behulpzaam te zijn bij het zoeken naar mogelijkheden voor het verspreiden en toepassen van baggerspecie binnen de huidige wet- en regelgeving.
Het Service Centrum Grond (SCG) verzorgt vanaf heden het informatiepunt voor deze handreiking. Het informatiepunt geeft snel en gratis antwoord op vragen over de verspreiding en toepassing van bagger binnen het huidige beleidsmatige en juridische kader. Zie verder
www.scg.nl

Welkom

In zijn welkomstwoord blikte Wim Drossaert, coördinator Baggernet en voorzitter van de bijeenkomst, terug op de themadag die in Nieuwkoop plaatsvond op 13 juni 2001. Garmt Arbouw van VROM vertelde toen dat het beleid voor verspreiden van onderhoudsspecie op het land opnieuw bekeken zou worden. Toen werd al voorspeld dat het een lange weg zou worden met name door tijdrovend beleidsonderbouwend onderzoek, en omdat het wenselijk was om het verspreiden op land niet langer sectoraal, maar integraal te benaderen door het te beschouwen als een vorm van hergebruik als bodem en aansluiting te zoeken bij de regels voor grondverzet (stand-still) en bodemsanering (bodemgebruikswaarden). Nu, 3 jaar later, is er een eerste resultaat: de handreiking.

Project Bagger en Bodem

Cees van Bladeren, werkzaam bij de Unie van Waterschappen en kernteamlid project Bagger en Bodem, presenteerde de stand van zaken van het project Bagger en Bodem. Aanleiding voor het project was een achterhaald verspreidingsbeleid voor bagger, een onnodig ingewikkelde regelgeving, en een regelgeving die geen mogelijkheid bood voor actief bodembeheer. Een oplossing voor bagger-op-de-kant is er inmiddels nog steeds niet. Dat komt door de complexheid van het krachtenveld en uiteenlopende wensen en belangen t.a.v. kwaliteit voor bodemgebruik en kwantiteit voor bagger, alsmede het risico-aspect en consistentie, eenvoud, en handhaafbaarheid van het beleid. De oplossingsrichting die het bestuurlijk overleg gekozen heeft is gebiedsgericht, integraal en decentraal. Als motto is gekozen voor “zorg met lef”: je kunt niet zomaar materiaal ergens achterlaten, maar laat niet na de wettelijke grenzen op te zoeken! Dat leidt echter weer tot complexere regelgeving waarvoor een beslismodel nodig is. 
De komende jaren zal aan het beslissystematiek gewerkt worden en wordt een aanzet gegeven tot nieuwe regelgeving. Er zal afstemming nodig zijn met overige beleidsontwikkelingen (afvalregelgeving, Kaderrichtlijn Water, Beleidsbrief Bodem). De Handreiking verspreiding en toepassing baggerspecie is te beschouwen als een hulpmiddel te gebruiken in de huidige tussenfase. Het project Bagger en Bodem loopt voor op de Beleidsbrief Bodem. Het bodembeleid is nog niet uitontwikkeld – en hoe om te gaan met bagger is afhankelijk van dat bodembeleid. Hoe ga je met diffuse verontreiniging om, welk risico vinden we aanvaardbaar, het stand-still principe is geaccepteerd maar geldt dat per vierkante meter of per gebied?
Cees van Bladeren eindigde zijn presentatie met de constatering dat het tijd is spijkers met koppen te slaan. Er gebeurt weliswaar veel goeds, de praktijk kan even verder, mede dankzij de handreiking, maar er is nog een hoop werk aan de winkel op het gebied van beleidsontwikkeling en regelgeving. 

Actief Bodembeheer de Kempen

Jan Roumen, Waterschap Peel en Maasvallei, gaf aan hoe in de praktijk wordt omgegaan met verspreiding van bagger, aan de hand van het project Actief Bodembeheer de Kempen (ABdK). De Kempen is een gebied van 2600 km2 in de grensstreek met België. Er heeft ruim een eeuw zinkertsverwerkende industrie plaatsgevonden. Het grondwater en de waterbodem is in wisselende mate verontreinigd met vooral cadmium en zink. 
Doelstellingen van ABdK zijn te komen tot een maatschappelijk geaccepteerde vorm van duurzaam beheer van de (water)bodem, een gecoördineerde aanpak van de vervuiling, internationale samenwerking met Vlaanderen, en vooral een open communicatie met alle belanghebbende partijen.
Het projectbureau ABdK is in 2000 van start gegaan. In de stuurgroep zijn de provincies Noord-Brabant en Limburg vertegenwoordigd, de waterschappen Peel en Maasvallei en De Dommel, gemeenten, ministeries van VROM en LNV. Als interprovinciaal waterbodembeleid in de Kempen geldt o.a. dat de saneringsdoelstelling van vervuilde waterbodem gekoppeld moet zijn aan het proces van herverontreiniging van het watersysteem en het niveau van herverontreiniging. De waterbeheerder bepaalt het herverontreinigingsniveau per watersysteem. Waterbodem en oevergrond die voldoen aan de saneringsdoelstelling mag worden hergebruikt binnen het watersysteem en alle bodem die zich binnen het watersysteem bevindt wordt beschouwd als waterbodem. Jan Roumen gaf als voorbeeld de aanpak van de Tungelroyse beek, waar de meandering in is teruggebracht. Voor dit project moesten vele tonnen grond verplaatst worden (= slepen met afvalstoffen) en dan kom je een hoop regelgeving tegen. De principes van het project Bagger en Bodem, zoals Cees van Bladeren die in zijn praatje schetste, zijn in dit project breed toegepast: gebiedsgerichte/decentrale aanpak, zorg met lef, zoeken naar wettelijke grenzen. Bij de aanpak van de Tungelroyse beek is de Leidraad beekherstel (het 5-S-model van de Stowa) het uitgangspunt geweest voor de herinrichting van de beek. Belangrijk daarbij is dat de morfologie van de beek (de structuur) en de variatie van de stroomsnelheid (stroming) erg belangrijke sturingsvariabelen zijn voor de gewenste ecologische ontwikkeling van de beek. De aanwezigheid van stoffen (in dit geval met name cadmium en zink) is weliswaar belangrijk maar zeker niet allesbepalend voor de ecologische ontwikkeling. De herinrichting van de Tungelroyse beek is dan ook hand-in-hand gegaan met de verwijdering van de meest vervuilde waterbodem en oevergrond.

DDT in baggerspecie

Lisette van Rij, Provincie Zeeland, schetste het pilotproject “Omgaan met DDT-houdende baggerspecie”. In de jaren 1950-1970 is in (Zeeuwse) fruitteeltgebieden veel DDT gebruikt. De DDT kwam in de waterbodem terecht, die vervolgens als klasse 3 naar depots afgevoerd en ontwaterd moest worden. Na ontwatering werd de specie toegepast in werken. Al met al een kostbaar proces wat leidde tot de vraag “Kan dat niet beter?”. Het toepassen van de ongeveer 3000 m3 DDT-houdende baggerspecie op land is uitgewerkt volgens de principes van actief waterbodembeheer. 
Om deze problematiek gebiedsgericht aan te pakken en maatwerk te kunnen leveren, is gezocht naar samenwerking met alle partijen. Iedereen blijkt welwillend het probleem op te lossen. Maar voordat daadwerkelijk alle partijen commitment konden geven aan de uitvoering van de pilot, is in de startfase een aantal voorwaarden geformuleerd. Het voldoende tijd besteden aan deze startfase is één van de belangrijke succesfactoren. 
Als voorwaarden werden geformuleerd: bodemkwaliteit mocht niet verslechteren, risico’s waren niet aanvaardbaar i.k.v. voedselveiligheid, klasse 3 DDT is geaccepteerd maar klasse 4 kan beslist niet. De agrariërs konden meedoen aan het project op basis van vrijwilligheid. Voor het toepassen van de DDT-houdende baggerspecie op land vond een selectie van percelen plaats, waarbij ook gekeken werd naar de historische kaart: waar waren vroeger boomgaarden en waar zijn ze nu. De kwaliteit van de bodem werd bekeken en getoetst aan de bodemgebruikswaarde. 
Geconcludeerd is dat er meer DDT in de bodem dan in de bagger zit. Het gehalte aan PAK en olie in bagger is soms iets hoger dan in de bodem (in de waterbodem breken deze stoffen minder snel af). Er is geen gevaar voor mens en dier.

De bagger kan op de bodem gedeponeerd worden, en als ontwatering binnen 6 maanden plaatsvindt, hoeft er geen vergunning voor ontwatering aangevraagd te worden. Voor het daadwerkelijk verspreiden van de baggerspecie op land is er een aanvraag voor ontheffing van het stortverbod (Wet Milieubeheer) ingediend. De kwaliteit van de waterbodem wordt gemonitord: PAK en minerale olie moeten afbreken, want als dat niet gebeurt moet de bodem alsnog weggehaald worden. De pilot verloopt succesvol; mede dankzij het regelmatige overleg en de terugkoppeling van resultaten richting directe belanghebbenden. Het is nog niet duidelijk hoe nu verder te gaan. Gedacht wordt om meer fruitteeltgebieden te betrekken bij het onderzoek. En mogelijk aan het opstellen van een richtlijn. Een andere optie is de landelijke ontwikkelingen afwachten. Eén ding is duidelijk: een gezamenlijk probleem los je gezamenlijk op door samenwerking en communicatie. Lisette van Rij gaf aan dat de ontheffing van het stortverbod een goed instrument is om het toepassen van baggerspecie mogelijk te maken, maar sprak tevens de hoop uit dat door de vereenvoudiging van de regelgeving in de toekomst minder procedures hoeven te worden doorlopen bij dergelijke projecten.

Waarom een Handreiking?

Garmt Arbouw, VROM, lid begeleidingscommissie project Bagger en Bodem, gaf hierop het antwoord:

  1. Bagger en Bodem is geen gemakkelijk project. Daarom is het goed om tussentijds een concreet resultaat te laten zien.
  2. De regels zijn ingewikkeld en vertragen baggerwerkzaamheden. Dat is een slechte zaak want er moet juist veel baggerwerk uitgevoerd worden. De handreiking is een stimulans om de bestaande regels goed te benutten.
  3. Bagger wordt toegepast in gebiedsgerichte projecten. Daar komt veel bij kijken. In de handreiking staat op een rij waaraan gedacht moet worden.
  4. De handreiking betekent een steuntje in de rug tussen de huidige praktijk en de toekomstige praktijk. Waar gaat het heen? Past mijn activiteit in het nieuwe beleid?

De reikwijdte van de handreiking is:

  • het direct verspreiden van natte bagger op de kant
  • ontwatering/reiniging van baggerspecie
  • toepassing als bodem, en in werken
  • aandacht aan het Bouwstoffenbesluit

De handreiking behandelt niet (al zijn er raakvlakken) de stort in depots, sanering, verspreiden in oppervlaktewater en rivierverruiming.
De handreiking is bewust eenvoudig gehouden. Misschien bevat hij daarom voor velen niets nieuws. 
Desondanks zou de handreiking kunnen faciliteren in de besluitvorming rond wat te doen met baggerspecie.
Juridisch aspect van de handreiking is het huidig beleid en de huidige regels (die zijn ingewikkeld; aan vereenvoudiging wordt gewerkt).

Garmt Arbouw deed een oproep aan allen de handreiking te gebruiken en eventuele vragen en opmerkingen te deponeren bij de helpdesk die bij het SCG ondergebracht is: zie www.scg.nl.
Volgend jaar verschijnt op grond van de opgedane ervaring mogelijk een geactualiseerde versie van de handreiking.

Vervolgens overhandigde Garmt Arbouw het eerste exemplaar van de handreiking aan Lambert Verheijen, gedeputeerde Provincie Noord-Brabant / voorzitter Bestuurlijk Overleg Tienjarenscenario Waterbodems.

Tenslotte

In zijn dankwoord benadrukte Lambert Verheijen het belang van een goede communicatie over de baggerproblematiek. Er zijn veel verschillende partijen en culturen in het veld. Een netwerk als Baggernet faciliteert die communicatie. 
Lambert Verheijen herhaalde wat deze dag eerder gezegd is: baggerproblematiek vraagt projectleiders met lef, die durven aan te pakken.
De wet- en regelgeving behoeft dringend aanpassing. Staatssecretaris Van Geel is daarop aangesproken en onderkent het belang. Ondertussen kan de decentrale overheid laten zien aan het landelijk beleid wat er in de praktijk mogelijk is: decentraal vooruitlopen, daar kan het landelijk beleid van profiteren.
Bagger heeft een imagoprobleem – daar moet aan gewerkt worden. Communicatie is daarbij een belangrijk stuk gereedschap.
De Europese ontwikkelingen zoals de Kaderrichtlijn Water en ecologische eisen vragen eveneens aandacht. Het is goed om daar actief op in te spelen en niet af te wachten wat uit Brussel op ons afkomt.

Conclusie van deze dag: 

Verspreiding van bagger: doe het zorg en doe het met lef: Neem je verantwoordelijkheid, verken de mogelijkheden, zoek de grenzen, en communiceer met elkaar!

Meer informatie over:

De Handreiking verspreiding en toepassing van bagger: www.scg.nl 
Project Bagger en Bodem: www.baggerenbodem.nl

Mededelingen door/voor Baggernetters

Martijn Thijssen, ministerie van VROM, werkzaam binnen cluster Grond & Bagger:
Eén van de projecten die voortvloeien uit de Beleidsbrief Bodem is het project “Beleidskader Grond & Bagger”. Het project is net van start gegaan o.l.v. Wim Munters. Binnen het project wordt het nieuwe beleidskader opgesteld voor de toepassing als bodem van (verontreinigde) grond en bagger. 
Het streven is om eind dit jaar een concept-kader klaar te hebben, dat ingebed kan worden in de regelgeving.
Op termijn zullen dit project en het project Bagger en Bodem vermoedelijk in elkaar opgaan.
Alle stakeholders zijn vertegenwoordigd in het project.

Voor meer informatie: martijn.thijssen@minvrom.nl of wim.munters@minvrom.nl.

//Gerard Kempen, Milieudienst Zuid-Holland Zuid://
30 juni 2004 is er een workshop geweest over de DDT-problematiek. Er waren veel aanwezigen van waterschappen, provincies etc. De boodschap die gegeven werd is dat er veel meer DDT op de landbodem is dan in de waterbodem. Binnen de heersende regelgeving is de problematiek niet makkelijk op te lossen. 
De milieudienst kreeg dan ook het verzoek om creatieve oplossingen aan te dragen. 
Er werd een pleidooi gehouden om contact van waterschappen met beleid te versterken.
Jeroen Haan, De Straat milieu-adviseurs, vulde aan dat de bevindingen van vandaag zeker besproken zullen worden in het project. Jeroen Haan deed tevens een oproep: DDT is ook elders een probleem, wie heeft interesse zich aan te sluiten bij dit project? Dan graag contact opnemen met Jeroen Haan, e-mail jha@destraat.nl

Wim Haalboom, Provincie Fryslân:
De volgende themadag van Baggernet is op 7 oktober 2004 in Friesland. Thema is ‘Baggeren in de Friese Meren’ maar de inhoud van het programma is veelomvattender. Ook het herstelprogramma “Oevers en Kaden” komt aan bod.
In Friesland komt veel licht-verontreinigde baggerspecie voor. Al het materiaal wordt toegepast in kaden, oevers, natuurprojecten etc.
Echter, qua regelgeving lijkt het omgaan met licht-verontreinigd materiaal moeilijker dan omgaan met zwaar-verontreinigde baggerspecie! Daarvoor zijn projectleiders-met-lef nodig, en die zijn gelukkig ruim voorhanden in Friesland.