Actief beheer van de waterbodem

Verslag van de themadag van Baggernet en het Platform Bodembeheer op 27 juni 2002 in Nulde/Putten

Er is een baggerprobleem: er is te veel bagger, er is geen ruimte om het op te slaan, er zijn te weinig verwerkingsmogelijkheden en het imago van bagger is slecht. Bagger was het onderwerp van de themadag die het Platform Bodembeheer en Baggernet gezamenlijk op 27 juni jl. in Putten organiseerden. Tijdens deze dag werden aanbevelingen gedaan om het probleem op te lossen. De centrale overheid moet enerzijds regels schrappen en anderzijds moeten de lokale overheden ook meer initiatief durven nemen waardoor het actief beheer van de waterbodem kan bijdragen aan het oplossen van het baggerprobleem. Dat het een groot en dringend probleem is, kwam tot uiting in de enorme belangstelling. Ruim 300 vertegenwoordigers van verschillende overheden, bedrijfsleven en onderzoeksinstituten kwamen op de dag af. In de ochtend waren er vier plenaire voordrachten waarin vanuit de centrale overheid en de praktijkkant naar bagger werd gekeken. ’s Middags waren er drie workshops waar levendig werd gediscussieerd over problemen en oplossingen rond bagger.

‘De ambitie van het Tienjarenscenario Waterbodems (TJS) is om tot een structurele oplossing voor het baggerprobleem binnen 25 jaar te komen’, aldus Pol Hakstege (AKWA/WAU). Voorwaarden zijn wel dat verontreinigingbronnen worden aangepakt en de achterstand en de aanwas van de hoeveelheid baggerspecie verdwijnen. De komende 25 jaar komt er 350-375 miljoen m3 bagger uit zoetwater waterlopen vrij, waarvoor nu te weinig bestemmingen of verwerkingsmogelijkheden bestaan. Deels komt dit door gebrek aan ruimte, hoge verwerkingskosten en de lage acceptatiegraad van bagger, maar ook door de versnipperde en complexe regelgeving. In het TJS wordt geadviseerd om meer bestemmingen voor bagger te realiseren, meer geld voor het baggerprobleem beschikbaar te stellen, er wordt gepleit voor meer samenwerking tussen overheden en om regelgeving aan te passen. Actief beheer van de waterbodem kan bijdragen tot het oplossen van het baggerprobleem. In het kader van ´Ruimte voor de rivier´ wordt er ervaring opgedaan met actief waterbodembeheer. Vrijgekomen bagger is toegepast/geborgen op basis van een risicobeoordeling in relatie tot de functie van een gebied. Uitgangspunt is het streven naar kwaliteitsverbetering van een gebied, waarbij rekening gehouden wordt met de kans op herverontreiniging uit diffuse bronnen. Bagger is bijvoorbeeld gebruikt als bodem binnen het gebied in uiterwaarden of geborgen in bijvoorbeeld zandwinplassen. ´Dit soort toepassingen zouden buiten het rivierengebied ook navolging moeten vinden´, vindt Hakstege.

De centrale overheid onderkent het baggerprobleem, en heeft daarom een Verkenningsteam ingesteld om oplossingen te formuleren. ‘Het is de bedoeling om de relatie tussen droge bodems en bagger te herstellen, en er moet een breder draagvlak komen voor bagger. Het is een probleem van ons allemaal’, vertelt Gemma van Eijsden (VROM, projectleider Verkenningsteam) in haar presentatie. Antwoorden op het probleem zijn nog niet geformuleerd, maar dat er ruimte in de oplossingsrichtingen moet komen is al wel duidelijk. Integraal, keten- en gebiedsgericht zijn de sleutelwoorden bij het zoeken naar oplossingen. Water- en bodemsystemen moeten integraal bekeken worden en toepassingen van bagger moeten zoveel mogelijk binnen een systeem gevonden worden, waarbij rekening wordt gehouden met de gebiedsfunctie. Ook spelen de effecten op de keten een belangrijke rol. Waar gaan de stromen naar toe? Tussen storten, verwerken en hergebruik moet naar een optimaal evenwicht worden gezocht. De structurele oplossingen die nu gezocht worden, kosten tijd. Daarom moeten op korte termijn oplossingen binnen de bestaande wet- en regelgeving gevonden worden. Van Eijsden: ´De ruimte die daarin zit moet in samenspraak met alle betrokkenen optimaal benut worden.´

‘Naast de snelwegen, slibben de waterwegen nu ook dicht’, stelde Ad Vermeulen (Waterschap IJsselmonde) in zijn voordracht. IJsselmonde (het gebied onder Rotterdam) wordt voor 50% in beslag genomen door stedelijk bebouwing, daarnaast ligt er veel infrastructuur. Door de hoge druk op de beschikbare ruimte in het gebied is er weinig plek om bagger te bergen. In steden kan de bagger niet zo op de kant. In het landelijk gebied hebben boeren wel een ontvangstplicht, maar daar ontstaat ook toenemende weerstand. Er is te veel bagger die nu niet te verwerken is. Oplossingen moeten gevonden worden in de richting van actief bodembeheer, vindt Vermeulen. De gebruiksfunctie(s) van een gebied en alle factoren en belangen die er spelen moeten bij een oplossing in ogenschouw genomen worden. Hierbij kunnen (water)bodemkwaliteitskaarten een rol spelen. Het nat verwerken van bagger moet bijvoorbeeld mogelijk worden. Nu moet bagger eerst drogen in een depot, daarna worden getest en vervolgens kan er een gebruiksmogelijkheid voor de tot bouwstof geworden bagger gezocht worden. ‘Veel bagger in het landelijk gebied is landbodemmateriaal, van het land afgespoeld door erosie of als gevolg van ploegen. Deze bagger was bodem, waarom kan het niet weer als bodem gebruikt worden?´, vroeg Vermeulen zich af. Natte bagger moet daarom in het bouwstoffenbesluit worden opgenomen.

In de laatste presentatie schetste Kees Bes (provincie Noord-Holland) aan de hand van enkele voorbeelden het baggerprobleem. Het Ilperveld, grenzend aan Amsterdam-Noord, is een waterrijk landelijk, maar vervuild gebied. Eeuwenlang heeft Amsterdam er haar afval gestort, dit kwam zowel op de kant als in de vaarten terecht. Het water is de drager van ecosysteem, door o.m. de waterbodem te saneren kan de kwaliteit van het ecosysteem verhoogd worden. Maar wat te doen met de verontreinigde bagger (klasse 3-4). Als oplossing is gekozen om de bagger over de percelen te verspreiden en deze te bedekken met relatief schone bagger (klasse 1-2). Dit kon omdat er een relatie bestaat tussen de vervuilde percelen en waterbodem, de vervuiling is afkomstig uit dezelfde bron. In het geval van het landinrichtingsproject Westzaan kan deze oplossing niet gehanteerd worden. Er bestaat namelijk geen relatie tussen de vervuiling van de waterbodem en van de aangrenzende terreinen. Herinrichting is noodzakelijk, maar de kosten van de traditionele aanpak zijn (te) hoog. ‘De generieke wet- en regelgeving biedt onvoldoende mogelijkheden om in alle gevallen een oplossing voor het baggerprobleem te vinden’, aldus Bes. Hij pleit voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak en waarbij ook recht gedaan wordt aan andere maatschappelijke belangen. Het uitgangspunt moet wel een milieuhygiënisch verantwoorde oplossing zijn, maar tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Workshop A: Lessons learned met actief beheer van de waterbodem in het rivierengebied

Workshop A: Actief beheer van de waterbodem in het rivierengebiedAan de hand van zeven stellingen wordt decentraal gediscussieerd. Elke stelling wordt verdedigd door een “stellinghouder”. De deelnemers zijn vrij om zich van stelling naar stelling te bewegen en in discussie te gaan met de stellinghouder. Hierbij is het mogelijk dat de stellinghouder ervan overtuigd wordt dat de stelling moet worden aangepast, waarna hij de aangepaste stelling verdedigt. Tevens is het mogelijk dat de stellinghouder het stellinghouderschap overdraagt aan een ander. Tegen het einde van de workshop hebben de aanwezigen over de uiteindelijke stelling geoordeeld (eens-oneens).

De aanvangsstellingen luiden:

  1. Verondiepen van diepe putten is goed voor het watersysteem (M. Paalman, provincie Zuid- Holland)
  2. Actief bodembeheer draagt bij aan een transparant beleid voor initiatieven in het rivierengebied (F. van Lissum, provincie Limburg)
  3. Actief bodembeheer voor de waterbodem: wijziging van wet- en regelgeving is overbodig (T. v.d. Heuvel, V&W)
  4. Veiligheid betekent ook: milieu-effecten niet afwentelen (G. Arbouw, VROM)
  5. Functiegericht saneren en beheren biedt een oplossing voor de huidige knelpunten in het rivierengebied (M. Tonkes, RIZA)
  6. Meer bio-essays, minder chemie (H. Maas, RIZA)
  7. Zonder omputten geen project (F. Scheffer, Bouwdienst Rijkswaterstaat)

Stelling 4 bleek niet gemakkelijk toegankelijk, en werd gedurende de gehele sessie matig bezocht, al leed de kwaliteit van de discussie er niet onder. Ook de discussie rond stelling 6 kwam traag op gang. Na soms verhitte discussies en het regelmatig aanpassen van de stellingen stonden de volgende eindstellingen op de borden:

 Eindstellingeensoneens
1Verondiepen van diepe putten is goed voor het watersysteem 50%50%
2Het huidige beleid voor grondverzet in uiterwaarden was niet (aan de burgers) uit te leggen, maar het nieuwe AB ook niet 20% 80%
3Met de huidige regelgeving is overleg en een grote hoeveelheid gezond verstand nodig80%20%
4Veiligheid betekent ook: milieu-effecten niet afwentelen Substelling: Natuur is veel belangrijker dan milieu; ook bij een slecht milieu is goede natuur mogelijk30% 70%
5 Functiegericht saneren en beheren, rekening houdend met herverontreiniging, biedt een oplossing voor de huidige knelpunten in het rivierengebied  
75%25%
6Slim omgaan met bio-essays én chemie  60%40%
7Grondverzet/baggerwerk moet in regionale systemen waar mogelijk worden gekoppeld aan delfstoffenwinning  70%30%

Bij de afsluiting van de workshop werd geconcludeerd dat er intensief gediscussieerd was, maar dat de meningen over de stellingen erg verdeeld zijn. Dit betekent ook dat er een sterke verdeeldheid bestaat over de lessen die uit het actief bodembeheer voor het rivierengebied geleerd zouden moeten worden.

Workshop B: Regionale projecten

Workshop B: Regionale projectenProefprojecten met actief (water)bodembeheer en de rol van communicatie waren het onderwerp in deze workshop. In kleine groepen werd over drie pilotprojecten en over communicatie gediscussieerd. Ondanks de verschillende situaties waarin de drie pilots zich bevinden zijn de oplossingen in dezelfde richting gevonden. De conclusie van de discussies over de pilots was dat natte bagger ingezet moet kunnen worden als bouwstof, waarbij klasse 1 en 2 (en deels klasse 3) bagger als categorie 1 bouwstof gekwalificeerd moet worden. Zodoende komen er meer gebruiksmogelijkheden voor bagger. Een terugkerende vraag was, waarom er een uitzondering is gemaakt voor natte baggerspecie in de Ministeriële Vrijstellingsregeling Grondverzet van het Bouwstoffenbesluit terwijl in het verspreidingsbeleid het nat verspreiden van baggerspecie wel is toegestaan. Er is behoefte aan een transparanter beleid waarin gekeken wordt naar de risico’s van het gebruik van bagger ten aanzien van een functie in een gebied. (Water)bodemkwaliteitkaarten spelen hierbij een belangrijke rol. Aan communicatie werd in de workshop apart aandacht geschonken. De discussie hier begon met een aantal constateringen. De communicatie over bagger is vaak technisch en gaat daarnaast vooral over de juridische onmogelijkheden. Er wordt met te weinig belanghebbende partijen overlegd. Op de themadag waren bijvoorbeeld de vergunningverleners niet aanwezig. De eerste aanbeveling is dan ook: kijk samen met de vergunningverlener naar mogelijkheden voor de problemen. Bespreek onderling wanneer afdekken overgaat in storten. Een andere aanbeveling is: deel kennis over mogelijkheden en risico’s. Dit zou kunnen door een projectendatabank aan te leggen. 

Workshop C: Marktplein voor hergebruik van goede ideeën

De deelnemers aan de workshop kregen twaalf stellingen voorgelegd. Deelnemers kregen de mogelijkheid om een stelling te adopteren en daarmee ‘stellingeigenaar’ te worden. Ze waren vrij in het verdedigen, aanpassen en omgooien van de stelling. De ‘stellingeigenaar’ ging vervolgens de discussie met de overige deelnemers aan. Met een gele sticker konden deze hun instemming met de stelling betuigen, rood betekende ‘tegen’ en met een groene sticker kon worden aangegeven dat nader onderzoek naar deze stelling wenselijk is.
Er ontstond een levendige discussie. Een aantal ‘stellingeigenaren’ verdedigde fanatiek hun stelling en probeerden deelnemers te overtuigen van hun gelijk. Voor andere ‘stellingeigenaren’ was het belangrijk om zoveel mogelijk gele of juist rode stickers te verzamelen. Zij pasten hun stelling zodanig aan, opdat hun missie zou slagen. In grote lijnen zijn de volgende inhoudelijke aanbevelingen uit de workshop gekomen:

  • Er is dringend behoefte aan een aanpassing van het normenstelsel. Het huidige stelsel leidt tot onnodige stagnatie ten aanzien van de verwijdering en toepassing van baggerspecie. Een voorstel voor regionale normen kreeg veel bijval.
  • De mogelijkheden tot nuttig hergebruik van baggerspecie zijn legio. Daarvoor dienen wel drempels (korte termijn visie in aanbesteding, normen en algemene regels) te worden weggenomen en moet er beleidsmatig ondersteuning voor succesvolle oplossingen komen. Nieuwe (regio-gerichte) sturingsinstrumenten zijn nodig. Bovendien zal beter gebruik gemaakt moeten worden van de hulp van kapitaalkrachtige stakeholders.
  • Aan het werk! Graag meer vrijheid voor eigen invulling in het eigen gebied zodat werk kan worden gemaakt. Praten is nuttig, maar moet wel leiden tot baggeren.

De koffer met boodschap voor de waterschappenTer afsluiting van de dag kregen de bij bagger betrokken overheden van de organisatie elk een boodschap overhandigd. De boodschappen vormden de neerslag van de voordrachten en discussies tijdens de themadag. De Waterschappen kregen de boodschap om vaker het initiatief te nemen bij het vinden van oplossingen voor bagger. Zij hebben een goed overzicht over de mogelijkheden in een gebied. ‘Verschuil je niet achter VROM, maak je gebiedsautoriteit waar’, kregen de provincies mee. ‘Werk vaker samen met de lokale waterkwaliteitsbeheerders’, luidde de boodschap aan V&W. De laatste was voor VROM: ‘Er is behoefte aan beleidsruimte, schrap daarom alle regels die lokale innovaties belemmeren.’