Verslag Themadag Baggernet: De kansen van actief waterbodembeheer

gehouden op 13 juni 2001 in Nieuwkoop

De baggerproblematiek in Nederland is een slepend probleem. Een aanzienlijk deel van de vrijkomende baggerspecie wordt afgevoerd naar gecontroleerde stortplaatsen. Er zijn echter ook alternatieven mogelijk. Gedacht kan worden aan nuttige toepassing van baggerspecie ten behoeve van natuurontwikkeling en/of herinrichting van ecologische zones binnen een bepaald gebied. Veelal valt hierbij de term "Actief (water)bodembeheer" te horen. Een aantal van dit soort projecten is reeds in gang gezet. Dit vaak in de vorm van pilots omdat een werkbaar juridisch kader thans nog ontbreekt. Op de bijeenkomst van Baggernet op 13 juni jl. werd uitgebreid ingegaan op het thema actief (water)bodembeheer. Ruim 100 medewerkers van o.a. provincies, gemeenten, waterschappen, ingenieursbureaus namen deel aan de bijeenkomst.

Achtergrond

Marcel Paalman van de Provincie Zuid-Holland gaf een toelichting op het begrip Actief (Water)bodembeheer. Actief waterbodembeheer is vanuit de praktijk ontwikkeld. Achterliggende gedachte is dat grond en bagger in het gebied van herkomst toegepast moeten worden, en dat problemen niet afgewenteld worden naar andere gebieden. Hergebruik van materiaal moet zoveel mogelijk gerealiseerd worden om de hoeveelheid te storten materiaal te beperken. E.e.a. bevordert een duurzame ontwikkeling van het gebied, waarbij preventie van verontreiniging bovenaan staat, gevolgd door saneren, baggeren, nuttig toepassen van gebaggerd materiaal, en voortdurend bewaken van de bodemkwaliteit. De wet- en regelgeving met betrekking tot actief waterbodembeheer is schimmig te noemen. Als voorbeelden noemde Marcel Paalman "actief bodembeheer van het rivierbed" wat is ontstaan door het veiligheidsprobleem bij extreme hoogwaterstanden en aanwezigheid van diffuus verontreinigde grond en bagger. Maatregelen die genomen worden zijn dijkversterking en rivierverruiming en de natuurontwikkeling wordt versneld. Het duurzame element bij actief bodembeheer van het rivierbed is dat milieuhygiënische risico's beperkt worden, rekening gehouden wordt met de functies van het gebied en hot-spots gesaneerd worden. "Actief bodembeheer in stedelijk gebied" is ontstaan door problemen met grondverzet in de stad. 
Geconcludeerd wordt dat bij actief (water)bodembeheer sprake is van een win-win situatie: een gebiedsgerichte, kosteneffectieve aanpak. Een goede samenwerking tussen betrokken partijen is hierbij overigens essentieel.

Project Loosdrechtse Plassen

Erik van Tooren van de Provincie Utrecht schetste de toepassing van actief bodembeheer in het project Loosdrechtse Plassen. De Loosdrechtse Plassen liggen in de gemeenten Loosdrecht, Breukelen en Loenen. Het water dat omhoog kwelt is afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug, dus schoon water. Oorspronkelijk was het een moerasgebied. Om het gebied te ontwateren werden sloten naar de riviertjes de Vecht en de Drecht gegraven. Het laagveen dat zo ontstaan is, werd in de 16e eeuw afgestoken voor turf. Zo ontstonden fraaie legakkers. In de 17e en 18e eeuw werd ook beneden het grondwater gebaggerd, toen ontstonden de grote wateroppervlakken. In de 20e eeuw is het recreatiegebied ontwikkeld.
Er speelt een baggerprobleem: oorzaak is afslag van legakkers en algengroei waardoor waterplanten afsterven en slib makkelijk kan opwervelen. Ook na terugdringing van de fosfaatbelasting, heeft de waterplantengroei zich niet hersteld. De bagger hoopt zich op in de plassen. Dit belemmert de doorvaart voor schepen, en het opwervelend slib tast de zwemwaterkwaliteit aan. Eind jaren 90 is het project Loosdrechtse Plassen ontstaan voor de aanpak van de genoemde problemen. In het project vindt samenwerking plaats met een 8-tal partijen:

  • Plassenschap Loosdrecht en Omstreken: bevaarbaarheid en beheer recreatieterreinen
  • Gemeente Loosdrecht: toerisme, recreatie, economie etc.
  • Hiswa-vereniging en KNWV: jachthavens en watersporters
  • Natuurmonumenten: natuurontwikkeling
  • Gemeentewaterleiding Amsterdam: beheerder waterleidingplas en peilbeheer
  • Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht: waterkwaliteit en -kwantiteit
  • Provincie Utrecht: milieuhygiëne, natuur en landschap, integrale afstemming

Als doelstelling werd geformuleerd: "Binnen 10 jaar zullen de plassen, watergangen en havens goed bevaarbaar zijn en zal ook de helderheid van de plassen hersteld zijn". Wat kom je nu allemaal tegen aan regelgeving als je aan de gang gaat met een dergelijk "actief waterbodembeheer"-project?

  1. Als de bagger vrijkomt en je wilt die vervolgens toepassen, dan heb je te maken met het Bouwstoffenbesluit: er wordt een bodemkwaliteitskaart vereist en een bodembeheerplan. Daarnaast geldt dat de grond die wordt toegepast een vergelijkbare of betere kwaliteit moet hebben den de ontvangende bodem en de kwaliteit van de grond mag niet in strijd zijn met de huidige of toekomstige functie.
  2. Bestaand baggerbeleid: wanneer mag je bagger wel of niet op de kant zetten.
  3. Provinciale Milieuverordening: want voor je het weet ben je bezig met het vervoeren van afvalstoffen.
  4. Verordening Natuur en Landschap: stelt de zgn. groene voorwaarden waar je rekening mee moet houden.
  5. Wet milieubeheervergunning voor een depot: want vaak moet de bagger rijpen voordat toepassing mogelijk is.
  6. Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren: stelt eisen aan het oppervlaktewatergebruik

Daarnaast moeten een aantal fysieke zaken in beeld gebracht worden:

  1. Er is een baggerprobleem, maar wat is de feitelijke slibdikte in plassen en havens?
  2. Waterdiepte (bevaarbaarheid)
  3. Kwaliteit waterbodem, onderscheid tussen vast en zwevend slib
  4. Toepassingsmogelijkheden voor het slib
  5. Bodemkwaliteit
  6. Depotlocatie is onontbeerlijk

In het project Loosdrechtse Plassen is begonnen met het maken van een waterbodemkwaliteitskaart. De waterdiepte, dikte en kwaliteit van vast en zwevend slib voor zowel de plassen als havens, zijn in beeld gebracht. Vervolgens een een bodemkwaliteitskaart gemaakt.
Op dit moment wordt gezocht naar een geschikte depotlocatie in het gebied, geen gemakkelijke opgave want de mogelijkheden zijn beperkt. De afzet van materiaal wordt voorzien voor behoud en herstel van de legakkers en mogelijk ook herstel van eilanden en oevers.

Actief waterbodembeheer vereist een goede voorbereiding. Je hebt te maken met een doolhof aan regels. Lastig is dat bodem en waterbodem los worden gezien in de kwaliteitsbenadering, terwijl het om gebiedseigen materiaal gaat. Er zijn veel belanghebbende partijen en dat vereist een goede samenwerking. Die samenwerking lukt alleen als elke partij bereid is verder te kijken dan het eigen belang en evt. concessies wil doen aan dat eigen belang. Doordat zoveel partijen betrokken zijn, moet rekening gehouden worden met een groeiend tijdbeslag. Bij het project Loosdrechtse Plassen blijkt de projectmatige en gebiedsgerichte aanpak goed te werken.

Voor het laatste nieuws over het project kijk op: www.deloosdrechtseplassen.nl/nieuws 

Project Nieuwkoopse Plassen

Het project Nieuwkoopse Plassen werd door Renier Koenraadt van Ingenieursbureau Oranjewoud toegelicht. Sprake is van een jaarlijkse aanwas van spoelbagger in de ordegrootte van 30.000 m3, veroorzaakt door afkalving van oevers, erosie van waterbodems en dode algen en bladeren. Het organisch stofgehalte van het materiaal is 80 gew% en droge stofgehalte 5 tot 10 gew%, doorgaans klasse 2. In het gebied zijn veel maatregelen getroffen om de algengroei tegen te gaan. Als aanpak is gekozen voor het terugbrengen van veen in de kringloop, bagger ontstaat mede door afslag en erosie en kan dus weer toegepast worden als bodem. Baggerproblemen worden zoveel mogelijk integraal met de bodem aangepakt. Op de Noordeinderplas is de invloed van de wind groot. Die is beperkt door het toepassen van stromingsonderbrekers waardoor afslag verminderd is. Aan de aanleg van natuurlijkvriendelijke oevers wordt gewerkt. Er wordt een proef uitgevoerd met de oude techniek van het verspuiten van klasse 0 en 1 bagger in dunne lagen op rietlanden; de meningen over toepassing van deze techniek zijn verdeeld: de een zegt het werkt verzuring in de hand, de ander gaat uit van een bemestende werking. Een andere techniek die toegepast wordt is rijping en ontwatering waardoor maar liefst 90% volumereductie bereikt wordt. Toepassen van spoelbagger bij natuurontwikkeling binnen de Nieuwkoopse Plassen blijkt goed te werken, binnen een jaar staan de wilgen al een meter hoog; het effluent van het depot voldoet aan de lozingsnormen en kan ongezuiverd worden geloosd. Er wordt een proefproject uitgevoerd om een beheerst moeras te ontwikkelen. Mogelijkheden worden verkend om te sturen in vegetatieontwikkeling en daarbij de waterkwaliteit te monitoren. 

De ideeën voor sanering van de Voorwetering liepen van sectoraal naar geclusterd naar integraal. In eerste instantie was het de bedoeling om alle gebaggerde materiaal naar de Slufter af te voeren. Kosten 3,7 miljoen voor 60.000 m3. Vervolgens ontstond het idee van en geclusterde sanering van de stortplaats Zuideinde en de Voorwetering want de sloten op de stort en de Voorwetering beïnvloeden elkaar (verontreinigings- en stromingsbeeld). De besparing die met de geclusterde aanpak bereikt zou worden is 2 miljoen. Voor deze aanpak is alleen een Wbb-beschikking nodig van de provincie, en Wvo. Toepassen van bagger in de afdeklaag kan binnen het Bouwstoffenbesluit. Wel moet een vergunning geregeld worden voor het ontwateren op de stort. Op korte termijn zal besloten worden of voor deze aanpak gekozen zal worden. Zo'n gebiedsgerichte aanpak vergt een samenspel van veel partijen en maatregelen. 

Ook in het project Nieuwkoopse Plassen loopt men voortdurend tegen onduidelijkheden en tegenstrijdigheid in beleid en regelgeving. Op dat vlak moet nog een hoop gebeuren!

Het baggerbeleid in perspectief

Garmt Arbouw gaat in op het beleid voor het verspreiden van onderhoudsspecie op land. In 1998 is besloten dit beleid te herzien. Afgelopen anderhalf jaar zijn de mogelijkheden hiervoor onderzocht in een gezamenlijk project van Unie van Waterschappen, IPO, VNG, LNV, V&W, VROM met medewerking van LTO en Waterpakt.
Volgens de regelgeving zou het nieuwe beleid op 1 januari 2003 in werking moet treden. Deze datum zal echter niet worden gehaald, met name omdat het beleidsonderbouwend onderzoek meer tijd kost dan was voorzien. Bovendien zijn de betrokken partijen tot de conclusie gekomen dat het gewenst is om het verspreiden op land niet langer sectoraal, maar integraal te benaderen door het te beschouwen als een vorm van hergebruik als bodem en aansluiting te zoeken bij de regels voor grondverzet (stand-still) en bodemsanering (bodemgebruikswaarden). In de komende maanden wordt in overleg tussen de betrokken partijen een opzet gemaakt voor dit vervolg.
Aan de minister van VROM zal intussen worden voorgesteld het huidige beleid voor verspreiden van onderhoudsspecie op land te continueren na 1 januari 2003 door middel van een wijziging van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Wet milieubeheer). De juridische grondslag voor het hergebruik als bodem van natte baggerspecie (niet zijnde verspreiden op land van onderhoudsspecie) kan vooralsnog per geval worden gevonden in een ontheffing van het stortverbod buiten inrichtingen (artikel 10.47 Wet milieubeheer). Het ligt in de rede dat aan een dergelijke ontheffing de voorwaarden worden verbonden die de Vrijstellingsregeling grondverzet stelt aan hergebruik van grond (o.m. vergelijkbare kwaliteit, bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan, melding en registratie).
'Baggernet' zal worden benut bij de verdere communicatie over dit onderwerp.

Excursie

Die middag vond er met medewerking van de Vereniging Natuurmonumenten een excursie plaats naar de Nieuwkoopse Plassen. Elementen uit het lopende project werden getoond en toegelicht.