Open planprocessen en communicatie bij baggerwerken

Verslag Baggernet-workshop bij DWR te Hilversum op 18 oktober 2000

Voorafgaand aan de workshop is er een excursie naar "Wateren 1", een verzamelnaam van een aantal watergangen in Hilversum en ’s-Graveland. Deze watergangen zijn in de loop der jaren sterk verontreinigd geraakt. Momenteel is het baggerwerk als eerste regionale Wbb-sanering in Noord-Holland in uitvoering. De bagger wordt met een kraan in beunbakken geladen. De beunbakken brengen de bagger naar de overslaglocatie nabij het Hilversums Kanaal. Vervolgens wordt de bagger overgeslagen in grotere beunschepen die de bagger naar de verwerker in Amsterdam brengen.
Tijdens de excursie kon bekeken worden hoe dit kleinschalig baggerwerk in verstedelijkt gebied uitgevoerd wordt. Die uitvoering is complex door belemmeringen van bruggen, sluizen, gevels, ondiepe kabels en leidingen etc.
Fred de Haan van DWR verzorgden de toelichting tijdens de excursie.

Opening en introductie

Addie Weenk, projectleider van Baggernet, heet de ruim 80 aanwezigen welkom. Dank gaat uit naar DWR, de uitvoeringsorganisatie van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, voor het organiseren van de excursie, het beschikbaar stellen van de workshop-locatie en het verzorgen van de catering.

Mensen worden steeds mondiger en kundiger, zijn steeds beter en sneller geïnformeerd en komen flink op voor hun belangen. Wanneer bagger-, verwerkings- en/of depotplannen die belangen dreigen te schaden, kunnen de verantwoordelijkheden dan ook flink wat tegenspel verwachten. Zeker nu het beeld van bagger is verschoven van "waardevolle meststof" tot "giftige afvalstof". Het idee is, dat open planprocessen, belevingswaardeonderzoeken en goede communicatie bij kunnen dragen aan:

  • Het voorkomen van en omgaan met weerstanden
  • Het verwerven van draagvlak en acceptatie
  • Optimalisering van plannen en uitvoering daarvan, door inbreng van kennis en informatie van allerlei betrokkenen.

Presentatie "Interactieve planvorming en het omgaan met belangentegenstellingen"

Door Arjen Wals, Communicatie en Innovatie studies, Wageningen Universiteit

De gedachte achter interactieve planvorming is, dat als je verschillende partijen betrekt bij een probleem er een "ownership" ontstaat en het draagvlak wordt vergroot.Eerst moet bepaalt worden:

  1. het soort conflict dat speelt
  2. ideaaltypische onderhandelingsprocessen
  3. taken in het interactief ontwerpproces
  4. succes- en faalfactoren

Gerealiseerd moet worden, dat er bij de verschillende partijen uiteenlopende belangen, waarden en werkelijkheidsconstructies leven. Vaak zit het venijn in kleine details, die – indien genegeerd –fundamentele proporties aan kunnen nemen. Bij interactieve planvorming worden de plannen in een vroeg stadium ontwikkeld, waarbij alle (vroegere en toekomstige) partijen er vanaf het begin van het proces bij betrokken worden. Een eerste stap is de gezamenlijke probleemdefinitie; belangrijk hierbij is dat doelstellingen en uitkomsten vooraf niet vast liggen. Interactieve planvorming wordt vooral gebruikt daar waar conflicten een belangrijke rol spelen. Het conflict kan gaan over belangen, waarden interpretaties etc., en kan zich latent dan wel manifest uiten, tussen personen of groepen. De functie van een conflict kan destructief zijn, maar ook constructief: de partijen kunnen zich ontwikkelen en van elkaar leren.

Conflictoplossing kan vergemakkelijkt worden als de partijen niet de uitgangssituatie als startpunt nemen, maar overeenstemming bereiken over een gezamenlijk toekomstbeeld en vanaf dat punt terugredeneren naar het begin van het conflict.

Onderhandelingsprocessen kunnen als volgt onderscheiden worden:

Distributieve onderhandelingIntegratieve onderhandeling
Vertrek vanuit standpunten
Gesloten over achtergronden
Geen joint fact-finding
Overvragen
Bedreigingen
Minder kans op verstandhouding
Weinig leereffect
Geen zorg voor de ander
Hiërarchisch georiënteerd
Tegenpartij
Voorbeeld: Leeuwense Waard/Kaliwaal
Vertrek vanuit een visie
Geen verborgen agenda
Joint fact-finding
Geen overvragen
Geen bedreigingen
Kans op verstandhouding
Veel leereffect
Zorg voor de ander
Netwerken
Partner
Voorbeeld: Zoute Baggerspecie N-Holland

Als taken in een interactief proces kunnen worden onderscheiden:

  1. Initiëren en voorbereiden.
    Welke groepen moeten betrokken worden, wie is aanspreekpunt, vertegenwoordigt deze persoon de achterban?
  2. Processtappen.
    Wie leidt proces, is er vertrouwen in de facilitator, is de macht verdeeld over de groepen, gedragsregels bepalen, ook informeel overleg inbouwen.
  3. Exploratie en situatie-analysesituatieanalyse.
    Op welke termijn is oplossing nodig, wettelijke verplichtingen vaststellen, zijn er externe deskundigen nodig, hiaten in eigen kennis vaststellen.
  4. Gezamenlijk onderzoek wat mogelijk is.
  5. Overeenstemming bereiken.
    Van divergeren naar convergeren: er moet een keer een beslissing genomen worden en keuzes gemaakt over een samenhangend pakket maatregelen.
  6. Communicatie met de achterban.
  7. Implementatie.
    Uitvoeren van de plannen. Doelen zo nodig bijstellen. "Harde doelen" onderhandelbaar maken. Zachte doelen (luisteren naar elkaar, begrip hebben voor elkaar standpunt…) worden vaak niet zichtbaar gemaakt.

NB: Alle 7 taken zijn doorlopend aan de gang.

Tenslotte: succes- en faalfactoren:

  • Wat is succes; vaststellen van de verwachtingen.
  • Interactieve planvorming selectief toepassen, het is een tijdrovend proces en niet altijd de beste oplossing.
  • Procedures moeten transparant en flexibel zijn.
  • De facilitator moet kunnen omgaan met het conflict en in staat zijn een goede relatie op te bouwen en te onderhouden met de achterbanpartijen. Wordt hij/zij erkend, is er vertrouwen?
  • Risicobeleving: hoe wordt de ernst van het probleem ervaren?
  • Zijn de deelnemers bereid te luisteren naar elkaareen ander, hun eigen ideeën los te laten, willen ze meegroeien/veranderen?

Note: de Leerstoel Communicatie en Innovatie Studies van WUR geeft een nieuwsbrief uit. Aan te vragen bij joke.janssen@alg.vlk.wag-ur.nl

Presentatie "Ervaringen bij de aanpak van zoute baggerspecie in Noord-Holland"

Door Volkert Schaap, Rijkswaterstaat – Directie Noord-Holland

Op de MER-studie zoute baggerspecie Noord-Holland is een open planproces gevoerd. Belanghebbende partijen zijn al in een vroeg stadium betrokken bij dit proces. Aanleiding tot de keuze voor een open planproces was o.a. een ervaring uit het verleden waarbij de omgeving niet betrokken werd bij de voorbereiding en de uitvoering van een project, wat uiteindelijk leidde tot veel weerstand uit de buitenwereld – frustratie voor alle partijen - veel tijdverlies – en het uiteindelijk afblazen van het betreffende project. De interne gerichtheid van RWS, en de technische, oplossingsgerichte wijze van werken, was daar mede debet aan.

Bij de MER-studie zoute baggerspecie is een open dialoog met de omgeving aangegaan, waarbij het doel was draagvlak te creëren voor problemen, gezamenlijk uitzetten van een hoofdkoers voor een oplossingsrichting en het starten van het MER-traject. Dit proces werd vormgegeven door:

  1. uitvoeren van een belangenanalyse en het installeren van een maatschappelijke klankbordgroep onder voorzitterschap van het Noord-Hollands Participatie-Instituut als onafhankelijke partner.
    Er vond een inventarisatie plaats van de functies van het studiegebied, onderzocht werd welke belangen er spelen en hoe deze zich tot elkaar en tot de voorgenomen ingreep verhouden.(type="a")
  2. organiseren van werkconferenties om de achtergrond van het probleem te verkennen.
    Om hoeveel baggerspecie gaat het, en van welke kwaliteit? Welke oplossingsrichtingen zien de vertegenwoordigers uit de regio. Wat zijn de financiële mogelijkheden? Hoe denkt de Provincie / Den Haag erover? Hoe gaan de belangenvertegenwoordigers naar de achterban communiceren?
    Deze stap resulteerde in een Startnotitie MER.
  3. uitvoeren van een verkennend en toetsend belevingswaardenonderzoek onder de bewoners. Dus het in eigen woorden laten benoemen van de kwaliteiten van de leefomgeving, en de resultaten nog eens toetsen onder de bewoners.

Tijdens de studiefase:
Er werd een maatschappelijke klankbordgroep (met vertegenwoordigers uit actiegroepen, bedrijfsleven, buurtbewoners, RWS, overheid, onder voorzitterschap van het Noord-Hollands Participatie-Instituut) ingesteld die om de 6 à 8 weken een avond bij elkaar kwam. Taakstelling van de klankbordgroep was meewerken aan het opstellen van het MER rapport. Regelmatige tussentijdse terugkoppeling naar de politiek en raadsleden vond plaats. Het belevingswaardenonderzoek kreeg een volwaardige plaats in het MER-rapport. Een keer per jaar werd een informatiebijeenkomst georganiseerd voor alle betrokken partijen om de stand van zaken te melden. Er is een adressenbestand samengesteld ten behoeve van de verspreiding van folders, nieuwsbrieven e.d. En een telefoonnummer geopend waar iedereen met vragen en opmerkingen terecht kan.

Conclusie:
Het open planproces heeft geleid tot een gezamenlijke oplossing, waarvoor breed draagvlak is. Zo’n proces kost veel tijd en geld en vergt een goede bewaking, maar resulteert in een algehele relatieverbetering (waar ook later nog profijt van getrokken kan worden) en betekent winst voor het milieu: nu worden plannen niet afgeschoten maar wordt er wat gedaan. Geadviseerd wordt ook met collega-probleemhebbersouders ervaringen uit te wisselen.

Presentatie "Communicatie rond het DWR-baggerproject Wateren 1"

Door Fred de Haan, DWR/W+B

Zoals tijdens de excursie te zien was, gaat het bij Wateren 1 om kleinschalig baggerwerk in verstedelijkt gebied. Alle bagger moet via de, meestal smalle, vaarten afgevoerd worden. Daarom wordt met kleine beuntjes gewerkt. Er moet dichtbij bebouwing gebaggerd worden. De spetters bagger zitten soms tegen de ramen van omwonenden. Gezien de situatie moest met de aanwonenden goed gecommuniceerd worden. Voorbeelden hiervan zijn:

  1. Gewaakt moest worden voor standzekerheid van gevels; een geotechnisch adviesbureau en ook de verzekeringsmaatschappij is geraadpleegd. Er kon niet in een zone van 1,5 m vanaf de gevel gebaggerd worden.
  2. Boeren wilden zekerheid dat de veedrenking geen gevaar liep.Uitgebreid onderzoek naar de waterkwaliteit heeft aangetoond dat het water dat wordt ingelaten niet tot meer vervuilding leidt.
  3. Steigertjes van aanwonendens moeten soms weggehaald worden; DWR garandeert terugplaatsing van steigers van gelijkwaardige kwaliteit.
  4. De geluidsoverlast is soms erger dan gepland.

De communicatie betrof:

  • DWR intern
  • Overheden (gemeente en provincie)
  • Bewoners

De onderzoeken en de communicatie intern en met overheden is uiteraard van belang om projecten op de rails te krijgen en kan tot 10 jaar duren.
Wat betreft de communicatie met bewoners, zijn de volgende stappen genomen.
De potentieel gehinderden werden voorafgaand aan de uitvoering van het baggerwerk uitgenodigd. In de periode tot de gunning zijn er nog diverse vervolgbijeenkomsten georganiseerd omdat bewoners bezwaren hadden ingediend.
Ook na de gunning is de informatievoorziening voortgezet middels informatiebrieven ten aanzien van planning, publicaties in huis-aan-huis bladen, persoonlijke brieven naar degenen die hinder zouden kunnen ondervinden van baggerwerk, en met een bewonersforum. Het telefoonnummer van de toezichthouder op het baggerwerk is gepubliceerd.
Voordeel was dat de bewoners zelf de noodzaak van het baggeren inzagen; alom bekend was nl. dat er veel vervuiling in de bagger zat.

De ervaring van DWR is dat alleen al het communiceren op zich een positief effect heeft, ook als dat er niet toe leidt dat problemen opgelost worden (want niet aan alle problemen is wat te doen). Het schriftelijk informeren geeft vertrouwen bij de burger, zeker als het toezeggingen betreft bij schade aan zijn belangen.
Advies is om op tijd met voorlichten te beginnen, de mensen die overlast zullen ondervinden persoonlijk te benaderen, zaken op schrift te zetten, en een bewonersforum te organiseren.
De kosten verdienen zichzelf terug omdat goede communicatie de aanvang en voortgang van baggerwerk bespoedigd.

Presentatie door woordvoerder belangengroep "De vuile klauwtjes van de Panda"

Peter Cobussen, Stichting Behoud Leefmilieu Natuur Maas en Waal

Door onverwachte omstandigheden kon Peter Cobussen niet aanwezig zijn. Hij heeft zijn presentatie op schrift doorgegeven:

Mijn naam is Peter Cobussen, woonachtig te Boven-Leeuwen, een plaatsje in het Land van Maas en Waal, en sinds 1995 voelen wij ons ernstig bedreigd door de Panda van het WNF en haar kornuiten Delgromij, Provincie Gelderland en Rijkswaterstaat.

De provincie Gelderland zoekt een oplossing voor haar baggerprobleem waarbij o.a. in de Malburgenhaven te Arnhem 25.000 m3 zwaar verontreinigd slib ligt van o.a. Biliton. Om tot een oplossing te komen is er in 1994 de Projectgroep Bagger opgericht waarin Rijkswaterstaat, de water- en zuiveringschappen en de provincie ambtelijk zijn vertegenwoordigd.

Doel van de projectgroep is het aandragen van oplossingen voor de bergingsproblemen. Van de tien locaties die de projectgroep onderzocht werd de locatie Kaliwaal uitgezonderd als baggerspecie -bergingslocatie op grond van natuur-, landschappelijke- en ornithologische waarden. Bovendien is dit gebied een Wetland.

Delgromij is zeer creatief als het gaat om oplossingen en biedt de provincie de Kaliwaal aan, een zandwinplas en eigendom van genoemde onderneming.
De provincie sputterde eerst wat tegen, voornamelijk ingegeven door de verkiezingen van provinciale verkiezingen, Delgromij verzon een plannetje met het WNF.
Het project Levende Rivieren met Waaier van Geulen werd geboren en zo werd specieberging ineens natuurontwikkeling genoemd. Ons werd gewoon een worst voorgehouden.

De propaganda van het WNF in de media deden ons bewoners geloven dat we er wel een heel mooi natuurgebied erbij zouden gaan krijgen in Maas en Waal, uitgaande van slib klasse 2 en 3. Het bestaande natuurgebied in Wetland 39 wordt daarbij opgeofferd maar dat is te verwaarlozen. Na wat links en recht te hebben geïnformeerd naar de samenwerking tussen het WNF en Delgromij/Grontmij kwamen wij er al snel achter dat de secretaris van het WNF tevens directeur was van de Grontmij. Belangenverstrengeling noemen we dat.

En toen kregen wij argwaan en zijn wij gaan informeren naar de plannen met de consequenties daarbij. De hoofdzaak van het project Leeuwense Waard en Kaliwaal is gewoon kort samengevat:

  1. Inrichten slibdepot klasse 4
  2. Afgraven uiterwaarden + meestromende nevengeulen = kleiwinning

Naar onze mening bouw je geen natuur op een fundering van ernstig vervuild slib van klasse 4. De Panda van het WNF, eens het keurmerk op het gebied van bescherming van fauna en flora, laat in de Leeuwense Waard en de Kaliwaal haar vuile klauwtjes zien.

Vanaf dat moment hebben wij een belangengroep opgericht om te protesteren tegen de plannen. De enige informatie die wij via de media kregen waren de vergunning-aanvragen in krantenadvertenties. De metershoge rapporten waren door de grote hoeveelheid papier ondoorzichtelijk en gedeeltelijk abacadabra .

Wij waren dan ook gedwongen deskundig advies in te winnen, waaronder mensen uit de praktijk, wetenschappers, onderzoekers, juristen en anderen.

Met behulp van deze adviseurs, een leefgemeenschap die ons ook in financieel opzicht steunt, lukt het ons tot op heden om de waanzin van deze slibstortplannen te vertragen en te voorkomen dat door slibstort een onomkeerbare en vernietigende uitwerking op de natuur zal hebben. De Raad van State heeft alle werkzaamheden geschorst.

Er zijn teveel onzekerheden, geen garanties en bovendien is storten geen duurzame maar een tijdelijke oplossing waarbij je de problemen een paar generaties vooruit schuift. Volgens ons worden de alternatieven als zandscheiding en bijvoorbeeld het produceren van ecogrind c.q. verglazen van de slibresten onvoldoende benut.

"Het is te duur" is het eerste wat wij horen, maar wie maakt er hier in Nederland uit of iets te duur is? Over de kosten hoor je de middels de politiek de maatschappij te raadplegen. Volgens mij is het een kwestie van "lef" om te beginnen met verwerken i.p.v. storten. Wij hebben als belangengroep een alternatievennota opgesteld die pleit voor slibverwerking waaruit blijkt dat verwerken ook lucratief is.

Mijn advies aan de beleids- en plannenmakers onder u:
Betrek de bewoners rondom projecten die de leefbaarheid aantasten vanaf het allereerste begin bij uw plannen en neem onzekerheden weg door eerlijke voorlichting. Maak gebruik van onafhankelijke deskundigen buro’sbureaus die geen binding hebben met het uit te voeren project.

De politiek met haar ambtenarenapparaat zou er moeten zitten namens de bevolking en niet tegen de bevolking. De praktijk wijst helaas anders uit. Al snel wordt aan critici het stempel gegeven van aktiegroepactiegroep en als lastig beschouwd. En als de overheid het helemaal niet meer kan winnen dreigen ze met een Nimby-procedure.
Maas en Waal krijgt in de zandaffaire Maasbommel de bedenkelijke primeur en wie weet volgt de Kaliwaal met stip op nummer twee.

Informatie op internet:
http://kaliwaal.novi.net

Reactie uit de zaal is dat er in deze kwestie verre van optimaal gecommuniceerd is. Slib uit de haven heeft heel andere eigenschappen dan slib uit de uiterwaarden. Men kan zich voorstellen dat dat een probleem is voor omwonenden.

Ervaringen van deelnemers uit de zaal

  • Michelle Talsma (STOWA) introduceert een net uitgekomen boekje over IPEA: Interactieve Planvorming gericht op Effectiviteit en Acceptatie. Het is te bestellen bij Hageman Fulfilment BV te Zwijndrecht, tel. 078 629 3332, fax 078 610 4287
  • J. Stronkhorst van RIKZ attendeert op een nieuw beoordelingssysteem voor zoute baggerspecie. Informatie op internet: www.zeeslib.nl
  • Aldert van der Kooij vertelt kort iets over het project "Een andere kijk op slib".
    Probleem dat gesignaleerd wordt is dat er veel beleid gemaakt wordt, maar dat er weinig locale en regionale bekendheid met het probleem bestaat. Overgegaan is tot het opstellen van plannen met betrokkenen, rekening houdend met de aspecten: bestuur, beheer, bestemming, belanghebbenden. Voorbeeldprojecten: Gelderse Vallei en Groningen.

Afronding

Conclusie van deze middag is dat we in baggerland op de goede weg zijn: de ervaringen met het, daar waar relevant, toepassen van open planprocessen en communicatie zijn positief en werken kostenbesparend. Baggerwerk kan vlotter van start gaan en de relatie met potentieel gehinderden wordt beter.

Addie Weenk bedankt DWR nogmaals voor de gastvrijheid. De aanwezigen worden uitgenodigd nog even na te praten en een drankje te nuttigen.

De volgende bijeenkomst van Baggernet heeft als thema "Actief Waterbodembeheer in het landelijk gebied" en zal voorjaar 2001 worden gehouden.