Baggernet workshop 10 april 2000 te Leusden

Foto impressie

Volumebepaling baggerspecie: peilstok of georadar?

Ruim 100 medewerk(st)ers van o.a. waterschappen, hoogheemraadschappen, ingenieursbureaus en provincies namen deel aan de workshop van Baggernet die op 10 april in Leusden gehouden werd. Tijdens deze middag werd de georadar-meettechniek geïntroduceerd en gedemonstreerd. Georadar is een vrij nieuwe techniek om (o.a.) het volume van te baggeren waterbodem vast te stellen. Gastheer van deze middag was het Waterschap Vallei & Eem.

Addie Weenk, lid van het Baggernetteam, heet de aanwezigen welkom en gaat kort in op de doelstelling, activiteiten en diensten van Baggernet. Hij meldt ook, dat één dag na de eerste baggernetbijeenkomst, op 2 juni 1999, de georadar-onderzoekers reeds contact hebben gezocht met Baggernet. Nu het onderzoek voor STOWA is afgerond, lijkt dit een mooi moment om de techniek uit de doeken te doen voor een breed publiek van geïnteresseerden. Een dankwoord gaat uit naar het Waterschap Vallei & Eem voor hun medewerking en ondersteuning bij de totstandkoming van deze middag.

Bas van der Wal (STOWA) vertelt over de aanleiding tot het onderzoek naar de mogelijkheden en beperkingen van georadar voor waterbodemonderzoek: het gebrek aan kennis van, en ervaring met de georadartechniek bij de waterbeheerders. Gezien de potentie van deze meetmethode voor waterbodemonderzoek in ondiepe binnenwateren, achtte de STOWA het zinvol om een kennisdocument voor deze toepassing op te laten stellen. 

De projectleider van het STOWA-onderzoek, Leo van der Drift (ARCADIS) geeft een toelichting op de praktische toepassing van de georadar. Georadar is een niet-destructieve geofysische onderzoekstechniek die met name geschikt is voor onderzoek van de ondiepe ondergrond vanaf een diepte van een paar centimeter tot meters. Deze onderzoeksmethode wordt internationaal al een aantal decennia gebruikt om vanaf mainveld de droge bodem tot enkele meters diepte in kaart te brengen. Daarnaast wordt georadar toegepast voor het bepalen van de dikte van asfaltlagen, funderingen en de aanwezigheid van kabels en leidingen. In het kader van het STOWA-onderzoek is nagegaan in hoeverre de methode ook geschikt is voor het meten van slibdiktes. Het uitgevoerde onderzoek heeft aangetoond dat georadar een geschikt instrument is om de waterdiepte van ondiepe zoete watergangen (waterdiepte minimaal circa 0,0 tot maximaal circa 2,5 à 3,5 m) in kaart te brengen. De methode is niet geschikt voor zout of brak water. Een vergelijking tussen de met radarmetingen en met conventioneel onderzoek bepaalde waterdiepten, leverde in een viertal onderzochte situaties correlaties tussen (R

2

=) 0,94 en 0,99 op. Metingen die door twee onafhankelijke bedrijven op eenzelfde locatie zijn uitgevoerd, leverden resultaten op die sterk overeenkomen. De hoeveelheid baggerspecie boven het leggerprofiel kan daarmee uitstekend bepaald worden. Bij kwaliteitsbaggeren, waarbij ook overgangen tussen het slib en de ondergrond in beeld gebracht moeten worden, is de methode minder geschikt. Uit metingen bij een verschillende ondergrond onder het slib (klei, veen, zand), bleek dat alleen de overgang van slib naar zand goed in beeld te brengen is. Daarnaast is de methode goed geschikt om een vlakdekkend (3-dimensionaal) beeld van veranderingen in de bodem te krijgen. Hiermee kan de aanwezigheid van kabels en leidingen, puinbestortingen en andere obstakels worden aangetoond. Belangrijk aandachtspunt is, dat de radarmetingen altijd gecontroleerd moeten worden door fysieke metingen en controles. Daarnaast is aangegeven op welke wijze de kwaliteit van radaronderzoek door waterschappen en andere opdrachtgevers gecontroleerd kan worden

Na de toelichting worden door de aanwezigen vragen gesteld over zowel de specialistische (resoluties, onderscheidend vermogen verschillende slibsoorten e.d.) als praktische aspecten van georadar. Duidelijk wordt gemaakt dat georadar niet de oplossing is voor alle vragen. Georadar is vooral een extra mogelijkheid om efficiënt de waterdiepte in beeld te brengen. Door verbetering in software zullen de toepassingsmogelijkheden snel kunnen uitbreiden. Praktische ervaring met het meten voor en na een sanering is er bijvoorbeeld nog niet.
Voor wat betreft de kosten van georadar is het belangrijk dat een watergang goed bevaarbaar is. In dat geval zijn de kosten lager dan de kosten van het handmatig meten van de waterdiepte met een prikstok.
Daarnaast komen de resultaten als een digitaal bestand beschikbaar. Een voordeel dat in de komende tijd steeds belangrijker wordt.

Alvorens de demonstraties van de georadar beginnen, geeft Dick van der Roest (MAP) en Martin Pieters (Geofox) een korte introductie op het werken in de praktijk met de georadartechniek.

Tijdens en na de pauze kunnen de deelnemers bekijken hoe het meten met de georadar in zijn werk gaat. Op twee plekken bij de vijver voor het gebouw hebben MAP en Geofox meetapparatuur opgesteld. Ter plekke kan de beweging van de georadar op de computer gevolgd worden. Binnen zijn een aantal computeropstellingen waarop de dataverwerking en interpretatie van de verkregen gegevens getoond worden. 

Terug in de zaal wordt aan de hand van een aantal stellingen gediscussieerd over de (on)mogelijkheden van georadar.

Een passend sluitstuk van de middag is de overhandiging van het Kennisdocument "Waterbodemonderzoek met georadar" door Jaap van Gelder (directeur van ARCADIS) aan Bas van der Wal. Alle deelnemers krijgen een gratis exemplaar van dit rapport.

Kennisdocument

Het Kennisdocument "Waterbodemonderzoek met georadar" is vanaf 11 april te bestellen bij:

Hagemann Fulfilment
Postbus 1110
3330 CC Zwijndrecht

email: hff@wxs.nl onder vermelding van bestelnummer: 2000-11 ISBN 90 5773 091.xHet rapport kost f 50,--

Download Powerpoint 97 presentaties