Bijeenkomsten uit het verleden

Baggernetdag 9 november te Drempt

[ programma ][ verslag Joost van der Pflicht ][ verslag Vincent van Uem ][ foto-impressie ][ top ]

Verslag

Planvorming en opzet van het project Oude IJssel

Vincent van Uem
Waterschap Rijn en IJssel

Inleiding

Het project Oude IJssel bestaat uit een drietal onderdelen nl:

Het bagger- en saneringswerk

De rivier de Oude IJssel wordt om een drietal redenen uitgebaggerd nl:

De stand van zaken

Begin volgend jaar is de rivier bovenstrooms van km 6 volledig uitgebaggerd en gesaneerd.

Momenteel is het traject km 6-13,3 in uitvoering en nog deze maand zal gestart worden met het baggerwerk van een deel van de Aastrang en de Oude IJssel bovenstrooms de kern Ulft. Voor de opslag van de baggerspecie zijn langs de Oude IJssel diverse tijdelijke depots ingericht. Op een tweetal depots heeft er zand/slib-scheiding plaatsgevonden. Op het depot De Pol nabij Etten is gebruik gemaakt van hydrocyclonage en op het depot in Drempt wordt het zand en slib gescheiden in sedimentatiebekkens. Als gevolg van het geringe slibgehalte in de baggerspecie in het traject km 20-25 heeft er in het tijdelijke depot Riezengrave nabij Ulft geen zand/slib-scheiding plaatsgevonden. Het vrijkomende zand (± 430.000 m3) zal grotendeels worden gebruikt voor de afwerking van diverse vuilstortplaatsen in de Achterhoek.

Het is de bedoeling om het afgescheiden slib (± 300.000 m3), nadat het is ingedroogd, te storten in een nog aan te leggen definitief baggerspeciedepot in Drempt. Voor dit depot is inmiddels een MER-procedure opgestart.

De totale kosten voor het baggerwerk van de Oude IJssel en Aastrang bedragen ± 41 miljoen gulden, waarvan ± 11 miljoen gulden wordt bijgedragen vanuit het rijk in het kader van de Wet bodembescherming en ruim 4 miljoen gulden vanuit de provincie in het kader van het scheepvaartbeheer.

Oeverbeschermingsplan in Doetinchem

In Doetinchem zijn als gevolg van het nauwe profiel, de aanwezigheid van diverse bruggen en de vele scheepvaart bewegingen de oevers ernstig aangetast. In 1995 is door het ingenieursbureau Haskoning een plan opgesteld om de oevers te herstellen. Dit plan ging in eerste instantie uit van een civieltechnische oplossing, waarbij veel gebruik zou worden gemaakt van stalen damwanden. 

Nadat het rijk de Oude IJssel heeft aangewezen als onderdeel van de ecologische hoofdstructuur zijn de plannen van Haskoning opnieuw bekeken en is gekozen voor een meer natuurvriendelijke oplossing. Waar mogelijk zullen de oevers worden bekleed met doorgroeibaar materiaal in de vorm van stortsteen. Daarnaast zal de zuid-oever zoveel mogelijk worden voorzien van voor-oevers ten behoeve van de migratie van diverse watergebonden organismen en ten behoeve van paaiplaatsen voor vissen. 

In samenwerking met de gemeente Doetinchem zullen bestaande en nabij de Oude IJssel gelegen groenstroken ecologisch worden ingericht om als zogenaamde stapsteen onderdeel te gaan uitmaken van de ecologische verbindingszone door de stad. De aanleg van de natuurvriendelijke oevers in de stad Doetinchem zal eind dit jaar worden aanbesteed. 

De kosten van het oeverbeschermingsplan zijn geraamd op ± 23 miljoen gulden, inclusief 1,5 miljoen gulden aan meerkosten voor de aanleg van de ecologische verbindingszone op de zuidoever en de inrichting van de daarbijbehorende stapstenen. 

De meerkosten voor de ecologische verbindingszone worden volledig door rijk en provincie vergoed. Daarnaast wordt in de resterende kosten voor 65 % door de provincie bijgedragen in het kader van het scheepvaartbeheer.

De ecologische verbindingszone

Zoals reeds is vermeld vormt de Oude IJssel een onderdeel van de ecologische hoofdstructuur zoals het rijk deze heeft aangegeven in het Natuurbeleidsplan. Dit plan is doorvertaald naar het provinciale Streekplan en Waterhuishoudingsplan. Vervolgens is het aan gemeenten en waterschappen om hier verder invulling aan te geven. 

Ecologische verbindingszones maken de uitwisseling mogelijk van met name diersoorten tussen bestaande (en toekomstige) natuurgebieden. Bij het ontbreken van een verbindingszone raken natuurgebieden met populaties van een bepaalde soort geïsoleerd en treedt er versnippering op. Er zijn verschillende inrichtingsvormen voor verbindingszones. Deze inrichtingsvormen zijn vernoemd naar een gidssoort, die representatief is voor een grote groep van versnipperingsgevoelige organismen. Zo onderscheidt men het model Winde, Rietzanger, Boomklever, Das, Levendbarende hagedis en het model Kamsalamander. 

Elk model vereist een specifieke inrichting van de verbindingszone. Voor de gehele Oude IJssel is gekozen voor het model Winde met als doel het bevorderen van de verspreiding en de leefmogelijkheden van water- en oevergebonden fauna. Voor bepaalde delen van de Oude IJssel is gekozen voor een combinatie met andere modellen. In de praktijk betekent dit dat er langs de Oude IJssel onder andere ondiepe geulen en dras-nat situaties worden gecreëerd en dat er ter plaatse van de aanwezige stuwen en sluizen vistrappen worden aangelegd.

Voor de Oude IJssel is inmiddels een visie opgesteld waarin staat aangegeven welk model het waterschap voor bepaalde trajecten wenst te realiseren. Het is een inventarisatie van bestaande natuurelementen langs de Oude IJssel en mogelijkheden om deze elementen met elkaar te verbinden. Er is een start gemaakt met de verwerving van gronden met als doel om middels grondruil die gronden in handen te krijgen die nodig zijn om de vereiste verbindingen te kunnen realiseren. Naar verwachting zal de realisering van de gehele verbindingszone langs de Oude IJssel ± 10 jaar in beslag nemen.

De kosten voor de aanleg van de ecologische verbindingszone buiten de stad Doetinchem worden geraamd op ± 8 miljoen gulden. Voor de financiering hiervan zullen nog nadere afspraken met rijk en provincie moeten worden gemaakt.

[ top ]

 

Download

Waar laat ik 800.000 m3 baggerspecie?, Joost van der Plicht (20 KB)
Planvorming en opzet van het project Oude IJssel, Vincent van Uem (20KB)

Overzicht

 


Baggernet Online © 1999 - 2009