Bijeenkomsten uit het verleden

Baggernetdag 9 november te Drempt

[ programma ][ verslag Joost van der Pflicht ][ verslag Vincent van Uem ][ foto-impressie ][ top ]

Verslag

Waar laat ik 800.000 m3 baggerspecie?

Joost van der Plicht
Waterschap Rijn en IJssel

Inhoud

De Oude IJssel

De rivier de Oude IJssel ontspringt in Duitsland (rond Raesfeld) en heeft bij de monding nabij Doesburg een stroomgebied van ruim 120.000 ha. Belangrijke neventakken zijn de Aa Strang en de Boven Slinge.

Het riviersysteem wordt belast met een groot aantal effluenten van zuiveringsinstallaties in Duitsland en Nederland. Vroegere directe lozingen van grote en kleine industrieën zijn inmiddels alle gesaneerd. De zuiveringsinstallaties voldoen alle aan de EG richtlijn stedelijk water.

Planvorming

De voormalige waterschappen en het zuiveringsschap in Oost-Gelderland zijn het onderzoek naar de kwaliteit van waterbodems reeds voor 1990 begonnen. Bij dat oriënterende onderzoek kwam ook de ernstige verontreiniging van de Oude IJssel naar voren: met name PCB en zink bleken in hoge concentraties aanwezig te zijn.

Opname van de Oude IJssel in het provinciaal bodemsaneringsprogramma volgde. In de eerste helft van de 90-er jaren heeft provincie Gelderland oriënterend en nader onderzoek getrokken; de planvorming rond de sanering en de sanering zelf hebben de waterschappen en vanaf 1997 het Waterschap Rijn en IJssel ter hand genomen.

Opname van de herstelwerkzaamheden volgde in het provinciaal Waterhuishoudingsplan en in het Integraal Waterbeheersplan Oost-Gelderland. Deze expliciete beschrijving volgde uit het landelijk Natuurbeleidsplan waarin de Ecologische Hoofdstructuur uiteen was gezet en waarvan de Oude IJssel als ecologische verbindingszone een aftakking van de noord-zuid-as vormde richting Duitsland. Functionele doel van de sanering en oeverwerken van de Oude IJssel is dan ook naast kwaliteitsoverwegingen een goede basis aanbrengen voor de ecologische verbindingszone.

Het totale baggerwerk van de Oude IJssel omvat ruim 700.000 m3; met inbegrip van sanering van grachten Doesburg en buitenhaven ligt de hoeveelheid op circa 800.000 m3. Hiervan is meer dan 50 % zand af te scheiden.

Werkdepots

Het voormalige waterschap van de Oude IJssel heeft bij de kanalisatie een vooruitziende blik gehad om gelijktijdig een aantal locaties langs het gehele riviersysteem aan te kopen en te bestemmen als waterstaatkundig werk voor de berging van baggerspecie. Als de depots niet in gebruik zijn, worden deze verhuurd aan agrariërs.

Deze permanente beschikking over depots is nodig omdat de Oude IJssel en het bovenliggende stroomgebied door alle ingrepen nog lang niet in evenwicht zijn: er vindt veel zandtransport plaats. Sedimentatie van zand vindt plaats in het traject vanaf de Duitse grens tot aan Doetinchem; meer benedenstrooms sedimenteert vooral veel slib. Bovenstrooms moet gemiddeld elke 10 jaar worden gebaggerd, benedenstrooms bij Doesburg is de laatste 40 jaar niet gebaggerd. Daar ligt nu ook veruit het grootste volume ernstig verontreinigde baggerspecie.

In het huidige bagger- en saneringswerk is tevoren de vraag gesteld of de bestaande werkdepots wel geschikt waren voor de uitkomende baggerspecie. Belangrijke elementen daarbij zijn:

Enkele depots voldeden niet aan de huidige eisen zodat gezocht is naar nieuwe locaties, waar dan weer dezelfde criteria voor gelden. Nieuwe elementen zijn tevens:

Milieuvergunningen

Voor het verkrijgen van milieuvergunningen moet voldoende tijd worden uitgetrokken. Bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer is provincie (>10.000 m3) of gemeente (< 10.000 m3). Indien lozing van spoelwater of ander afvalwater aan de orde is, is het waterschap als kwaliteitsbeheerder in beeld of Rijkswaterstaat (lozing op rijkswater). Kwantiteitsaspecten spelen een rol als de lozing van retourwater niet kan plaatsvinden op de rivier (of beek) waar de baggerspecie vandaan komt. De ervaring in Oost-Gelderland met gemeenten en provincie met de vergunningen voor werkdepots zijn goed. Over het algemeen leverden werkdepots voor de Oude IJssel geen enkele discussie op. Depots onder gemeentelijk gezag, waar tot klasse 2 specie is geborgen, zijn over het algemeen gedoogd en niet vergund (ook voor andere projecten dan de Oude IJssel). Voor depots voor klasse 3 en 4 zijn altijd vergunningen aangevraagd. Wm vergunningen hebben een maximale looptijd van 10 jaar.

Inrichting en beheer werkdepots

Het waterschap voert werkdepots uit zonder bodemisolatie. De ervaring op zowel zand-ondergrond als op kleiondergrond leert dat indringing van vervuiling nauwelijks aan de orde is: alles adsorbeert aan bodemdeeltjes. Bij het ruimen van het depot worden -automatisch - enkele cm’s ondergrond meegenomen. Metingen gaven ook aan dat onderin een depot en laagje sterk verdicht slib aanwezig is dat als het ware een natuurlijke barrière vormt voor indringing in de bodem. Daarnaast zijn werkdepots 1 jaar in gebruik en dat levert geen minimale verplaatsing op van eventuele verontreiniging. De kades van een werkdepot worden afdekt met HDPE folie om verweking van de kade te voorkomen. Geen PVC-folie gebruiken omdat dat verpulvert onder invloed van zonlicht. Bij een werkdepot is het belangrijk rekening te houden met een stuk terrein voor de opslag van puin en afval dat vrijkomt bij het baggerwerk.

In het project Oude IJssel wordt in het werkdepot zandscheiding toegepast (met hydrocycloon of met sedimentatiebekkens). De ervaring leert dat het afgescheiden slib in voorjaar en zomer een sterke initiële droging heeft: nadat het water wordt afgelaten treedt reeds na enkele dagen de eerste scheurvorming op. Een depot met 20.000 m3 sterk slibbige specie (>50% lutum) is in drie omzettingen geheel gedroogd op rillen gezet (kosten circa ¦ 4,- per m3 in depot).

Afzet zand en specie

Afzet als secundaire bouwstof vindt plaats onder het Bouwstoffenbesluit. In Oost-Gelderland passen we in samenwerking met beheerders van gesloten vuilstorten grote volumina baggerspecie toe in de diverse afwerkingslagen (steunlaag, drainagelaag, leeflaag). De situatie in Oost-Gelderland vergemakkelijkt die toepassing: veel zandige specie met grof zand. Andere toepassing is ophoging bij industriegebieden en toepassing in wegcunetten. Voor het sterk verontreinigde slib heeft het Waterschap Rijn en IJssel een voormalige zandwinplas aangekocht (inhoud bruto 900.000 m3) waarvoor momenteel een MER procedure loopt ter verkrijging van de milieuvergunningen. Als dat onverhoopt niet lukt zal het waterschap specie moeten afvoeren naar IJsseloog of Kaliwaal.

Organisatie

Het Waterschap Rijn en IJssel heeft de zorg voor de afzet van baggerspecie (en andere afval- en reststoffen) ondergebracht in een aparte werkeenheid. Daardoor kan een specialisme worden ontwikkeld en kan maximale aandacht aan een efficiënte afzet van reststoffen worden geschonken. De projectleiders binnen het waterschap kunnen hun aandacht richten op de inhoud van hun werk: beheer van het watersysteem.

Discussie na afloop van de presentatie

Veel vragen betroffen de consequentie van de pragmatische aanpak van het Waterschap Rijn en IJssel. Een aantal vragen zijn impliciet al in bovenstaande samenvatting verwerkt.

[ top ]

 

Download

Waar laat ik 800.000 m3 baggerspecie?, Joost van der Plicht (20 KB)
Planvorming en opzet van het project Oude IJssel, Vincent van Uem (20KB)

Overzicht

 


Baggernet Online © 1999 - 2009