Bijeenkomsten uit het verleden

Baggernet workshop 23 september 1999 te Utrecht

"In-situ waterbodemsanering, voorstelbaar en haalbaar ?"

[ samenvatting ][ verslag ]

Verslag

Start workshop

Bij de start van de bijeenkomst worden de circa 60 aanwezigen onaangekondigd door middel van een kleurensticker op hun badge ingedeeld in vier groepen. Verder is informatie beschikbaar voor de deelnemers in de vorm van samenvattingen van presentaties en/of sheets en brochures.

Doel bijeenkomst

Bij de opening en het welkomstwoord door Johan van Veen als voorzitter van deze middag wordt aansluitend het doel van de middag uiteengezet. 
In opdracht van PGBO is door BOdemBeheer bv in samenwerking met TNO-MEP een perceptie-onderzoek uitgevoerd bij verschillende groeperingen in Nederland, die een bepaalde affiniteit hebben met waterbodems, over de (on)mogelijkheden van een in-situ aanpak in geval waterbodemverontreinigingen een ingreep noodzakelijk maken. De resultaten hiervan zijn vervolgens geïnterpreteerd, aangevuld met eigen kennis en in een logisch kader geplaatst. Het eindresultaat roept beelden op waaruit je zou kunnen concluderen dat in bepaalde situaties en onder bepaalde omstandigheden zeker mogelijkheden aanwezig (zouden moeten) zijn voor een in-situ aanpak. 
Het doel van de workshop is om de resultaten van de studie te presenteren en om vervolgens de beelden over het toekomstperspectief te toetsen aan de perceptie van de deelnemers. Daarbij kan afsluitend worden geïnventariseerd of er bij enkele probleembezitters een zodanig warm gevoel is gaan ontstaan dat men bereid is om bepaalde cases voor te dragen om aan een nadere beschouwing te onderwerpen en te toetsen op de potentie voor een in-situ aanpak.

Resultaten PGBO studie

Voor de belangrijkste resultaten van de uitgevoerde PGBO studie, zoals deze door Johan van der Gun worden uiteengezet, wordt verwezen naar de Samenvatting van deze studie, die als bijlage aan dit verslag is toegevoegd. Aanvullend hierop worden kort nog toegelicht de belangrijkste resultaten uit de praktijk met gecombineerde ex-situ landfarming/fytoremediatie en de ontwikkelingen daarvan richting in-situ aanpak alsmede ex-situ immobilisatie.

Discussieresultaten uit vier groepen

In vier groepen is gediscussieerd over vragen als: Met welke typen problemen is men in de praktijk al geconfronteerd geweest waar baggeren geen oplossing was, is of zal zijn? Hoe is men hiermee omgegaan of welke ideeën bestaan daarover? Wat zijn de gevoelens over de 10 door Van der Gun geschetste opties/principes (zie tabel 1) en welke kansen en bedreigingen worden daarbij gezien? Op welk vlak worden de grootste problemen verwacht ten aanzien van de toepassing in de praktijk en wat is nodig om een en ander haalbaar te maken in geval wel theoretisch/technologisch mogelijkheden worden gezien?

 

Groep van der Gaast:

Op de vraag of biologische afbraak toekomst lijkt te hebben, kwamen de volgende reacties:

Overige opmerkingen:

 

Groep Van der Gun:

Op de vraag betreffende de gevoelens over de verschillende opties/principes komt het volgende beeld naar voren:

Biologische reiniging:

Capping:

Immobilisatie:

Fytoremediatie:

Monitoring

Als toekomstvisie voor in-situ waterbodemsanering bestaan de volgende beelden:

 

Groep Weenk:

De resultaten van de discussie in deze groep zijn doormiddel van steekwoorden weergegeven. De belangrijkste constateringen zijn:

Algemeen werd geconcludeerd dat er op onderdelen wel proceskennis aanwezig is over in-situ sanering, maar dat dit samengebracht zou moeten worden tot een totaalbeeld. Nader onderzoek is dus zeker nodig.

Verder wordt gepleit om nu snel over te gaan tot praktijkproeven en dit te combineren met een goed monitoringprogramma ten behoeve van het krijgen van inzicht in de bodemprocessen!

 

Groep Van Veen:

In deze groep worden een aantal zaken genoemd die ook bij de andere groepen naar voren zijn gekomen. Praktijkervaringen met echte in-situ technieken zijn niet aanwezig binnen de groep. Wel worden ex-situ ervaringen genoemd met een aantal van de 10 genoemde opties/principes (zie tabel 1) onder andere bij behandeling in depots. Aanvullend wordt nog het volgende vermeld:

Plenaire terugkoppeling

Bij de plenaire terugkoppeling krijgen de deelnemers de gelegenheid om met de opgedane aanvullende informatie hun gevoelens of verwachtingen ten aanzien van een mogelijk toekomstperspectief in kaart te brengen. Uitgangspunt zijn de 10 opties/principes van Van der Gun.
De deelnemers krijgen allemaal drie stickers die geplaatst kunnen worden achter de naar verwachting meest perspectiefvolle opties. De probleemhebbers en de technologieaanbieders krijgen elk een aparte kleur om een eventuele differentiatie bij de conclusies mogelijk te maken.
Niet alle stickers hoeven te worden geplaatst. Als we helemaal niets zien zitten plaatsen we geen stickers. Ook bestaat de mogelijkheid om drie stickers bij één optie te plaatsen.
Het plaatje over de technieken die "we wel zien zitten" komt er na het plakken van de stickers uit te zien zoals in tabel 1 staat weergegeven.

 

Tabel 1: Perceptie ten aanzien van potentieel haalbare in-situ technieken

Principes/opties

Probleemhebbers 1)

Technologie-aanbieders 1)

Stimuleren microbiologische afbraak

* * * * (4)

* * * * * * * * * * * * * * * * * (17)

Stimuleren microbiologische reductieve dechlorering

(0)

* * * * (4)

Stimuleren biologische afbraak

* * * *  (4)

* * * * * * * * * * * * (13)

Stimuleren biologische concentrering en verwijdering

(0)

* * * * * * (6)

Mobiliseren van verontreinigende stoffen

(0)

(0)

Chemische omzetting

(0)

(0)

Vastleggen van verontreinigende stoffen (immoblisatie)

* * *  (3)

* * * * * * * * * * * * (13)

Beperken advectieve verspreiding stoffen opp. water

* * * * (4)

* * * * * (5)

Beperken advectieve verspreiding stoffen grondwater

(0)

(0)

Niet ingrijpen en monitoren

* * * * (4)

* * * * * * * * * * (10)

1) De verhouding aanwezige probleemhebbers/technologie-aanbieders was ongeveer 2:5

 

Uit dit overzicht komen als potentieel het meest kansrijk naar voren:

Vervolg

Op de vraag van de voorzitter of er geïnteresseerden zijn met een concreet praktijkprobleem, waarvan men het de moeite waard vindt om deze eens te toetsen aan de aangemerkte kansrijke principes/ opties, komen spontaan drie aanmeldingen naar voren. In de voorbereidingsfase waren al twee aanmeldingen binnengekomen, zodat over vijf concrete probleemsituaties kan worden beschikt die nader verkend zouden kunnen worden ten aanzien van alternatieve saneringswijzen.
De voorzitter stelt voor om vanuit de opdrachtnemers van de genoemde PGBO studie het initiatief te laten nemen richting de geïnteresseerde vijf partijen.
Na een informatief bilateraal gesprek over elk van de probleemsituaties kunnen deze worden voorbereid voor een discussie binnen een in te stellen deskundigen panel (zonder aanvullend onderzoek). Deze stap is aan te merken als definitiestudie voor een mogelijke verdere verkenning met eventueel noodzakelijk onderzoek.
Het deskundigenoverleg, waarin de probleemhebber een belangrijke rol zal vervullen, kan resulteren in een projectvoorstel voor nader onderzoek binnen SKB kader. De definitiestudie zal ook worden aangekaart bij SKB.
De voorzitter hoopt dat snel vervolgstappen kunnen worden genomen, zodat bij de volgende Baggernet bijeenkomst al voorlopige resultaten kunnen worden gemeld over de ontvangst bij SKB en/of de inhoudelijke voortgang.

 

J. van der Gun
BOdemBeheer bv

oktober 1999

 

Download

Samenvatting workshop 23 september, J. van der Gun (17 KB)
Verslag workshop 23 september
, J. van der Gun (61 KB)

Overzicht

 


Baggernet Online © 1999 - 2009