Themadag Baggernet op donderdag 12 maart 2009
In samenwerking met VBKO, ONRI en Unie van Waterschappen
Bij het maken van afspraken over en uitvoeren van een baggerwerk blijkt er
vaak sprake te zijn van onbegrip tussen aannemer, adviseur en opdrachtgever over
elkaars rol, werkwijze en verantwoordelijkheid. De Vereniging van Waterbouwers
VBKO heeft een rondgang gemaakt bij alle 26 waterschappen en bij een aantal
ingenieurs- en adviesbureaus met een vooraf opgestelde lijst met vaak
voorkomende knelpunten. Tijdens de rondgang bleek dat niet alleen leden van de
VBKO knelpunten tegenkomen, maar dat dit evenzo geldt in de beleving van
opdrachtgevers en adviesbureaus. Een terugkerend aspect blijkt gemis aan
wederzijds vertrouwen, ten gevolge van onder meer de nasleep van de bouwaffaire,
onvoldoende deskundigheid en veranderende contractvormen. Dit was aanleiding tot
het organiseren van deze themadag.
Arie Struijk, voorzitter van de VBKO, sprak in zijn welkomstwoord de hoop uit
dat aan het eind van deze dag er meer begrip zal zijn ontstaan voor elkaars
standpunten, en er basis is voor het werken aan een toename van wederzijds
vertrouwen. De naam van de themadaglocatie (het Vechthuis) moet dan ook niet
letterlijk genomen worden!
Professioneel inkopen
Wouter Stolwijk, directeur PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden dat valt
onder het Ministerie van Economische Zaken, schetste wat hij zoal tegenkomt in
de dagelijkse praktijk. Het bedrijfsleven klaagt over regels, maar de ambtenaar
die de regels moet uitvoeren heeft daar net zo goed last van. Het lijkt alsof de
activiteit inkopen toenemend juridiseert, en dat rechters bepalen wat goed
inkopen is.
Inkooporganisaties moeten professionaliseren en zelf hun dilemma’s kunnen
regelen. Inkopen gaat erom hoe je fatsoenlijk, deskundig en kosteneffectief
tewerk kunt gaan, goede spullen voor een goede prijs kunt krijgen. Dan blijken
de vele regels ook mee te vallen; uiteindelijk zijn regels ‘gezond-verstand’
dingen
RWS timmert hard aan de weg met inkoopprofessionalisering, maar bij sommige
overheden wordt alleen over budgetmaximalisatie gepraat en niet over hoe je zo’n
budget besteedt.
PIANOo is een netwerkorganisatie die door samenwerking met partijen die met
inkoop te maken hebben bij wil dragen aan een betere wijze van aanbesteden.
PIANOo werkt voor alle aanbestedende diensten van de overheid. De levering van
goederen en diensten was het eerste aandachtspunt van PIANOo, aan werken wordt
vanaf 2009 meer aandacht besteed.
PIANOo is bezig met het opzetten van een bestekkenbibliotheek: eind 2009 zullen
zo’n 1500 bestekken ingevoerd zijn, en uiteindelijk moeten het er duizenden
worden. Vraag is “wat is een goed bestek?”. Er is een gesprek met de baggeraars
gevoerd en do’s en dont’s worden vastgelegd.
Verder wordt er gewerkt aan TenderNed, een website waarop alle aanbestedingen
ingevoerd zullen worden. Dat zal leiden tot grote besparingen aan de kant van
het bedrijfsleven.
Wouter houdt een pleidooi voor normalisatie van de wederzijdse verhoudingen in
de markt, want daar zullen uiteindelijk alle partijen profijt van hebben.
De aannemer
Frank de Groot, voorzitter Platform Kleinschalig Baggeren van de VBKO, meldde
dat het werk van de aannemer de laatste jaren ingewikkelder is geworden. Er is
sprake van verharding van regels, certificeringskwesties, onacceptabele risico’s
en vele procedures.
De afstand van de overheid tot het baggervak is groter geworden, de adviseur
moet die leemte vullen maar ook die heeft vaak onvoldoende kennis. Er is een
groot verschil tussen bagger in oost en west Nederland, en onduidelijkheid over
definities, zoals bijvoorbeeld die van “vaste bodem”. De aannemer kampt met
patstelling bij afwijkingen ten opzichte van een bestek, door de aannemer gedane
suggesties voor alternatieven worden door de opdrachtgever vaak niet
overgenomen. Bagger kan bijvoorbeeld veel vaker toegepast worden in bouwstoffen.
Frank wil opdrachtgevers dan ook het advies geven gebruik te maken van de
deskundigheid van de aannemer.
Tenslotte noemt Frank dat er ook een probleem is te signaleren bij het vinden
van goede mensen voor baggerboten.
Frank is voornemens om met de resultaten van vandaag met ONRI en UvW tot een
plan van aanpak te komen. Daarin zou bijvoorbeeld een voorstel voor een
traineeship bij de 3 partijen opgenomen kunnen worden om onderling begrip te
bevorderen.
De opdrachtgever
Fred de Haan van Waternet verwoordde namens de Unie van Waterschappen het
perspectief van de opdrachtgever. De nieuwe aanbestedingswet zoals die wordt
gehanteerd door de NEVI (Nederlandse Vereniging van Inkoop Management) moet
zorgen voor verankering van professioneel opdrachtgeverschap. Uitgangspunten
hierbij zijn 1) optimaal inhoud geven aan verhouding markt en vraag van de
aanbieder, 2) ‘best value for taxpayers money’, 3) professionalisering van
vooral opdrachtgeverschap (professionalisering van inkoop is secundair). Dit kan
worden bereikt door aanscherpen van bedrijfsvoering en bestuur, centraal stellen
van doelmatigheid, en de aanbestedingsprocedure ondergeschikt te laten zijn aan
het doel.
De professionaliteit is er lang niet altijd en die komt er ook niet als de
aanbestedingswet geen ruimte biedt voor eigen verantwoordelijkheid.
Baggeren lijkt simpel, maar in praktijk valt dat tegen. Er zijn aspecten van een
bestek die niet door baggeraars maar door juristen besproken worden, dat had
opdrachtgever noch opdrachtnemer zover moeten laten komen. Belangrijk is om aan
de vertrouwensrelatie te werken, dat betekent vooraf (niet achteraf)
communiceren over afwijkingen ten opzichte van het bestek,
afhankelijkheidsrelatie te vermijden (blijf zakelijk!), en beloftes na te komen.
Ook aandacht voor professionalisering en kwaliteitsborging is nodig.
Dan
is er de kwestie van seizoensgebonden werk i.v.m. de Flora en Faunawet, dat is
niet goed voor het Waterschap en evenmin voor de aannemer. De opdrachtnemer
heeft er baat bij dat het werk in de tijd zo gespreid mogelijk op de markt gezet
wordt; publicatie van een aanbestedingskalender zou handig zijn. Anderzijds is
er het advies aan de aannemer om de
ruimte in de wet te zoeken en te benutten. In het broedseizoen kan er
bijvoorbeeld niet aan de kant gebaggerd worden, maar op andere plaatsen wel. De
opdrachtgever wil graag van de deskundigheid van de aannemer gebruikmaken bij
het vinden van die ruimte.
Wat betreft hoeveelheidbepaling beaamt de Unie dat er problemen zijn. Het is dan ook goed om weer eens met elkaar te overleggen over de werkwijze van in- en uitpeilen. Ook inzake overdiepte baggeren moet weer eens overlegd worden. En tenslotte is het raadzaam om principes die volstrekt helder zijn nog eens goed op het netvlies te krijgen, zoals verantwoordelijkheden t.a.v. niet ontplofte munitie (opdrachtgever is verantwoordelijk bij onverdacht; bij verdacht moet daartoe gecertificeerde aannemer munitie verwijderen).
De adviseur
Egbert Teunissen, ONRI, toonde aan dat het best mogelijk is een succesvol
langetermijncontract te hebben. Hij heeft tenslotte al meer dan 18 jaar een
huwelijkscontract met zijn echtgenote, tot volle tevredenheid van beide
partijen.
Voor succes is nodig dat partijen zich goed bewust zijn van hun eigen expertise
en toe willen geven dat ze expertise hebben of juist kennis ontberen. Verstandig
is om experts uit een project te halen zodra hun werk klaar is. Het contract
moet tot het einde toe tot tevredenheid uitgediend worden.
De traditionele contractvorm voldoet in 80% van de gevallen prima, daar hoeft
dan ook geen alternatieve contractvorm voor gekozen te worden. In veel gevallen
kan ook volstaan worden met een werkomschrijving, vooral bij locaal
onderhoudswerk. Voor eenvoudig werk is geen duur ingenieursbureau nodig.
Het bestek is uitgangspunt: dat moet goed zijn. Stel de juiste vragen aan de
opdrachtgever, blijf communiceren tijdens het hele proces, niet alleen met
juristen en contractmanagers, maar ook met de inhoudelijke contactpersoon van de
opdrachtgever. Durf ook van persoon te wijzigen: als het met de een niet klikt,
probeer dan een andere contactpersoon.
De opdrachtgever moet zorgen voor deskundigheid van hun kant om een volwaardige
gesprekspartner te zijn voor de baggerwereld, want daar zit veel deskundigheid.
Nieuw is de rol van de toezichthouder: die is nu ook toetser en moet naar het
baggerproces kijken. Nog niet uitgekristalliseerd is wat taken en bevoegdheden
van de toetser zullen zijn.
Contractvormen: Engineer & Construct = goed mee te werken. System Engineering:
kan niet ieder ing-bureau; opdrachtgever moet daar specifiek naar vragen.
Advies aan opdrachtgever: spreek de taal van de aannemer.
Advies aan aannemer: verplaats je in de rol van de opdrachtgever.
Let op je algemene houding: als je ruzie wilt, dan krijg je ruzie.
Samenwerking
Stephanie Janssen van Deltares heeft in 2007 een project over partnering in
baggerprojecten afgerond. Aanleiding om deze samenwerkingsvorm toe te passen was
dat baggerprojecten vaak uniek, technisch lastig, sociaal complex, en daardoor
moeilijk te realiseren zijn. Besluitvormingsprocessen vertonen vaak problemen en
kosten veel tijd. Een klein milieu-aspect kan grote gevolgen hebben voor een
baggerproject.
De rol en mate van betrokkenheid van de aannemer heeft invloed op de mate van
succes van een baggerproject. Zo was er een baggerproject waarin de aannemer
beperkt betrokken was, hij had veel ideeën maar er was geen stimulans om die te
benutten; het contract lag vast.
Bij een baggerproject waarbij de aannemer een grote mate van betrokkenheid had,
mede omdat hij (financieel) afhankelijk was van de uitkomst van het project, was
er wel een stimulans om zijn ideeën in te zetten.
Conclusie is dan ook dat het voor een baggerproject zinvol is de betrokkenheid
van de aannemer te vergroten.
‘Partnering’ is een vorm van samenwerking tussen klant en aannemer die optimaal
gebruik wil maken van de kennis en kunde van beide partijen. Partnering biedt
een meerwaarde bij complexe projecten, waar veel partijen bij betrokken zijn,
die technisch en sociaal lastig zijn etc. Dan kan er gekeken worden of er
deeltrajecten zijn die voor optimalisatie in aanmerking komen. Bij de Waardse
Alliantie (Betuwelijn) en Wieringerrandmeer is een vorm van partnering toegepast
en zijn voordelen van partnering naar voren gekomen. Het had een gunstig effect
op de sfeer in het projectteam, de afzonderlijke expertises werden optimaler
ingezet, en dat leidde tot betere projectresultaten.
Een conceptueel model is ontwikkeld om verschillende definities van partnering
in beeld te brengen en om aan te geven wanneer en hoe partnering een positief
effect op projecten kan hebben. Bij eenvoudige projecten, hoeft partnering geen
meerwaarde te brengen, maar voldoet wellicht een meer traditionele werkwijze. Er
wordt aanbevolen om het model te gebruiken om te zien of het slim is partnering
toe te passen en als een ‘check list’ bij het toepassen van partnering.
Knelpunten
Zoals in de introductie reeds aangegeven, heeft VBKO een inventarisatie van
knelpunten gemaakt. Arie Struijk overhandigde deze aan Ger Verwolf,
vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen, met het verzoek de boodschap
door te geven aan het bestuur van de Unie. Arie sprak daarbij uit dat hij op
grond van de vandaag gehoorde presentaties het vertrouwen heeft dat bij alle
partijen de wil aanwezig is om naar een goede en efficiënte samenwerking te
streven. Daartoe moet je soms pragmatisch te werk gaan, ruimte zoeken in de
regels en gewoon dat doen wat het beste resultaat geeft. Aannemers durven best
risico te nemen.
VBKO doet veel aan opleidingen om de professionalisering van baggeraars op peil
te houden. Een nieuwe opleiding is Ecologie & Waterbouw. Ook is een Voortgezette
Opleiding Uitvoering Baggerwerken ontwikkeld; VBKO spreekt de hoop uit dat ONRI
en de Unie hierin zullen participeren om daarmee de kennis van de diverse
partijen op één niveau te krijgen. Grote baggermaatschappijen verplichten hun
medewerkers al aan laatstgenoemde cursus deel te nemen.
VBKO wil graag in overleg met de Unie en ONRI om verder te praten over de
knelpunten.
Ger Verwolf nam namens de Unie het manifest in dank aan, en meldde dat de Unie
graag bereid is met VBKO en ONRI om de tafel te gaan.

Afscheid
Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om afscheid te nemen van Arie Struijk
die het voorzitterschap van VBKO neerlegde. Wim Drossaert, dagvoorzitter en
coördinator van Baggernet, overhandigde Arie een bloemetje, als dank voor al
zijn inzet.
Discussiemarkt
In de middag vond er een discussiemarkt plaats, waarbij over 9 thema’s van
gedachten gewisseld werd. Ook was er gelegenheid het nabijgelegen, onlangs
geopende, doorgangs-baggerdepot van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden te
bezoeken.
Aan het eind van de middag gaven de discussieleiders de highlights kort weer:
ARBO, door Leon Voogd, MWH
Als insteek voor de discussie werd gekozen voor de nieuwe CROW publicatie 132
"werken in of met verontreinigde grond en grondwater". Veel deelnemers aan de
discussie bleken niet op de hoogte van het uitkomen van de nieuwe publicatie,
laat staan van de inhoudelijke wijzigingen.
Wijzigingen betreffen onder andere: loslaten van verschil in klassebepaling (T)
voor grond en bagger; insteek op besluit bodemkwaliteit, inzet van meer
deskundigheid (vaker en langer MVK en HVK op het werk) en meer verplichtingen
voor de opdrachtgever (o.a. klassebepaling).
De CROW 132 is aangepast om aan te sluiten bij belangrijke wijzigingen in arbo
en mileuwetgeving. Het gaan van middel- naar doelvoorschriften en het Besluit
Bodemkwaliteit zijn daar voorbeelden van.
Als te bediscussiëren stelling werd gekozen: "Voegt de (nieuwe) CROW publicatie
132 iets toe op veiligheidsgebied bij werken in bagger".
Belangrijkste reacties/conclusies:
Kwalibo, door Arthur de Groof, SIKB
Het komt voor dat opdrachtgevers het hele traject van de aanpak van
waterbodemverontreiniging aanbesteden in één enkel Design & Construct contract.
Daarmee wordt één aannemer verantwoordelijk voor de uitvoering van zowel het
onderzoek en de sanering als de milieukundige begeleiding daarvan. In de
praktijk voert de aannemer de sanering dan zelf uit en besteedt hij de
milieukundige begeleiding in onderaanneming uit aan bijvoorbeeld een
ingenieursbureau. De toezichthouder wrodt dan dus betaald door degene waarop hij
toezicht houdt. In de discussie werd het standpunt ingenomen dat dit een grote
kans op belangenverstrengeling geeft: “wie betaalt bepaalt”. Daartegenover werd
gesteld dat de constructie houdbaar is, omdat er twee mogelijkheden zijn om
negatieve effecten van belangenverstrengeling tegen te gaan: de ene is toezicht
door de opdrachtgever en dan is er altijd nog het vangnet van de toets van het
evaluatieverslag door het bevoegde gezag.
Omgangsvormen, door Stephanie Janssen, Deltares
Als belangrijkste aandachtspunten op het gebied van omgangsvormen zijn
gesignaleerd:
- deskundigheid
- zakelijkheid en duidelijkheid
- normen en warden
- transparantie
- inlevingsvermogen
- omgangsvormen is mensenwerk
- uiteindelijk gaat het om een goede sfeer
Als discussiestelling maar ook als ambitie werd genoemd: Omgangsvormen kunnen
van een slecht een goed contract maken.
Deskundigheid, door Marina Maroulakis, MWH
Deskundigheid is niet op school aan te leren, maar verwerf je in de loop der
jaren met de ervaring die je opdoet. Deskundigheid is geen voorwaarde voor het
slagen van een opdracht; “behaalde resultaten bieden geen garantie voor de
toekomst”, iedere klus is weer anders. Soms is degene die het plan voor een
opdracht schrijft zeer kundig, maar de uitvoering kan toch onder de maat zijn.
Ook kunnen er goede ervaringen zijn (dit geldt met name voor adviesbureaus),
maar is er het volgende jaar een geheel nieuw team dat nog helemaal geen kennis
van zaken heeft.
Vaak wordt aan adviesbureaus gevraagd om de CV’s van de leden van een
projectgroep bij een offerte op te geven. Eigenlijk zouden ook opdrachtgevers en
aannemers de CV’s van de betrokkenen moeten tonen.
Voor veel overheden geldt dat zijzelf niet meer de deskundigheid in huis hebben
omdat zij meer een regierol krijgen. Het is voor hen zeer lastig om de juiste
offerte-aanvragen in de markt te zetten en deze vervolgens ook te kunnen
beoordelen. Sommige overheden zouden bij het opstellen van offerte-aanvragen en
bestekken graag advies inwinnen bij aannemers. Dit vormt echter een probleem,
omdat zij dan gebruik aken van de kennis van aannemers maar vervolgens wel
openbaar aanbesteden.
Deskundigheid en begrip voor elkaar kan vergroot worden door stage te lopen bij
de andere partijen (aannemer/opdrachtgever/adviesbureau). Deels wordt dit wel
ondervangen doordat mensen vaak “jobhoppen” tussen de verschillende partijen.
Het is sowieso lastig om deskundigheid te beoordelen. Wellicht kan certificering
uitkomst bieden.
Flora en Fauna, door Cees Westbroek, VBKO
Veel opdrachtgevers benutten de F&F-code niet of te weinig. realistsch blijven.
Continuïteit in baggerwerk is belangrijk. In 2008 zijn door meer communicatie
met opdrachtgevers de grenzen van de F&F verbreed, daardoor hebben de meeste
aannemers door kunnen werken.
Het Waterschap herkent de problemen en klaagt over de starre houding van
natuurbeheerders en bewoners die de F&F te extreem handhaven.
Maar gelukkig gaat het inmiddels een stuk beter vergeleken met 2007, toen lag
het baggermaterieel de helft van het jaar stil door de F&F.
Transparantie, door Gerard van Berkel, VBKO
Er werd aan de hand van een drietal stellingen gediscussieerd:
“als je aannemer van een werk wilt worden, kun je beter niet teveel details
kennen.”
Iedereen was het oneens met deze stelling. Een bestek moet helder en transparant
zijn en voldoende gegevens bevatten met een goede risicoverdeling zodat het
mogelijk is om een verantwoorde calculatie te maken.
“Inlichtingen zijn achterhaald, er komt toch niemand.”
Mee oneens. Inlichtingen zijn noodzakelijk in het proces. Mogelijk dat de
aannemer schriftelijk zijn vragen stelt en aangeeft of hij beantwoording in het
openbaar op prijs stelt; vervolgens kan een moment van openbare inlichtingen
worden gehouden.
“Een openbare aanbesteding zonder dat bekend gemaakt wordt wie heeft
ingeschreven en voor welk bedrag moet kunnen.”
In het kader van helderheid en transparantie heeft iedere inschrijver er recht
op om te weten voor welke prijzen zijn concurrent heeft ingeschreven. Dit
voorkomt tevens argwaan richting opdrachtgever.
Kalender aanbesteding, door Erik Punt, VBKO
Provincie, gemeenten en waterschappen dienen zo snel mogelijk in vooroverleg te
gaan teneinde tot een openbare meerjarenplanning van baggerwerken te komen. Dit
bevordert de continuiteit in de sector, een betere prijsvorming en uiteindelijk
ook de kwaliteit van de uitgevoerde werken. VBKO kan een voortrekkersrol spelen
in dit initiatief, bijvoorbeeld met inzet van haar website.
Hoeveelheid bepalen, door Nico Maat, Waterschap Rivierenland
In grote lijnen was de uitkomst van de discussie als volgt:
Conclusies
- samen meten
- richtlijn of norm opstellen voor peilstok
Vergunning, door Egbert Teunissen, ONRI
Er werd een flinke rij statements gemaakt:
- OG verzorgt vergunning – OG/ON 50/50
- OG verantwoordelijk voor baggerstromen
- Advies: ruimte in vergunningen vergroten, rigide in omvang en tijd
- Handhaver heeft te weinig ruimte / te weinig deskundigheid
- Meer naar de geest van de vergunning (OG + ON)
- Is gewenste noodzaak
- Fouten bestek t.a.v. vergunningen; vergunning opstellers niet betrokken bij
opstellers bestek
- Wens voor 1 loket voor alle vergunningen
- ON niet bang voor vergunningproces
- Bestek + vergunning niet afgestemd
- OG beter vergunningen plannen
- Vergunning zo ruim mogelijk houden
- Technische deskundigheid bij vergunning opstellen gewenst (alpha + beta +
gamma)
- Deskundigheid verleners groter!
- vergunningen in alliantie, rest traditioneel
- Vergunningen ruimer inzetten
- Technische expertise vergunning opstellers
- Contractopstellers niet i.o.m. vergunning opstellers
- ‘misbruik’ bij bezwaarprocedures
- Vergunningen bij OG / ON – relatie met contractvorm
- 1 loket gewenst
- Praktische kennis in vergelijkbare procedures.
Afsluiting
Tenslotte dankte Wim Drossaert, voorzitter van deze dag, de VBKO voor het
mogelijk maken van deze bijeenkomst. Er is vandaag een stap voorwaarts gedaan
naar meer wederzijds begrip en respect voor elkaars standpunten, wat de sleutel
is voor een goede samenwerking.
Met de uitkomsten van de dag zal zeker wat gedaan worden. In ieder geval zal
overleg gepland worden door VBKO met de Unie van Waterschappen en ONRI, en
mogelijk zal ook met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat contact gezocht
worden.
De volgende themadag van Baggernet staat gepland voor 10 juni 2009 en zal gaan over de veenweidegebieden Ilperveld en Wormerveld.

Baggernet Online © 1999 - 2009